Johannes
Chapter 11
Petrus Canisius Bible, 1…

Read in

Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)Brezhoneg (Breton Gospels, 1827)Judson Burmese Bible (1840)Chamorro: Gospels, Acts and PsalmsChinese Union Version, punctuated (Simplified)Chinese Union Version, punctuated (Traditional)Coptic New TestamentCoptic New Testament (Bohairic)Kralice Bible (1613)Testamenta Marra (Dieri New Testament)Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)Asang Khongca Bible (Eastern Khumi Chin, 2019)Berean Standard BibleDouay-Rheims Bible, American Edition (1899)King James Version with ApocryphaWorld English BibleLondona Biblio (Esperanto, 1910)Louis Segond 1910Lutherbibel 1912Greek New Testament, word by word (STEPBible TAGNT)Greek New Testament: 1904 Patriarchal Text (Byzantine)Greek New Testament: Byzantine Text (Robinson–Pierpont 2018)Greek New Testament: Textus ReceptusSBL Greek New TestamentBaibala Hemolele (Hawaiian Bible, 1868 revision)Modern Hebrew BibleDiodati Bibbia 1885Freedom Bible (フリーダム・バイブル)Korean Bible, 1910 (한국어 성경)Bible Mutal (Kosraean)Clementine Vulgate, 1598Baibal Olcim (Matupi Chin)Meriam Mir GospelsOld Persian Version (ترجمه قدیم)Kadede Kap (Pohnpeian New Testament and Psalms)Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)Synodal Translation (Синодальный перевод)Daničić–Karadžić Bible (1868), CyrillicReina-Valera 1909Biblia Takatifu (Swahili): New Testament portionsFreedom Bible (Thai)Tongan Bible, Revised West VersionKulish and Puluj Bible (1905)Vietnamese Bible (1923 translation)
vs Chinese Union Vers…

Compare with

Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Nu was er een zieke, zekere Lázarus van Betánië, uit het dorp van Maria en van Marta, haar zuster.
1有一个患病的人,名叫 拉撒路 ,住在 伯大尼 ,就是 马利亚 和她姊姊 马大 的村庄。
2Het was de Maria, die den Heer met reukwerk gezalfd en zijn voeten met de haren afgedroogd heeft; de zieke Lázarus was haar broer.
2这 马利亚 就是那用香膏抹主,又用头发擦他脚的;患病的 拉撒路 是她的兄弟。
3De zusters lieten Hem dus berichten: Zie, Heer: hij, dien Gij liefhebt, is ziek.
3她姊妹两个就打发人去见耶稣,说:「主啊,你所爱的人病了。」
4Toen Jesus dit vernam, zeide Hij: Deze ziekte loopt niet uit op de dood, maar ze dient tot glorie van God, en om Gods Zoon te verheerlijken.
4耶稣听见,就说:「这病不至于死,乃是为 神的荣耀,叫 神的儿子因此得荣耀。」
5Jesus had Marta, haar zuster en ook Lázarus lief.
5耶稣素来爱 马大 和她妹子并 拉撒路 。
6Toen Hij had vernomen, dat hij ziek was, bleef Hij toch nog twee dagen ter plaatse, waar Hij zich bevond.
6听见 拉撒路 病了,就在所居之地仍住了两天。
7Nu eerst sprak Hij tot de leerlingen: Laten we weer naar Judea gaan.
7然后对门徒说:「我们再往 犹太 去吧。」
8De leerlingen zeiden Hem: Rabbi, kort geleden zochten de Joden U te stenigen, en gaat Gij nu opnieuw daarheen?
8门徒说:「拉比, 犹太 人近来要拿石头打你,你还往那里去吗?」
9Jesus antwoordde: Heeft de dag geen twaalf uren?
9耶稣回答说:「白日不是有十二小时吗?人在白日走路,就不至跌倒,因为看见这世上的光。
10Zo iemand wandelt bij dag, dan stoot hij zich niet, omdat hij het licht dezer wereld ziet; maar als hij wandelt bij nacht, dan stoot hij zich, omdat hij geen licht heeft.
10若在黑夜走路,就必跌倒,因为他没有光。」
11Zo sprak Hij. Daarna zei Hij tot hen: Onze vriend Lázarus is ingeslapen; maar Ik ga hem wekken.
11耶稣说了这话,随后对他们说:「我们的朋友 拉撒路 睡了,我去叫醒他。」
12Zijn leerlingen zeiden Hem: Heer, als hij slaapt, zal hij genezen.
12门徒说:「主啊,他若睡了,就必好了。」
13Maar Jesus had van zijn dood gesproken, terwijl zij meenden, dat Hij van gewoon inslapen sprak.
13耶稣这话是指着他死说的,他们却以为是说照常睡了。
14Daarom zei Jesus hun toen ronduit: Lázarus is gestorven.
