1 Samuel 23
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Op zekere dag bracht men David de tijding: Zie, de Filistijnen belegeren Keïla, en plunderen de dorsvloeren leeg.
1有人告诉 大卫 说:「 非利士 人攻击 基伊拉 ,抢夺禾场。」
2Toen vroeg David aan Jahweh: Zal ik uitrukken en die Filistijnen verslaan? En Jahweh antwoordde David: Ruk uit, versla de Filistijnen en ontzet Keïla.
2所以 大卫 求问耶和华说:「我去攻打那些 非利士 人可以不可以?」耶和华对 大卫 说:「你可以去攻打 非利士 人,拯救 基伊拉 。」
3Maar de mannen van David zeiden: Hier in Juda zitten we al in de angst; en zouden we dan naar Keïla trekken, waar de Filistijnen in slagorde staan?
3跟随 大卫 的人对他说:「我们在 犹大 地这里尚且惧怕,何况往 基伊拉 去攻打 非利士 人的军旅呢?」
4Daarom ondervroeg David Jahweh nog eens; en Jahweh antwoordde hem: Trek gerust naar Keïla, want Ik lever de Filistijnen aan u over.
4大卫 又求问耶和华。耶和华回答说:「你起身下 基伊拉 去,我必将 非利士 人交在你手里。」
5Nu trok David met zijn mannen naar Keïla. Hij viel de Filistijnen aan, dreef hun vee weg en bracht hun een gevoelige nederlaag toe. Zo ontzette David de bewoners van Keïla.
5大卫 和跟随他的人往 基伊拉 去,与 非利士 人打仗,大大杀败他们,又夺获他们的牲畜。这样, 大卫 救了 基伊拉 的居民。
6Nu had Ebjatar, de zoon van Achimélek, toen hij naar David vluchtte en David naar Keïla begeleidde, de efod met zich meegenomen.
6亚希米勒 的儿子 亚比亚他 逃到 基伊拉 见 大卫 的时候,手里拿着以弗得。
7Toen men nu aan Saul meldde, dat David zich in Keïla bevond, dacht Saul: God heeft hem aan mij overgeleverd; want door een stad met deuren en grendels binnen te gaan, heeft hij zichzelf opgesloten.
7有人告诉 扫罗 说:「 大卫 到了 基伊拉 。」 扫罗 说:「他进了有门有闩的城,困闭在里头;这是 神将他交在我手里了。」
8Saul riep dus al de manschappen tot de strijd op, om naar Keïla te trekken en David met zijn mannen in te sluiten.
8于是 扫罗 招聚众民,要下去攻打 基伊拉 城,围困 大卫 和跟随他的人。
9Maar David kwam te weten, dat Saul vijandige plannen tegen hem smeedde. Daarom zeide hij tot Ebjatar, den priester: Breng de efod hier.
9大卫 知道 扫罗 设计谋害他,就对祭司 亚比亚他 说:「将以弗得拿过来。」
10En David bad: Jahweh, God van Israël; uw dienaar heeft vernomen, dat Saul van plan is, naar Keïla te komen, en om mijnent wil de stad te verwoesten.
10大卫 祷告说:「耶和华— 以色列 的 神啊,你仆人听真了 扫罗 要往 基伊拉 来,为我的缘故灭城。
11Zal Saul oprukken, zoals uw dienaar vernomen heeft? Jahweh, God van Israël, laat het uw dienaar weten. En Jahweh antwoordde: Ja.
11基伊拉 人将我交在 扫罗 手里不交? 扫罗 照着你仆人所听的话下来不下来?耶和华— 以色列 的 神啊,求你指示仆人!」耶和华说:「 扫罗 必下来。」
12Daarna vroeg David: Zullen de burgers van Keïla mij en mijn mannen aan Saul uitleveren? En Jahweh antwoordde: Ja.
12大卫 又说:「 基伊拉 人将我和跟随我的人交在 扫罗 手里不交?」耶和华说:「必交出来。」
13Toen brak David met zijn mannen op; het waren er ongeveer zeshonderd. Ze verlieten Keïla, en zwierven op goed geluk rond. En daar Saul de tijding ontving, dat David uit Keïla ontsnapt was, zag hij van de opmars af.
13大卫 和跟随他的约有六百人,就起身出了 基伊拉 ,往他们所能往的地方去。有人告诉 扫罗 , 大卫 离开 基伊拉 逃走;于是 扫罗 不出来了。
14Nu ging David in bergholen wonen, in de woestijn. Hij verbleef op het gebergte in de woestijn van Zif; en ofschoon Saul hem voortdurend zocht, liet God niet toe, dat David hem in handen viel.
