1 Kronieken 29
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Daarna sprak koning David tot al het vergaderde volk: Mijn zoon Salomon, die door Jahweh werd uitverkoren, is nog jong en tenger, en de taak is zwaar; want niet voor een mens is de bouw bestemd, maar voor Jahweh, den Heer.
1ダビデ王は全会衆に言った。「神がただ一人選ばれたわが子ソロモンは、まだ若く、経験も浅い。しかし、この事業は大きい。この宮は人のためではなく、主なる神のためだからである。
2Daarom heb ik reeds voor het huis van mijn God, zoveel ik maar kon, goud bijeengebracht voor de gouden, zilver voor de zilveren, brons voor de bronzen, ijzer voor de ijzeren, en hout voor de houten benodigdheden; verder een verzameling onyxstenen, karbonkels, jaspis en chrysoliet; een overvloed van kostbare steensoorten en marmer.
2私は力の限り、わが神の家のために準備をしてきた。金の物のために金を、銀の物のために銀を、青銅の物のために青銅を、鉄の物のために鉄を、木の物のために木を、さらに縞めのう、はめ込み用の石、色とりどりの象眼用の石、あらゆる宝石、大理石を大量に用意した。
3Maar nu wil ik daarenboven uit liefde voor het huis van mijn God ook nog mijn persoonlijk bezit aan goud en zilver afstaan voor het huis van mijn God, en het voegen bij al wat ik reeds voor het heiligdom heb vergaard;
3そのうえ私は、わが神の家を愛しているので、聖なる家のためにすでに用意したすべてのものに加え、自分の所有する金銀の財宝も、わが神の家にささげる。
4namelijk drieduizend talenten goud uit Ofir afkomstig, en zevenduizend talenten gelouterd zilver, voor het overtrekken van de wanden der gebouwen,
4すなわち、建物の壁を覆うため、オフィルの金三千タラントと、精錬された銀七千タラントをささげる。
5voor de verschillende gouden en zilveren voorwerpen en voor alle verdere kunstwerken. Wie wil er nu eveneens vandaag een gave aan Jahweh offeren?
5金の物のために金を、銀の物のために銀を、職人の手で造られるあらゆる物のためにこれを用いる。では今日、だれが自ら進んで主に身をささげるだろうか。」
6Nu boden de familiehoofden, de stamhoofden van Israël, de aanvoerders van duizend en van honderd, en de beambten in dienst van den koning hun vrijwillige gave aan,
6すると父祖の家のかしらたち、イスラエルの各部族の長、千人隊と百人隊の長、王の事業を管理する者たちが、進んでささげた。
7en schonken voor de bouw van het Godshuis vijfduizend talenten en tienduizend darieken goud, tienduizend talenten zilver, achttienduizend talenten brons en honderdduizend talenten ijzer.
7彼らは神の家の奉仕のために、金五千タラントと一万ダリク、銀一万タラント、青銅一万八千タラント、鉄十万タラントをささげた。
8Ook stonden zij nog hun persoonlijk bezit aan edelstenen af voor de schat van Jahweh’s tempel en stelden die den Gersjoniet Jechiël ter hand.
8宝石を持っていた者たちは、ゲルション人エヒエルの管理する主の家の宝物庫にそれを納めた。
9Het volk verheugde zich over hun vrijgevigheid, en over hun bereidwillige gave aan Jahweh; ook koning David was uitermate verheugd.
9民は、全き心で進んで主にささげたことを喜んだ。ダビデ王も大いに喜んだ。
10Toen richtte David in tegenwoordigheid van heel het vergaderde volk een dankgebed tot Jahweh en sprak: Gezegend zijt Gij Jahweh, God van Israël onzen vader, van eeuwigheid tot eeuwigheid!
10そこでダビデは全会衆の前で主をほめたたえ、こう言った。「私たちの父イスラエルの神、主よ。あなたはとこしえからとこしえまで、ほめたたえられる方です。
11Jahweh, U is de grootheid en macht, de heerlijkheid, de roem en de majesteit; want U behoort alles, wat zich in de hemel en op de aarde bevindt. Jahweh, U is de heerschappij; U, die U als heerser over alles verheft.
11主よ、偉大さ、力、栄光、勝利、威厳はあなたのものです。天と地にあるすべてのものはあなたのものだからです。主よ、王国はあなたのものです。あなたはすべてのものの上に、かしらとして高く上げられています。
12Rijkdom en aanzien komen van U; Gij regeert over alles. In uw hand ligt macht en kracht; alle grootheid en sterkte komen van U.
12富と誉れはあなたから出ます。あなたはすべてを治めておられます。力と勢いはあなたの御手のうちにあり、すべてのものを大いなる者とし、強くするのもあなたの御手にあります。
13Daarom prijzen wij U, onzen God, en loven uw heerlijke Naam.
13それゆえ今、私たちの神よ、私たちはあなたに感謝し、栄光に満ちた御名を賛美します。
14Want wie ben ik zelf, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn, zoveel gaven te offeren? Neen, van U komt dit alles, en wij offeren U slechts wat uit uw hand is gekomen.
14しかし、私は何者でしょう。私の民は何者でしょう。このように進んでささげる力が、私たちにあるというのでしょうか。すべてはあなたから出たものであり、私たちはあなたの御手から受けたものを、あなたにお返ししたにすぎません。
15Voor U zijn wij enkel vreemden en gasten, evenals onze vaderen; als een schaduw zijn onze dagen op aarde, zonder enig vooruitzicht.
