1 Kronieken
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Hier volgen degenen, die zich bij David aansloten in Sikelag, toen hij nog uitgestoten was door Saul, den zoon van Kisj. Ook zij behoorden tot de helden, die hem ondersteunden.
1ダビデがキシュの子サウルを避けて身を隠していたころ、ツィクラグで彼のもとに加わった者たちは次のとおりである。彼らは戦いで彼を助けた勇士たちの中にいた。
2Het waren geoefende boogschutters; ze konden zowel met de rechter- als met de linkerhand stenen slingeren en pijlen afschieten. Van de stam Benjamin behoorden de volgende stamgenoten van Saul er toe:
2彼らは弓で武装し、石を投げるにも弓で矢を射るにも、右手も左手も使うことができた。彼らはベニヤミン出身で、サウルの同族であった。
3Achiézer, de aanvoerder, en Joasj, zonen van Sjemaä uit Giba; Jeziël en Pélet, zonen van Azmáwet; Beraka en Jehoe uit Anatot;
3長はアヒエゼル。次にギブア人シェマアの子ヨアシュ、アズマベテの子エジエルとペレテ、ベラカ、アナトテ人イエフ、
4Jisjmaja uit Gibon, een van de heldhaftigsten onder de Dertig; Jirmeja, Jachaziël, Jochanan en Jozabad uit Gedera;
4三十人の中の勇士であり三十人を率いていたギベオン人イシュマヤ、エレミヤ、ヤハジエル、ヨハナン、ゲデラ人ヨザバド、
5Eloezai, Jerimot, Bealja, Sjemarjáhoe en Sjefatjáhoe, die van Charif stamden;
5エルザイ、エリモテ、ベアルヤ、シェマルヤ、ハルフ人シェファティヤ、
6Elkana, Jissji-jáhoe, Azarel, Joézer en Jasjobam, afstammelingen van Kórach;
6コラ人であるエルカナ、イシヤ、アザレル、ヨエゼル、ヤショブアム、
7joëla en Zebadja, zonen van Jerocham uit Gedor.
7ゲドルのエロハムの子であるヨエラとゼバデヤ。
8van de stam Gad liepen naar David in de woestijn geoefende strijders over: dappere mannen, gewapend met schild en lans, met koppen als leeuwen en zo snel als gazellen op de bergen. Het waren:
8ガド人の中からも、勇士で戦いの訓練を受け、盾と槍を扱う軍人たちが、荒野の要害にいるダビデのもとへ加わった。その顔は獅子のようで、山を駆けるかもしかのように素早かった。
9ézer, de aanvoerder; Obadja, de tweede; Eliab, de derde;
9長はエツェル、二番目はオバデヤ、三番目はエリアブ、
10Misjmanna, de vierde; Jirmeja, de vijfde;
10四番目はミシュマナ、五番目はエレミヤ、
11Attai, de zesde; Eliël, de zevende;
11六番目はアタイ、七番目はエリエル、
12Jochanan, de achtste; Elzabad, de negende;
12八番目はヨハナン、九番目はエルザバド、
13Jirmejáhoe, de tiende; Makbannai de elfde.
13十番目はエレミヤ、十一番目はマクバナイ。
14Zij behoorden tot de afstammelingen van Gad en waren aanvoerders; de kleinste kon er alleen wel honderd aan, de grootste wel duizend.
14これらはガドの子らで、軍隊の長であった。最も弱い者でも百人に匹敵し、最も強い者は千人に匹敵した。
15Zij waren het dan ook, die de Jordaan overstaken in de eerste maand, dus toen hij buiten zijn oevers getreden was, en die al de bewoners van het dal in oost en west op de vlucht joegen.
15これらは、第一の月にヨルダン川がすべての岸に溢れていたとき、それを渡り、谷に住むすべての人々を東にも西にも敗走させた者たちである。
16En toen er nog anderen uit de stammen Benjamin en Juda bij David in de burcht kwamen,
16ベニヤミンの子らとユダの子らの中からも、要害にいるダビデのところに来る者たちがいた。
17ging hij ze tegemoet. Hij nam het woord, en sprak tot hen: Als gij met goede bedoelingen bij mij komt, om mij namelijk te helpen, wil ik mij van harte bij u aansluiten; maar als gij mij aan mijn tegenstanders wilt verraden, hoewel er geen onrecht aan mijn handen kleeft, dan moge de God onzer vaderen het aanschouwen en wreken!
