1 Samuel 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Eens kwamen de Zifieten bij Saul in Giba met de tijding: Ge weet toch, dat David zich verscholen houdt bij de heuvel van Chakila tegenover de wildernis?
1西弗 人到 基比亚 见 扫罗 ,说:「 大卫 不是在旷野前的 哈基拉山 藏着吗?」
2Daarom rukte Saul uit, begeleid door drieduizend van de voortreffelijkste manschappen uit Israël, en daalde af naar de woestijn van Zif, om David daar op te sporen.
2扫罗 就起身,带领 以色列 人中挑选的三千精兵下到 西弗 的旷野,要在那里寻索 大卫 。
3Saul sloeg zijn kamp op langs de weg, bij de heuvel van Chakila, die tegenover de wildernis ligt. David, die zich in de woestijn ophield, bemerkte, dat Saul hem tot in de woestijn was gevolgd.
3扫罗 在旷野前的 哈基拉山 ,在道路上安营。 大卫 住在旷野,听说 扫罗 到旷野来追寻他,
4Hij zond dus verkenners uit, en kreeg de zekerheid, dat Saul te Nakon gekomen was.
4就打发人去探听,便知道 扫罗 果然来到。
5Nu trok David op, en bij de plek gekomen, waar Saul zijn kamp had opgeslagen, ontdekte hij de plaats, waar Saul lag te slapen met zijn legeroverste Abner, den zoon van Ner; Saul lag in het legerkamp, en het volk kampeerde in een kring om hem heen.
5大卫 起来,到 扫罗 安营的地方,看见 扫罗 和他的元帅 尼珥 的儿子 押尼珥 睡卧之处; 扫罗 睡在辎重营里,百姓安营在他周围。
6Nu sprak David tot Achimélek, den Chittiet, en tot Abisjai, den zoon van Seroeja en broer van Joab: Wie durft met mij tot Saul in de legerplaats doordringen? Abisjai antwoordde: Ik!
6大卫 对 赫 人 亚希米勒 和 洗鲁雅 的儿子 约押 的兄弟 亚比筛 说:「谁同我下到 扫罗 营里去?」 亚比筛 说:「我同你下去。」
7Zo drong David met Abisjai ‘s nachts tot de troep door. En zie, daar lag Saul in het legerkamp te slapen; aan zijn hoofdeinde stond zijn lans in de grond gestoken, en Abner lag met het volk in een kring om hem heen.
7于是 大卫 和 亚比筛 夜间到了百姓那里,见 扫罗 睡在辎重营里;他的枪在头旁,插在地上。 押尼珥 和百姓睡在他周围。
8En Abisjai zei tot David: Nu heeft God uw vijand in uw hand overgeleverd! Laat mij hem nu met zijn eigen lans in één stoot aan de grond vastpriemen; een tweede zal niet nodig zijn!
8亚比筛 对 大卫 说:「现在 神将你的仇敌交在你手里,求你容我拿枪将他刺透在地,一刺就成,不用再刺。」
9Maar David sprak tot Abisjai: Doe hem geen leed; want hoe kan iemand ongestraft de hand slaan aan den gezalfde van Jahweh?
9大卫 对 亚比筛 说:「不可害死他。有谁伸手害耶和华的受膏者而无罪呢?」
10En David ging voort: Zo waar Jahweh leeft; Jahweh alleen zal hem slaan, hetzij dat zijn dag komt en hij sterft, hetzij dat hij ten oorlog trekt en sneuvelt.
10大卫 又说:「我指着永生的耶和华起誓,他或被耶和华击打,或是死期到了,或是出战阵亡;
11Jahweh beware mij ervoor, dat ik mijn hand zou uitstrekken naar den gezalfde van Jahweh! Neem echter de lans, die aan zijn hoofdeinde staat met de waterkruik, en laat ons dan heengaan.
11我在耶和华面前,万不敢伸手害耶和华的受膏者。现在你可以将他头旁的枪和水瓶拿来,我们就走。」
12En David nam de lans met de waterkruik van het hoofdeinde van Saul weg, en ze gingen heen, zonder dat ook maar iemand het zag of bemerkte, zonder dat ook maar iemand wakker werd; want allen lagen zij te slapen: een slaap van Jahweh had hen overvallen.
12大卫 从 扫罗 的头旁拿了枪和水瓶,二人就走了,没有人看见,没有人知道,也没有人醒起,都睡着了,因为耶和华使他们沉沉地睡了。
13Aan de andere zijde gekomen, ging David ver weg op de top van de berg staan, zodat er een flinke afstand tussen hen was.