15私たちは父祖たちと同じように、あなたの前では寄留者であり、旅人です。地上にある私たちの日々は影のようで、長くとどまることはありません。
16Jahweh, onze God, al de rijkdom, die wij hebben vergaard, om een huis te bouwen ter ere van uw heilige Naam, komt uit uw hand, aan U behoort alles.
16私たちの神、主よ。あなたの聖なる御名のために家を建てようと準備したこのすべての豊かな物は、あなたの御手から出たものであり、すべてあなたのものです。
17Ik weet, mijn God, dat Gij de harten toetst, en dat U oprechtheid behaagt. Welnu, met een oprecht hart heb ik dit alles geschonken en met vreugde gezien, hoe uw volk, hier aanwezig, U zijn gaven heeft gebracht.
17わが神よ。あなたは心を試し、まっすぐなことを喜ばれると、私は知っています。私はまっすぐな心で、これらすべてを進んでささげました。今ここにいるあなたの民も、進んであなたにささげるのを見て、私は喜んでいます。
18Jahweh, God van onze vaderen, van Abraham, Isaäk en Israël, maak, dat deze bereidwilligheid steeds moge blijven in het hart van uw volk, en richt hun harten op U.
18私たちの父祖アブラハム、イサク、イスラエルの神、主よ。この願いと志を、あなたの民の心の思いのうちにとこしえに保ち、彼らの心をあなたへ向けさせてください。
19Geef aan mijn zoon Salomon een gewillig hart, om uw geboden en voorschriften en wetten te onderhouden, alles ten uitvoer te brengen, en de bouw te voltooien, die ik heb opgezet.
19わが子ソロモンに全き心を与え、あなたの命令、証し、掟を守り、これらすべてを行い、私が準備を整えた宮を建てさせてください。」
20Daarna sprak David tot al het vergaderde volk: Looft nu Jahweh, uw God! En al het vergaderde volk loofde Jahweh, den God van hun vaderen; zij knielden neer en bogen zich voor Jahweh en den koning ter aarde.
20それからダビデは全会衆に言った。「今、あなたがたの神、主をほめたたえよ。」 全会衆は父祖の神、主をほめたたえ、頭を垂れ、主と王の前にひれ伏した。
21Zij slachtten offers voor Jahweh, en droegen de volgende dag voor heel Israël ter ere van Jahweh brandoffers op:duizend varren, duizend rammen, duizend lammeren, met de daarbij behorende plengoffers en nog vele andere offers.
21その翌日、彼らは主にいけにえをささげ、主に全焼のいけにえをささげた。雄牛千頭、雄羊千匹、子羊千匹と、それに伴う注ぎのささげ物、さらに全イスラエルのために多くのいけにえをささげた。
22In feestelijke stemming aten en dronken zij voor het aanschijn van Jahweh; en nadat zij Salomon, den zoon van David, andermaal tot koning hadden uitgeroepen, zalfden zij hem voor Jahweh tot koning, en Sadok tot priester.
22その日、彼らは主の前で食べて飲み、大いに喜んだ。そしてダビデの子ソロモンを再び王とし、主の前で油を注いで君とした。またツァドクにも油を注いで祭司とした。
23Zo besteeg Salomon na David, zijn vader, als koning de troon van Jahweh. Hij slaagde er in, heel Israël aan zich te onderwerpen;
23こうしてソロモンは父ダビデに代わって、主の王座に着き、王として栄えた。全イスラエルは彼に従った。
24ook de overheidspersonen, het keurkorps en zelfs de andere zonen van koning David boden aan koning Salomon hun onderwerping aan.
24すべての指導者、勇士、さらにダビデ王のすべての息子も、ソロモン王に服従した。
25En Jahweh schonk Salomon een buitengewoon groot aanzien bij heel Israël, en maakte zijn regering zo luisterrijk, als nog geen enkele koning van Israël vóór hem had gehad.
25主は全イスラエルの目の前でソロモンをこの上なく大いなる者とし、彼より前のイスラエルのどの王にもなかった王の威厳を彼に与えられた。
26Zo heeft David, de zoon van Jesse, over geheel Israël geregeerd.
26エッサイの子ダビデは全イスラエルを治めた。
27De tijd, dat hij over Israël regeerde, bedroeg veertig jaar; zeven jaar te Hebron, en drie en dertig in Jerusalem.
27彼がイスラエルを治めた期間は四十年であった。ヘブロンで七年、エルサレムで三十三年治めた。
28Hij overleed in gezegende ouderdom, rijk aan jaren, fortuin en aanzien; en zijn zoon Salomon volgde hem op.
28彼は長寿、富、誉れに満ち、幸いな老年を迎えて死んだ。その子ソロモンが代わって王となった。
29De geschiedenis van koning David, de vroegere zowel als de latere, staat beschreven in de Geschiedenis van den ziener Samuël, in die van den profeet Natan, en in die van den ziener Gad;
29ダビデ王の最初から最後までの事績は、先見者サムエルの記録、預言者ナタンの記録、先見者ガドの記録に書かれている。
30hierin vindt men ook een beschrijving van heel zijn bestuur, zijn heldendaden, en de verdere gebeurtenissen uit die tijd, welke hemzelf, Israël en alle koninkrijken der aarde zijn overkomen.
30そこには彼の統治と力、彼とイスラエル、および諸国のすべての王国に起こった出来事が記されている。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.