14耶稣就明明地告诉他们说:「 拉撒路 死了。
15En om u verheug Ik mij, dat Ik er niet aanwezig was, opdat gij geloven moogt. Maar laten we nu naar hem toegaan.
15我没有在那里就欢喜,这是为你们的缘故,好叫你们相信。 如今 我们可以往他那里去吧。」
16Toen zei Tomas, ook Didumus geheten, tot zijn medeleerlingen: Laten ook wij gaan, om met Hem te sterven.
16多马 ,又称为 低土马 ,就对那同作门徒的说:「我们也去和他同死吧。」
17Maar bij zijn aankomst vond Jesus hem reeds vier dagen in het graf.
17耶稣到了,就知道 拉撒路 在坟墓里已经四天了。
18Daar Betánië dicht bij Jerusalem lag, op ongeveer vijftien stadiën afstand,
18伯大尼 离 耶路撒冷 不远,约有六里路。
19waren er veel Joden naar Marta en Maria gekomen, om haar hun rouwbeklag te doen over haar broer.
19有好些 犹太 人来看 马大 和 马利亚 ,要为她们的兄弟安慰她们。
20Zodra Marta Jesus’ aankomst vernam, ging ze Hem tegemoet; Maria bleef thuis.
20马大 听见耶稣来了,就出去迎接他; 马利亚 却仍然坐在家里。
21En Marta zei tot Jesus: Heer, zo Gij hier waart geweest, was mijn broer niet gestorven.
21马大 对耶稣说:「主啊,你若早在这里,我兄弟必不死。
22Maar zelfs nu weet ik nog, dat God U zal geven, wat Gij Hem vraagt.
22就是现在,我也知道,你无论向 神求什么, 神也必赐给你。」
23Jesus sprak tot haar: Uw broer zal verrijzen.
23耶稣说:「你兄弟必然复活。」
24Marta zeide Hem: Ik weet, dat hij verrijzen zal bij de opstanding op de jongste dag.
24马大 说:「我知道在末日复活的时候,他必复活。」
25Jesus sprak tot haar: Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven;
25耶稣对她说:「复活在我,生命也在我。信我的人虽然死了,也必复活;
26en wie leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven voor eeuwig. Gelooft ge dit?
26凡活着信我的人必永远不死。你信这话吗?」
27Ze zeide Hem: Ja, Heer; ik geloof, dat Gij de Christus zijt, Gods Zoon, die in de wereld komt.
27马大 说:「主啊,是的,我信你是基督,是 神的儿子,就是那要临到世界的。」
28Na deze woorden ging ze heen, om Maria, haar zuster, te roepen; heel in stilte zeide ze haar: De Meester is daar, en roept u.
28马大 说了这话,就回去暗暗地叫她妹子 马利亚 ,说:「夫子来了,叫你。」
29Zodra deze het hoorde, stond ze haastig op, en ging naar Hem toe.
29马利亚 听见了,就急忙起来,到耶稣那里去。
30Jesus was nog niet in het dorp gekomen, maar bevond Zich nog op de plaats. waar Marta Hem had ontmoet.
30那时,耶稣还没有进村子,仍在 马大 迎接他的地方。
31De Joden, die bij Maria in huis waren, om hun rouwbeklag te doen, zagen haar ijlings opstaan en heengaan; zij volgden haar, in de mening, dat ze naar het graf ging, om er te wenen.
31那些同 马利亚 在家里安慰她的 犹太 人,见她急忙起来出去,就跟着她,以为她要往坟墓那里去哭。
32Zodra Maria kwam, waar Jesus was, en Hem zag, viel ze voor zijn voeten neer, en sprak tot Hem: Heer, zo Gij hier waart geweest, was mijn broer niet gestorven.
32马利亚 到了耶稣那里,看见他,就俯伏在他脚前,说:「主啊,你若早在这里,我兄弟必不死。」
33Toen Jesus haar zag wenen, en de Joden zag wenen, die haar vergezelden, werd Hij hevig bewogen en ontroerd.
33耶稣看见她哭,并看见与她同来的 犹太 人也哭,就心里悲叹,又甚忧愁,
34Hij sprak: Waar hebt gij hem begraven? Ze zeiden Hem: Heer, kom het zien.
34便说:「你们把他安放在哪里?」他们回答说:「请主来看。」
35En Jesus weende.
35耶稣哭了。
36De Joden zeiden: Zie, hoe Hij hem liefhad.
36犹太 人就说:「你看他爱这人是何等恳切。」
37Maar sommigen hunner zeiden: Kon Hij, die de ogen van den blinde heeft geopend, niet even goed zorgen, dat deze niet stierf?
37其中有人说:「他既然开了瞎子的眼睛,岂不能叫这人不死吗?」
38Jesus dan, opnieuw hevig bewogen, kwam bij het graf. Het was een grot, en een steen sloot de ingang af.