17ダビデは彼らを迎えるために出て行き、彼らに答えて言った。「もしあなたがたが、私を助けるために平和な思いで私のもとに来たのなら、私の心はあなたがたと一つに結ばれる。しかし、私の手に不法なことがないのに、あなたがたが私を敵に裏切るために来たのなら、私たちの父祖の神がそれを見て、お叱りになるように。」
18Toen kwam de geest over Amasai, het hoofd van de Dertig, en hij riep: David, u behoren wij toe; Zoon van Jesse, wij zijn met u! Heil u, heil u; Heil wie u helpt; Want uw hulp is uw God! Nu nam David hen aan, en stelde ze aan het hoofd van de troepen.
18そのとき、三十人の長であるアマサイに霊が臨み、彼は言った。 「ダビデよ、私たちはあなたのもの。 エッサイの子よ、私たちはあなたとともにいる。 平安あれ、平安あれ、あなたに。 あなたを助ける者にも平安あれ。 あなたの神があなたを助けておられる。」 そこでダビデは彼らを受け入れ、彼らを軍隊の長たちとした。
19Ook van Manasse kozen er voor David partij, toen hij met de Filistijnen tegen Saul te velde was getrokken, maar niet met hen mee mocht vechten. De tyrannen der Filistijnen stuurden hem namelijk met opzet terug, daar ze meenden, dat hij ten koste van hun hoofden naar zijn meester Saul zou overlopen!
19マナセの中からも、ダビデのもとに加わる者たちがいた。それは、彼がペリシテ人とともにサウルと戦うために行ったときである。しかし彼らはペリシテ人を助けなかった。ペリシテ人の領主たちが協議の末、「彼は私たちの首を代償にして、主人サウルのもとへ寝返るだろう」と言って、彼を送り去ったからである。
20Toen hij dus naar Sikelag ging, kozen de volgende Manassieten zijn partij: Adna, Jozabad, Jediaël, Mikaël, Jozabad, Elihoe en Silletai, bevelhebbers van duizend in Manasse.
20彼がツィクラグへ行ったとき、マナセから彼のもとに加わった者たちは、マナセの千人の長であったアドナフ、ヨザバド、エディアエル、ミカエル、ヨザバド、エリフ、ツィルタイであった。
21Zij hielpen David tegen de roverbenden; want het waren allemaal dappere mannen en aanvoerders van het leger.
21彼らはダビデを助けて略奪隊に立ち向かった。彼らは皆、力ある勇士であり、軍隊の長となったからである。
22Dagelijks kwamen er dus nieuwe hulptroepen voor David, totdat het een leger was geworden, zo machtig als een leger van God.
22そのころ、日々ダビデを助けるために人々が彼のもとに来たので、神の軍隊のような大軍団となった。
23Hier volgt een opsomming van de afdelingen weerbare mannen, die in Hebron tot David kwamen, om, naar het woord van Jahweh, het koningschap van Saul op hem over te dragen.
23主の言葉に従って、サウルの王権をダビデに移すため、ヘブロンにいるダビデのもとに来た、戦いの装備をした部隊の長たちの数は次のとおりである。
24Van de stam Juda zesduizend achthonderd weerbare mannen, gewapend met schild en speer.
24ユダの子らで盾と槍を携えていた者は、戦いの装備をした者が六千八百人。
25Van de stam Simeon zevenduizend en honderd dappere mannen, geoefend in de strijd.
25シメオンの子らのうち、戦いのための力ある勇士が七千百人。
26Van de stam Levi vierduizend zeshonderd man,
26レビの子らのうち、四千六百人。
27met Jehojada, den leider van de Aäronieten, aan het hoofd van drieduizend zevenhonderd man,
27エホヤダはアロンの家の君であり、彼とともに三千七百人がいた。
28en met den jongen Sadok, een dapper held, vergezeld van twee en twintig stamhoofden uit zijn familie.
