Johannes
Chapter 1
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Chinese Union Vers…

Compare with

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Cornilescu Bible (1924), Cyrillic scriptSynodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)Stop comparing
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1In het begin was het Woord; En het Woord was bij God, En het Woord was God;
1太初有道,道与 神同在,道就是 神。
2Het was bij God in het begin.
2这道太初与 神同在。
3Alles is door Hem ontstaan; En zonder Hem is niets ontstaan.
3万物是借着他造的;凡被造的,没有一样不是借着他造的。
4In wat bestond, was Hij het leven, En het Leven was het licht der mensen;
4生命在他里头,这生命就是人的光。
5Het Licht schijnt in de duisternis, Maar de duisternis nam het niet aan.
5光照在黑暗里,黑暗却不接受光。
6Er kwam een mens, van God gezonden; Johannes was zijn naam.
6有一个人,是从 神那里差来的,名叫 约翰 。
7Hij kwam tot getuigenis, om van het Licht te getuigen, Opdat allen door hem zouden geloven.
7这人来,为要作见证,就是为光作见证,叫众人因他可以信。
8Hijzelf was niet het Licht, Maar hij moest getuigen van het Licht.
8他不是那光,乃是要为光作见证。
9Het waarachtige Licht, Dat alle mensen verlicht, Kwam in de wereld.
9那光是真光,照亮一切生在世上的人。
10Hij was in de wereld, En ofschoon de wereld door Hem was ontstaan, Erkende de wereld Hem niet.
10他在世界,世界也是借着他造的,世界却不认识他。
11Hij kwam in zijn eigen bezit; Ook de zijnen ontvingen Hem niet.
11他到自己的地方来,自己的人倒不接待他。
12Maar aan allen, die Hem ontvingen, Gaf Hij de macht, Gods kinderen te worden: Aan allen, die in zijn Naam geloven,
12凡接待他的,就是信他名的人,他就赐他们权柄作 神的儿女。
13Die niet uit bloed, Noch uit de wil van vlees of man, Maar die uit God zijn geboren.
13这等人不是从血气生的,不是从情欲生的,也不是从人意生的,乃是从 神生的。
14Het Woord is vlees geworden, En heeft onder ons gewoond! En wij hebben zijn glorie aanschouwd: Een glorie als van den Eengeborene uit den Vader, Vol van genade en waarheid.
14道成了肉身,住在我们中间,充充满满地有恩典有真理。我们也见过他的荣光,正是父独生子的荣光。
15Johannes getuigde van Hem en riep uit: Van Hem was het, dat ik sprak: Die na mij komt, is mij voorafgegaan; Want Hij bestond eerder dan ik.
15约翰 为他作见证,喊着说:「这就是我曾说:『那在我以后来的,反成了在我以前的,因他本来在我以前。』」
16Waarachtig, uit zijn volheid ontvingen wij allen De éne genade na de andere;
16从他丰满 的恩典 里,我们都领受了,而且恩上加恩。
17Zeker, de Wet is door Moses gegeven, Maar de genade en waarheid zijn door Jesus Christus gekomen.
17律法本是借着 摩西 传的;恩典和真理都是由耶稣基督来的。
18Niemand heeft ooit God gezien; God zelf, de eengeboren Zoon, Die in de schoot des Vaders is, Heeft Hem verkondigd.
18从来没有人看见 神,只有在父怀里的独生子将他表明出来。
19En dit is de getuigenis van Johannes, toen de Joden uit Jerusalem priesters en levieten tot hem zonden, om hem te vragen: Wie zijt gij?
19约翰 所作的见证记在下面: 犹太 人从 耶路撒冷 差祭司和 利未 人到 约翰 那里,问他说:「你是谁?」
20Hij erkende het openlijk: Niet ik ben de Christus.
20他就明说,并不隐瞒,明说:「我不是基督。」
21Ze vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elias? Hij zeide: Ik ben het niet. Zijt gij de profeet? Hij antwoordde: Neen.
21他们又问他说:「这样,你是谁呢?是 以利亚 吗?」他说:「我不是。」「是那先知吗?」他回答说:「不是。」
22Ze zeiden hem dan: Wie zijt ge; opdat we antwoord brengen aan hen, die ons gezonden hebben; wat zegt ge van uzelf?
22于是他们说:「你到底是谁,叫我们好回复差我们来的人。你自己说,你是谁?」
23Hij sprak: Ik ben de “stem van een roepende in de woestijn: Maakt recht de weg des Heren”, zoals de profeet Isaias heeft gezegd.
23他说:「我就是那在旷野有人声喊着说:『修直主的道路』,正如先知 以赛亚 所说的。」
24De afgevaardigden nu behoorden tot de farizeën;
24那些人是法利赛人差来的;
25ze ondervroegen hem, en zeiden: Waarom doopt ge dan, zo ge de Christus niet zijt, noch Elias, noch de profeet?
25他们就问他说:「你既不是基督,不是 以利亚 ,也不是那先知,为什么施洗呢?」
26Johannes gaf hun ten antwoord: Ik doop met water; maar midden onder u staat Hij, dien gij niet kent.
26约翰 回答说:「我是用水施洗,但有一位站在你们中间,是你们不认识的,
27Hij is het, die na mij komt; ik ben niet waardig, zijn schoenriem los te maken.
27就是那在我以后来的,我给他解鞋带也不配。」
28Dit gebeurde te Betánië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes toen doopte.
28这是在 约旦河 外 伯大尼 , 约翰 施洗的地方作的见证。
29Daags daarna zag hij Jesus tot zich komen; en hij zeide: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt.