38耶稣又心里悲叹,来到坟墓前;那坟墓是个洞,有一块石头挡着。
39Jesus sprak: Neemt de steen weg. Marta, de zuster van den overledene, zeide Hem: Heer, hij riekt al; want het is reeds de vierde dag.
39耶稣说:「你们把石头挪开。」那死人的姊姊 马大 对他说:「主啊,他现在必是臭了,因为他 死了 已经四天了。」
40Jesus sprak tot haar: Heb Ik u niet gezegd: Wanneer ge gelooft, zult ge Gods heerlijkheid zien?
40耶稣说:「我不是对你说过,你若信,就必看见 神的荣耀吗?」
41Men nam dus de steen weg. Toen sloeg Jesus de ogen omhoog, en sprak: Vader, Ik dank U, omdat Gij Mij hebt verhoord.
41他们就把石头挪开。耶稣举目 望天 ,说:「父啊,我感谢你,因为你已经听我。
42Ik wist wel, dat Gij Mij altijd verhoort; maar Ik zeg het terwille van de omstaande menigte, opdat ze mogen geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
42我也知道你常听我,但我说这话是为周围站着的众人,叫他们信是你差了我来。」
43Na deze woorden riep Hij met luider stem: Lázarus, kom uit.
43说了这话,就大声呼叫说:「 拉撒路 出来!」
44En de dode kwam te voorschijn, de voeten en handen in windsels gewikkeld, en zijn gezicht met een zweetdoek omwonden. Jesus zei hun: Maakt hem los, en laat hem gaan.
44那死人就出来了,手脚裹着布,脸上包着手巾。耶稣对他们说:「解开,叫他走!」
45Velen van de Joden, die naar Maria waren gekomen, en gezien hadden, wat Jesus gedaan had, geloofden daarom in Hem.
45那些来看 马利亚 的 犹太 人见了耶稣所做的事,就多有信他的;
46Maar sommigen van hen liepen naar de farizeën, en deelden hun mee, wat Jesus gedaan had.
46但其中也有去见法利赛人的,将耶稣所做的事告诉他们。
47Toen riepen de opperpriesters en farizeën de Hoge Raad bijeen. Ze zeiden: Wat doen we? Want die man doet veel wonderen.
47祭司长和法利赛人聚集公会,说:「这人行好些神迹,我们怎么办呢?
48Als we Hem zó laten begaan, zullen ze allemaal in Hem geloven; dan zullen de Romeinen komen, en ons land en volk verdelgen.
48若这样由着他,人人都要信他, 罗马 人也要来夺我们的地土和我们的百姓。」
49Maar één hunner, Káifas, die dat jaar de hogepriester was, sprak tot hen: Weet gij geen uitkomst?
49内中有一个人,名叫 该亚法 ,本年作大祭司,对他们说:「你们不知道什么。
50Beseft gij dan niet, dat het goed voor u is, dat één mens sterft voor het heil van het volk, en niet het hele volk te gronde gaat?
50独不想一个人替百姓死,免得通国灭亡,就是你们的益处。」
51Dit zei hij niet uit zichzelf. Maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jesus sterven zou voor het heil van het volk;
51他这话不是出于自己,是因他本年作大祭司,所以预言耶稣将要替这一国死;
52en niet voor het volk alleen, maar ook om de verstrooide kinderen Gods bijeen te brengen.
52也不但替这一国死,并要将 神四散的子民都聚集归一。
53Van die dag af waren ze besloten, Hem te doden.
53从那日起,他们就商议要杀耶稣
54Daarom trad Jesus niet meer in het openbaar onder de Joden op, maar trok Hij Zich terug in een streek nabij de woestijn, in een stad, Efrem genaamd; en daar bleef Hij met zijn leerlingen.
54所以,耶稣不再显然行在 犹太 人中间,就离开那里往靠近旷野的地方去,到了一座城,名叫 以法莲 ,就在那里和门徒同住。
55Intussen was het paasfeest der Joden genaderd, en trokken er velen van het land nog vóór het paasfeest naar Jerusalem op, om zich te reinigen.
55犹太 人的逾越 节 近了,有许多人从乡下上 耶路撒冷 去,要在节前洁净自己。
56Ze zochten naar Jesus, en zeiden in de tempel onder elkander: Wat dunkt u? Zou Hij niet op het feest komen?
56他们就寻找耶稣,站在殿里彼此说:「你们的意思如何,他不来过节吗?」
57Maar de opperpriesters en de farizeën hadden bevel gegeven, het aan te brengen, wanneer iemand wist, waar Hij was; dan konden ze Hem gevangen nemen.
57那时,祭司长和法利赛人早已吩咐说,若有人知道耶稣在哪里,就要报明,好去拿他。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.