28若い力ある勇士ツァドクと、その父祖の家の長たち二十二人。
29Van de stam Benjamin, de stamgenoten van Saul, slechts drieduizend man, daar de meesten van hen het voorlopig nog met de familie van Saul hielden.
29ベニヤミンの子らでサウルの同族は、三千人。それまで彼らの大部分はサウルの家に忠誠を尽くしていたからである。
30Van de stam Efraïm twintigduizend achthonderd dappere mannen, de meest beroemden van hun familie.
30エフライムの子らのうち、力ある勇士であり、その父祖の家で名のある者が二万八百人。
31Van de halve stam Manasse achttienduizend man, die met name waren aangewezen, om David tot koning te gaan verheffen.
31マナセの半部族のうち、名前を指定されて、ダビデを王とするために来た者が一万八千人。
32Van de stam Issakar, die zijn tijd begreep en wist wat Israël te doen stond, tweehonderd stamhoofden met al de stamgenoten, die onder hun bevelen stonden.
32イッサカルの子らのうち、時勢をわきまえ、イスラエルが何をすべきかを知っていた者たち。その長は二百人であり、すべての兄弟たちは彼らの命令に従った。
33Van de stam Zabulon vijftigduizend dienstplichtigen, die met volledige uitrusting voor de strijd gewapend waren, en bereid, om eensgezind hulp te bieden.
33ゼブルンのうち、軍隊として出陣でき、あらゆる戦いの武器を身に着けて隊列を組むことができ、忠誠に二心のない者が五万人。
34Van de stam Neftali duizend aanvoerders, die onder hun bevelen zeven en dertigduizend man hadden, gewapend met schild en speer.
34ナフタリのうち、千人の長たちと、彼らとともに盾と槍を携えた者が三万七千人。
35Van de stam Dan acht en twintigduizend zeshonderd welbewapende mannen.
35ダン人のうち、戦いのために隊列を組むことができる者が二万八千六百人。
36Van de stam Aser veertigduizend dienstplichtigen, welbewapende mannen.
36アシェルのうち、軍隊として出陣して隊列を組むことができる者が四万人。
37Uit het Overjordaanse kwamen er van de stammen Ruben, Gad en de halve stam van Manasse, honderd twintigduizend man, volledig toegerust.
37ヨルダン川の向こう側にあるルベン人、ガド人、およびマナセの半部族のうち、あらゆる戦いのためのすべての武器を身に着けていた者が十二万人。
38Dit waren allemaal strijdvaardige mannen, in regelmatig verband; ze kwamen met de beste bedoelingen naar Hebron, om David te verheffen tot koning van heel Israël. Ook de overige Israëlieten wilden eendrachtig David tot koning verheffen.
38隊列を組むことができるこれらすべての戦士たちは、ダビデを全イスラエルの王とするために、全き心をもってヘブロンにやって来た。イスラエルの残りの者も皆、ダビデを王とすることで心を一つにしていた。
39Zij waren daar drie dagen bij David, en aten en dronken; hun stamgenoten hadden voor hen gezorgd.
39彼らはそこでダビデとともに三日間過ごし、食べたり飲んだりした。彼らの兄弟たちが彼らのために備えていたからである。
40Want zelfs uit Issakar, Zabulon en Neftali werden door hun stamverwanten op ezels, kamelen, muildieren en runderen levensmiddelen aangevoerd: grote hoeveelheden meelspijzen, vijgen, rozijnen, wijn en olie, runderen en schapen. Zo’n vreugde heerste er in Israël!.
40さらに、彼らに近い者たちから、イッサカル、ゼブルン、ナフタリに至るまでもが、ろば、らくだ、騾馬、牛に食物を載せて持って来た。すなわち、小麦粉、いちじくの菓子、干しぶどう、ぶどう酒、油、それに牛と羊を豊かに持って来た。イスラエルの中に喜びがあったからである。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.