29次日, 约翰 看见耶稣来到他那里,就说:「看哪, 神的羔羊,除去世人罪孽的!
30Deze is het, van wien ik sprak: Na mij komt een Man, die mij is voorafgegaan; want Hij bestond eerder dan ik.
30这就是我曾说:『有一位在我以后来、反成了在我以前的,因他本来在我以前。』
31Ook ik kende Hem niet; maar juist daarom kwam ik dopen met water, om Hem aan Israël bekend te maken.
31我先前不认识他,如今我来用水施洗,为要叫他显明给 以色列 人。」
32Nog getuigde Johannes: Ik heb den Geest als een duif uit de hemel zien dalen, en op Hem rusten.
32约翰 又作见证说:「我曾看见圣灵,仿佛鸽子从天降下,住在他的身上。
33Ook ik kende Hem niet; maar Hij die mij zond, om met water te dopen, Hij sprak tot mij: Op wien ge den Geest ziet nederdalen en rusten, Hij is het, die doopt met den Heiligen Geest.
33我先前不认识他,只是那差我来用水施洗的、对我说:『你看见圣灵降下来,住在谁的身上,谁就是用圣灵施洗的。』
34Ik heb het gezien, en ik heb getuigd: Hij is de Zoon van God.
34我看见了,就证明这是 神的儿子。」
35Daags daarna stond Johannes daar weer met twee zijner leerlingen.
35再次日, 约翰 同两个门徒站在那里。
36En met de blik op Jesus, die voorbijging, zeide hij: Zie het Lam Gods.
36他见耶稣行走,就说:「看哪,这是 神的羔羊!」
37De twee leerlingen hoorden hem dit zeggen, en gingen Jesus achterna.
37两个门徒听见他的话,就跟从了耶稣。
38Jesus keerde Zich om, zag dat ze Hem volgden, en sprak tot hen: Wat zoekt gij? Ze zeiden Hem: Rabbi (dat betekent: Meester), waar houdt Gij verblijf?
38耶稣转过身来,看见他们跟着,就问他们说:「你们要什么?」他们说:「拉比,在哪里住?」(拉比翻出来就是夫子。)
39Hij zei hun: Komt het zien. Ze kwamen dan zien, waar Hij verblijf hield, en bleven die dag bij Hem. Het was omtrent het tiende uur.
39耶稣说:「你们来看。」他们就去看他在哪里住,这一天便与他同住;那时约有申正了。
40Andreas, de broer van Simon Petrus, was één van de twee, die dit van Johannes hadden gehoord, en Hem waren gevolgd.
40听见 约翰 的话跟从耶稣的那两个人,一个是 西门·彼得 的兄弟 安得烈 。
41Hij ontmoette zijn broer Simon het eerst, en zeide tot hem: We hebben den Messias (dat betekent: Christus) gevonden.
41他先找着自己的哥哥 西门 ,对他说:「我们遇见弥赛亚了。」(弥赛亚翻出来就是基督。)
42En hij leidde hem tot Jesus. Jesus zag hem aan, en sprak: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult Kefas heten (dat betekent: Petrus).
42于是领他去见耶稣。耶稣看着他,说:「你是 约翰 的儿子 西门 ,你要称为 矶法 。」( 矶法 翻出来就是 彼得 。)
43Daags daarna wilde Hij naar Galilea vertrekken; toen ontmoette Hij Filippus. En Jesus zeide tot hem: Volg Mij.
43又次日,耶稣想要往 加利利 去,遇见 腓力 ,就对他说:「来跟从我吧。」
44Filippus was van Betsáida, de stad van Andreas en Petrus.
44这 腓力 是 伯赛大 人,和 安得烈 、 彼得 同城。
45Filippus ontmoette Natánaël, en sprak tot hem: Van wien Moses in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, dien hebben we gevonden: Jesus, den zoon van Josef, uit Názaret.
45腓力 找着 拿但业 ,对他说:「 摩西 在律法上所写的和众先知所记的那一位,我们遇见了,就是 约瑟 的儿子 拿撒勒 人耶稣。」
46Natánaël zei hem: Kan er iets goeds komen uit Názaret? Filippus zei hem: Kom het zien.
46拿但业 对他说:「 拿撒勒 还能出什么好的吗?」 腓力 说:「你来看!」
47Jesus zag Natánaël naar Zich toe komen, en zeide van hem: Ziedaar een waar Israëliet, in wien geen bedrog is.
47耶稣看见 拿但业 来,就指着他说:「看哪,这是个真 以色列 人,他心里是没有诡诈的。」
48Natánaël zeide Hem: Hoe kent Gij mij? Jesus gaf hem ten antwoord: Voordat Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgeboom.
48拿但业 对耶稣说:「你从哪里知道我呢?」耶稣回答说:「 腓力 还没有招呼你,你在无花果树底下,我就看见你了。」
49Natánaël antwoordde Hem: Rabbi, Gij zijt de Zoon van God; Gij zijt de Koning van Israël.
49拿但业 说:「拉比,你是 神的儿子,你是 以色列 的王!」
50Jesus antwoordde hem: Gelooft ge, omdat Ik u zeide: Ik zag u onder de vijgeboom? Grotere dingen zult ge zien.
50耶稣对他说:「因为我说『在无花果树底下看见你』,你就信吗?你将要看见比这更大的事」;
51En Hij sprak tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Gij zult de hemel geopend zien, en de engelen Gods zien opstijgen en nederdalen over den Mensenzoon.
51又说:「我实实在在地告诉你们,你们将要看见天开了, 神的使者上去下来在人子身上。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.