Micha 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Simplified)
1Het woord van Jahweh, dat tot Mikeas van Moresjet werd gericht ten tijde van Jotam, Achaz en Ezekias, koningen van Juda, en wat hij over Samaria en Jerusalem schouwde.
1当 犹大 王 约坦 、 亚哈斯 、 希西家 在位的时候, 摩利沙 人 弥迦 得耶和华的默示,论 撒马利亚 和 耶路撒冷 。
2Hoort allen, gij volken, Luister aarde met wat ze bevat: Jahweh, de Heer, komt tegen u getuigen, De Heer uit zijn heilige tempel!
2万民哪,你们都要听! 地和其上所有的,也都要侧耳而听! 主耶和华从他的圣殿 要见证你们的不是。
3Want zie, Jahweh verlaat reeds zijn woning, Daalt neer, en betreedt de toppen der aarde;
3看哪,耶和华出了他的居所, 降临步行地的高处。
4De bergen smelten onder Hem weg, de dalen splijten vaneen Als was voor het vuur, als water dat van de helling gutst.
4众山在他以下必消化, 诸谷必崩裂, 如蜡化在火中, 如水冲下山坡。
5Dat alles om de misdaad van Jakob, Om de zonden van Israëls huis! Wat is de misdaad van Jakob: Is het niet Samaria? Wat de zonde van het huis van Juda: Is het niet Jerusalem?
5这都因 雅各 的罪过, 以色列 家的罪恶。 雅各 的罪过在哪里呢? 岂不是在 撒马利亚 吗? 犹大 的邱坛在哪里呢? 岂不是在 耶路撒冷 吗?
6Van Samaria heb Ik een puinhoop gemaakt, Een veld, om er een wijngaard te planten; Zijn stenen in het dal doen rollen, Zijn fundamenten ontbloot.
6所以我必使 撒马利亚 变为田野的乱堆, 又作为种葡萄之处; 也必将她的石头倒在谷中, 露出根基来。
7Al zijn beelden vernield, al zijn schatten verbrand, Al zijn goden heb Ik aan gruizel geslagen; Want van hoerenloon zijn ze bijeen gebracht, Tot hoerenloon keren ze terug.
7她一切雕刻的偶像必被打碎; 她所得的财物必被火烧; 所有的偶像我必毁灭; 因为是从妓女雇价所聚来的, 后必归为妓女的雇价。
8Daarom wil ik klagen en jammeren, Barrevoets lopen en naakt; Als jakhalzen huilen, En kermen als struisen!
8先知说:因此我必大声哀号, 赤脚露体而行; 又要呼号如野狗, 哀鸣如鸵鸟。
9Ja, zijn ramp is ongeneeslijk; Maar zij zal ook Juda treffen, Tot de poort van mijn volk, Tot Jerusalem komen!
9因为 撒马利亚 的伤痕无法医治, 延及 犹大 和 耶路撒冷 我民的城门。
10Verkondigt het niet in Gat, Weent niet in Bokim; Wentelt in Bet-Ofra U niet in het stof.
10不要在 迦特 报告这事, 总不要哭泣; 我在 伯·亚弗拉 滚于灰尘之中。
11Het volk van Sjafir heeft u verraden, De steden der schande zijn niet ten strijde getrokken; Het volk van Saänan is afgevallen, Bet-Haésel heeft u zijn bijstand onttrokken.
11沙斐 的居民哪,你们要赤身蒙羞过去。 撒南 的居民不敢出来。 伯·以薛 人的哀哭使你们无处可站。
12Ja, het hoopt nog op voordeel Het volk van Marot, Als de rampspoed door Jahweh gezonden, Aan de poort van Jerusalem daalt.
12玛律 的居民心甚忧急,切望得好处, 因为灾祸从耶和华那里临到 耶路撒冷 的城门。
13Span de paarden voor de wagen, Bevolking van Lakisj: Dit is het begin van uw straf, dochter van Sion, Want ook bij u worden de zonden van Israël gevonden.
13拉吉 的居民哪,要用快马套车; 锡安 民的罪由你而起; 以色列 人的罪过在你那里显出。
14Daarom zult ge Morésjet-Gat Een bruidsgeschenk moeten geven, En zullen de huizen van Akzib Een ontgoocheling voor de koningen van Israël zijn.
14犹大 啊,你要将礼物送给 摩利设·迦特 。 亚革悉 的众族必用诡诈待 以色列 诸王。
15Ook u zal Ik een veroveraar zenden, Volk van Maresja; Tot Elam zal de glorie van Israël De wijk moeten nemen.
15玛利沙 的居民哪, 我必使那夺取你的来到你这里; 以色列 的尊贵人必到 亚杜兰 。
16Scheer u helemaal kaal Om uw lieve kinderen; Maak u kaal als een gier, Want ze gaan in ballingschap van u heen!
16犹大 啊,要为你所喜爱的儿女剪除你的头发, 使头光秃,要大大地光秃,如同秃鹰, 因为他们都被掳去离开你。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.