13大卫 过到那边去,远远地站在山顶上,与他们相离甚远。
14Nu riep hij tot het volk en tot Abner, den zoon van Ner: Geeft ge geen antwoord, Abner? Abner riep terug: Wie zijt ge, die daar den koning durft roepen?
14大卫 呼叫百姓和 尼珥 的儿子 押尼珥 说:「 押尼珥 啊,你为何不答应呢?」 押尼珥 说:「你是谁?竟敢呼叫王呢?」
15En David zeide tot Abner: Gij zijt toch een man, en niemand is u in Israël gelijk! Waarom hebt ge dan uw heer en koning niet bewaakt? Want er is een van de mannen gekomen, om uw heer en koning te doden.
15大卫 对 押尼珥 说:「你不是个勇士吗? 以色列 中谁能比你呢?民中有人进来要害死王—你的主,你为何没有保护王—你的主呢?
16Fraai is het niet, zoals ge u gedragen hebt. Zowaar Jahweh leeft, gij zijt kinderen des doods, omdat gij niet gewaakt hebt over uw heer, den gezalfde van Jahweh! Ge moet maar eens kijken, waar de lans van den koning is en de waterkruik, die aan zijn hoofdeinde stond.
16你这样是不好的!我指着永生的耶和华起誓,你们都是该死的;因为没有保护你们的主,就是耶和华的受膏者。现在你看看王头旁的枪和水瓶在哪里。」
17Saul herkende de stem van David en vroeg: Is dat niet uw stem, mijn zoon David? David antwoordde: Ja, heer koning.
17扫罗 听出是 大卫 的声音,就说:「我儿 大卫 ,这是你的声音吗?」 大卫 说:「主—我的王啊,是我的声音」;
18En hij vervolgde: Waarom blijft toch mijn heer zijn knecht achtervolgen? Wat heb ik gedaan en waaraan ben ik schuldig?
18又说:「我做了什么?我手里有什么恶事?我主竟追赶仆人呢?
19Maar laat mijn heer en koning nu luisteren naar de woorden van zijn dienaar: Als het Jahweh is, die u tegen mij opzet, moge Hij dan de geur van een offer aanvaarden. Maar als het mensen zijn, mogen zij dan gevloekt zijn voor Jahweh, omdat ze mij thans verdreven hebben en uitgesloten van Jahweh’s erfdeel, en mij hebben gezegd: “Ga andere goden dienen!”
19求我主我王听仆人的话:若是耶和华激发你攻击我,愿耶和华收纳祭物;若是人激发你,愿他在耶和华面前受咒诅;因为他现今赶逐我,不容我在耶和华的产业上有分,说:『你去事奉别神吧!』
20Neen, laat mijn bloed de grond niet drenken, terwijl ik verre ben van het aanschijn van Jahweh. Want de koning van Israël is uitgetrokken, om mij naar het leven te staan, gelijk men een patrijs in het bergland jaagt!
20现在求王不要使我的血流在离耶和华远的地方。 以色列 王出来是寻找一个虼蚤,如同人在山上猎取一个鹧鸪一般。」
21Saul sprak: Ik heb verkeerd gedaan! Kom terug, mijn zoon David; ik zal u geen kwaad meer doen, omdat heden mijn leven hoge waarde heeft gehad in uw ogen. Ja, ik heb zeer dwaas gehandeld en ik heb me schromelijk vergist.
21扫罗 说:「我有罪了!我儿 大卫 ,你可以回来,因你今日看我的性命为宝贵;我必不再加害于你。我是糊涂人,大大错了。」
22Maar David antwoordde: Hier is de lans van den koning. Laat een van de manschappen hierheen komen, om hem te halen.
22大卫 说:「王的枪在这里,可以吩咐一个仆人过来拿去。
23Jahweh zal aan ieder van ons zijn rechtschapenheid en trouw vergelden. Want ofschoon Jahweh u heden in mijn hand had geleverd, heb ik mijn hand niet geslagen aan den gezalfde van Jahweh.
23今日耶和华将王交在我手里,我却不肯伸手害耶和华的受膏者。耶和华必照各人的公义诚实报应他。
24Welnu, zoals heden uw leven een hoge waarde had in mijn ogen, zo zal mijn leven een hoge waarde hebben in de ogen van Jahweh, en zal Hij mij redden uit iedere nood.
24我今日重看你的性命,愿耶和华也重看我的性命,并且拯救我脱离一切患难。」
25En Saul sprak tot David: Gezegend zijt gij, mijn zoon David; grote daden zult ge verrichten, en veel tot stand kunnen brengen. Toen vervolgde David zijn weg, en Saul keerde naar zijn woonplaats terug.
25扫罗 对 大卫 说:「我儿 大卫 ,愿你得福!你必做大事,也必得胜。」于是 大卫 起行, 扫罗 回他的本处去了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.