14大卫 住在旷野的山寨里,常在 西弗 旷野的山地。 扫罗 天天寻索 大卫 , 神却不将 大卫 交在他手里。
15Toch was deze bevreesd, omdat Saul er op uit was, hem uit de weg te ruimen. Terwijl David zich te Chóresj in de woestijn van Zif bevond,
15大卫 知道 扫罗 出来寻索他的命。那时,他住在 西弗 旷野的树林里;
16besloot Jonatan, de zoon van Saul, naar David te gaan, en hem te sterken door vertrouwen op God.
16扫罗 的儿子 约拿单 起身,往那树林里去见 大卫 ,使他倚靠 神得以坚固,
17Hij sprak tot hem: Maak u niet bezorgd, want ge zult mijn vader Saul niet in handen vallen. Ge zult heersen over Israël, en ik zal eerst de tweede zijn; ook Saul, mijn vader, ziet dat in.
17对他说:「不要惧怕!我父 扫罗 的手必不加害于你;你必作 以色列 的王,我也作你的宰相。这事我父 扫罗 知道了。」
18En zij sloten samen een verbond voor het aanschijn van Jahweh. David bleef in Chóresj wonen, terwijl Jonatan huiswaarts keerde.
18于是二人在耶和华面前立约。 大卫 仍住在树林里, 约拿单 回家去了。
19Maar nu kwamen Zifieten naar Saul in Giba, en zeiden: David verschuilt zich bij ons in de bergholen bij Chóresj, op de heuvel van Chakila ten zuiden van de wildernis.
19西弗 人上到 基比亚 见 扫罗 ,说:「 大卫 不是在我们那里的树林里山寨中、旷野南边的 哈基拉山 藏着吗?
20Welnu, als het u, o koning, behaagt, er heen te gaan, doe het dan; wij zullen zorgen, dat hij aan den koning wordt uitgeleverd.
20王啊,请你随你的心愿下来,我们必亲自将他交在王的手里。」
21Saul sprak: Weest gezegend door Jahweh, omdat gij met mij medevoelt.
21扫罗 说:「愿耶和华赐福与你们,因你们顾恤我。
22Gaat u nog eens vergewissen en achterhaalt nauwkeurig de plek, waar hij zich ophoudt, en wie hem daar heeft gezien; want men heeft mij gezegd, dat hij buitengewoon slim is.
22请你们回去,再确实查明他的住处和行踪,是谁看见他在那里,因为我听见人说他甚狡猾。
23Onderzoekt nog eens goed in alle grotten, waar hij zich schuil kan houden, en komt bij mij terug, om mij in te lichten. Dan zal ik met u meegaan. En mocht hij in het land zijn, dan zal ik hem vinden uit alle duizenden van Juda!
23所以要看准他藏匿的地方,回来据实地告诉我,我就与你们同去。他若在 犹大 的境内,我必从千门万户中搜出他来。」
24Zij trokken er dus op uit, en gingen Saul voor naar Zif. David bevond zich toen met zijn mannen in de woestijn van Maon, in de steppe, zuidelijk van de wildernis.
24西弗 人就起身,在 扫罗 以先往 西弗 去。 大卫 和跟随他的人却在 玛云 旷野南边的 亚拉巴 。
25Maar toen hij vernam, dat Saul met zijn mannen hem kwam zoeken, daalde hij af naar de rots in de woestijn van Maon. Saul hoorde het, en ging David in de woestijn van Maon achterna.
25扫罗 和跟随他的人去寻找 大卫 ;有人告诉 大卫 ,他就下到磐石,住在 玛云 的旷野。 扫罗 听见,便在 玛云 的旷野追赶 大卫 。
26Saul marcheerde aan de ene kant van de berg, en David met zijn mannen aan de andere kant. David spoedde zich angstig voort, om Saul te ontlopen. En reeds omsingelde Saul met zijn mannen David met de zijnen, om hen gevangen te nemen,
26扫罗 在山这边走, 大卫 和跟随他的人在山那边走。 大卫 急忙躲避 扫罗 ;因为 扫罗 和跟随他的人,四面围住 大卫 和跟随他的人,要拿获他们。
27toen er eensklaps bij Saul een bode verscheen met de tijding: Vertrek ogenblikkelijk; want de Filistijnen zijn het land binnengevallen.
27忽有使者来报告 扫罗 说:「 非利士 人犯境抢掠,请王快快回去!」
28Saul staakte dus de achtervolging van David en ging de Filistijnen tegemoet. Daarom heeft men deze plaats Rots der Scheiding genoemd.
28于是 扫罗 不追赶 大卫 ,回去攻打 非利士 人。因此那地方名叫 西拉·哈玛希罗结 。
29Vandaar week David uit naar de spelonken van En-Gédi.
29大卫 从那里上去,住在 隐·基底 的山寨里。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.