1 Samuel 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Toen kwamen de inwoners van Kirjat-Jearim de ark van Jahweh halen; ze brachten haar in het huis van Abinadab op de heuvel, en wijdden zijn zoon Elazar, om de ark van Jahweh te bewaken.
1キルヤテ・エアリムの人々は来て、主の箱を運び上げ、丘にあるアビナダブの家に運び入れた。そして彼の子エルアザルを聖別し、主の箱を守らせた。
2Er verliep een geruime tijd, wel twintig jaar, sinds de ark in Kirjat-Jearim een plaats had gevonden. Toen nam heel het huis Israël zijn toevlucht tot Jahweh.
2箱がキルヤテ・エアリムに留まった日から長い時が経ち、二十年になった。イスラエルの全家は主を慕い求めて嘆き悲しんだ。
3En Samuël sprak tot heel het huis Israël: Indien gij u met geheel uw hart tot Jahweh wilt bekeren, moet gij de vreemde goden, de Báals en de Asjtarten uit uw midden verwijderen, uw hart op Jahweh richten en Hem alleen dienen; dan zal Hij u uit de macht der Filistijnen bevrijden.
3サムエルはイスラエルの全家に語って言った。「もしあなたがたが心を尽くして主に立ち返るなら、異国の神々とアシュタロテをあなたがたの中から除き去り、心を主に向けて主にのみ仕えなさい。そうすれば、主はあなたがたをペリシテ人の手から救い出してくださる。」
4Inderdaad verwijderden de Israëlieten de Báals en de Asjtarten, en dienden Jahweh alleen.
4そこでイスラエルの人々はバアルとアシュタロテを除き去り、主にのみ仕えた。
5Nu sprak Samuël: Laat heel Israël bijeenkomen in Mispa; dan zal ik voor u tot Jahweh bidden.
5サムエルは言った。「全イスラエルをミツパに集めなさい。わたしがあなたがたのために主に祈ろう。」
6Zo kwamen ze bijeen in Mispa, schepten water en goten het uit voor het aanschijn van Jahweh, vastten die dag en beleden daar: Wij hebben tegen Jahweh gezondigd! Zo richtte Samuël de Israëlieten te Mispa.
6彼らはミツパにともに集まり、水を汲んで主の御前に注ぎ出し、その日は断食して、そこで「私たちは主に対して罪を犯した」と言った。サムエルはミツパでイスラエルの人々をさばいた。
7Toen de Filistijnen hoorden, dat de Israëlieten in Mispa bijeenwaren, trokken de Filistijnse tyrannen tegen Israël op. De Israëlieten vernamen het, en werden bevreesd voor de Filistijnen.
7イスラエルの人々がミツパにともに集まったことをペリシテ人が聞いた時、ペリシテ人の君主たちはイスラエルに対して上って来た。イスラエルの人々がそれを聞いた時、彼らはペリシテ人を恐れた。
8En de Israëlieten zeiden tot Samuël: Houd niet op, voor ons tot Jahweh onzen God te bidden, dat Hij ons uit de macht der Filistijnen bevrijde.
8イスラエルの人々はサムエルに言った。「私たちがペリシテ人の手から救われるように、私たちのために、私たちの神、主に向かって叫び求めるのをやめないでほしい。」
9En Samuël nam een leplammetje, en terwijl hij dat als een brandoffer aan Jahweh opdroeg, bad hij voor Israël tot Jahweh. En Jahweh verhoorde hem.
9サムエルは乳飲み羊を一匹取り、それを全焼のささげ物として主に献げた。サムエルがイスラエルのために主に向かって叫び求めると、主は彼に答えられた。
10Nog was Samuël bezig, het brandoffer op te dragen, toen de Filistijnen Israël begonnen aan te vallen. Maar Jahweh liet die dag tegen de Filistijnen zijn donder kraken, en bracht ze in verwarring, zodat ze door Israël werden verslagen.
10サムエルが全焼のささげ物を献げていた時、ペリシテ人はイスラエルと戦うために近づいて来た。しかし主はその日、ペリシテ人の上に大きな雷鳴をとどろかせて彼らを混乱に陥れられたため、彼らはイスラエルの前で打ち倒された。
11De krijgslieden van Israël zetten uit Mispa de Filistijnen achterna, en hakten tot onder Bet-Kar op hen in.
11イスラエルの男たちはミツパから出て行き、ペリシテ人を追撃して彼らを打ち、ベテ・カルの下まで至った。
12Toen nam Samuël een steen, plaatste die halverwege tussen Mispa en Sjen, noemden hem: Ében-Haézer, en sprak: “Tot hier toe heeft Jahweh ons geholpen.”
12それからサムエルは一つの石を取り、ミツパとシェンの間にそれを立てて、その名をエベン・エゼル と呼び、「ここまで主が私たちを助けてくださった」と言った。
13Zo werden de Filistijnen vernederd en waagden het niet meer, het gebied van Israël binnen te vallen. En zolang Samuël leefde, bleef de hand van Jahweh op de Filistijnen drukken.
13こうしてペリシテ人は打ち伏せられ、イスラエルの境界内に二度と入って来なかった。サムエルの生きている間、主の手はペリシテ人に逆らっていた。
14Ook de steden, die de Filistijnen op Israël veroverd hadden, kwamen aan Israël terug; zowel Ekron als Gat met hun omgeving bevrijdde Israël uit de macht der Filistijnen. Ook tussen Israël en de Amorieten bleef het vrede.
14ペリシテ人がイスラエルから奪った町々は、エクロンからガテに至るまでイスラエルに返還され、イスラエルはその境界をペリシテ人の手から取り戻した。イスラエルとアモリ人との間には平和があった。
15Samuël richtte Israël zolang hij leefde.
15サムエルは生涯、イスラエルをさばいた。
16Elk jaar maakte hij een rondreis over Betel en Gilgal en Mispa, en op al die plaatsen sprak hij recht over Israël.
16彼は年ごとにベテル、ギルガル、およびミツパを巡回し、これらすべての場所でイスラエルをさばいた。
17Dan keerde hij weer naar Rama terug, want daar stond zijn huis. Daar richtte hij Israël, en bouwde er een altaar voor Jahweh.
17彼が帰る所はラマであった。そこに彼の家があったからである。彼はそこでもイスラエルをさばき、そこに主のための祭壇を築いた。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.