1 Samuel 20
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Uit het profetenhuis te Rama vluchtend, verscheen David voor Jonatan en sprak: Wat heb ik toch misdaan? Waaraan ben ik schuldig en wat voor kwaad heb ik jegens uw vader bedreven, dat hij mij naar het leven staat?
1大衛 從 拉瑪 的 拿約 逃跑,來到 約拿單 那裏,對他說:「我做了甚麼?有甚麼罪孽呢?在你父親面前犯了甚麼罪,他竟尋索我的性命呢?」
2Hij antwoordde hem: Dat moet ge niet zeggen; ge zult niet sterven. Zie, mijn vader doet niets, belangrijk of niet, of hij zegt het mij. Waarom zou mijn vader mij juist dit voornemen verbergen? Geen sprake van!
2約拿單 回答說:「斷然不是!你必不致死。我父做事,無論大小,沒有不叫我知道的。怎麼獨有這事隱瞞我呢?決不如此。」
3Maar David bezwoer hem nog eens: Uw vader weet heel goed, dat ik bij u in de gunst sta. Hij zal dus denken: Jonatan moet dit niet weten; anders wordt hij bedroefd. Hoe het ook zij: zowaar Jahweh leeft en zowaar gij leeft, er staat maar een stap tussen mij en de dood!
3大衛 又起誓說:「你父親準知我在你眼前蒙恩。他心裏說,不如不叫 約拿單 知道,恐怕他愁煩。我指着永生的耶和華,又敢在你面前起誓,我離死不過一步。」
4Jonatan verzekerde David: Wat ge ook voorstelt, zal ik voor u doen.
4約拿單 對 大衛 說:「你心裏所求的,我必為你成就。」
5Nu sprak David tot Jonatan: Wel, morgen is het nieuwe maan, dan moest ik beslist bij den koning blijven eten. Maar gij moet me verontschuldigen. Ik zal mij tot overmorgenavond buiten verschuilen.
5大衛 對 約拿單 說:「明日是初一,我當與王同席,求你容我去藏在田野,直到第三日晚上。
6Als uw vader mijn afwezigheid opmerkt, moet ge hem zeggen: David heeft mij dringend verlof gevraagd, om even naar Betlehem, zijn woonplaats, te gaan, omdat heel zijn familie daar het jaarlijks offer houdt.
6你父親若見我不在席上,你就說:『 大衛 切求我許他回本城 伯利恆 去,因為他全家在那裏獻年祭。』
7Zegt hij dan “goed”, dan is uw dienaar veilig; maar wordt hij er boos om, dan kunt gij er zeker van zijn, dat het kwaad bij hem vaststaat.
7你父親若說好,僕人就平安了;他若發怒,你就知道他決意要害我。
8Bewijs uw dienaar deze dienst; want met een verbond van Jahweh hebt ge uw dienaar aan u verbonden. Ben ik echter schuldig, dood me dan zelf, maar lever mij niet aan uw vader uit.
8求你施恩與僕人,因你在耶和華面前曾與僕人結盟。我若有罪,不如你自己殺我,何必將我交給你父親呢?」
9Jonatan antwoordde: Maak u niet ongerust. Want als ik er zeker van ben, dat mijn vader besloten heeft, u kwaad te doen, zal ik het u beslist laten weten.
9約拿單 說:「斷無此事!我若知道我父親決意害你,我豈不告訴你呢?」
10Toen zeide David tot Jonatan: Maar hoe kom ik te weten, of uw vader u bars heeft geantwoord?
10大衛 對 約拿單 說:「你父親若用厲言回答你,誰來告訴我呢?」
11Jonatan gaf David ten antwoord: Kom, laat ons naar buiten gaan, het veld in. En samen gingen ze naar buiten, het veld in.
11約拿單 對 大衛 說:「你我且往田野去。」二人就往田野去了。
12Nu sprak Jonatan tot David: Jahweh, de God van Israël is getuige, dat ik morgen om deze tijd mijn vader zal uithoren. Staat het dan goed voor David, en stuur ik u geen boodschap, om u in te lichten,
12約拿單 對 大衛 說:「願耶和華- 以色列 的上帝 為證 。明日約在這時候,或第三日,我探我父親的意思,若向你有好意,我豈不打發人告訴你嗎?
13dan moge Jahweh zo aan Jonatan doen en nog erger! Als echter mijn vader van plan is, u kwaad te doen, dan zal ik u eveneens inlichten, en maken dat ge u in veiligheid kunt stellen. Moge Jahweh dan met u blijven, zoals Hij geweest is met mijn vader!
13我父親若有意害你,我不告訴你使你平平安安地走,願耶和華重重地降罰與我。願耶和華與你同在,如同從前與我父親同在一樣。
14Ben ik dan nog in leven, och, bewijs me dan Jahweh’s gunst; en ben ik gestorven,
14你要照耶和華的慈愛恩待我,不但我活着的時候免我死亡,
15onthoud dan in der eeuwigheid uw gunst niet aan mijn nageslacht. Als Jahweh dus Davids vijanden één voor één van de aardbodem heeft verdelgd,
15就是我死後,耶和華從地上剪除你仇敵的時候,你也永不可向我家絕了恩惠。」
16dan moge Jonatan niet uit Davids huis worden verwijderd, en Jahweh het op David verhalen.
16於是 約拿單 與 大衛 家結盟, 說 :「願耶和華藉 大衛 的仇敵追討 背約 的罪。」
17Ten tweede male zwoer Jonatan aan David bij zijn genegenheid voor hem; want hij hield van hem als van zichzelf.
17約拿單 因愛 大衛 如同愛自己的性命,就使他再起誓。
18En Jonatan sprak tot hem: Morgen is het nieuwe maan. Ge zult dus gemist worden, als uw plaats onbezet blijft;
18約拿單 對他說:「明日是初一,你的座位空設,人必理會你不在那裏。
19zeker wordt ge overmorgen gemist. Begeef u dus naar de plek, waar ge op die bewuste dag een schuilplaats gevonden hebt, en blijf in de buurt van die steenhoop.
19你等三日,就要速速下去,到你從前遇事所藏的地方,在 以色 磐石那裏等候。
20Dan zal ik overmorgen er pijlen langs afschieten, alsof ik op een doel wil mikken,
20我要向磐石旁邊射三箭,如同射箭靶一樣。
21en den jongen gelasten, de pijlen te gaan oprapen. Zeg ik dan tot den jongen: “Hé, de pijl ligt meer naar deze kant toe, raap ze op, kom dan voor de dag; want dan zijt ge veilig en is er geen gevaar, zowaar Jahweh leeft!”
21我要打發童子, 說 :『去把箭找來。』我若對童子說:『箭在後頭,把箭拿來』,你就可以回來;我指着永生的耶和華起誓,你必平安無事。
22Maar roep ik tot den jongen: “Hé, de pijl ligt verder op”, ga dan heen; want dan zendt Jahweh u weg.
22我若對童子說:『箭在前頭』,你就要去,因為是耶和華打發你去的。
23En wat de afspraak betreft tussen u en mij, daarvan zal Jahweh voor eeuwig getuige zijn!
23至於你我今日所說的話,有耶和華在你我中間 為證 ,直到永遠。」
24David hield zich dus schuil op het veld. En toen het nieuwemaan was geworden, zette de koning zich aan de maaltijd.
24大衛 就去藏在田野。到了初一日,王坐席要吃飯。
25Zoals gewoonlijk zat de koning op zijn zetel tegen de muur; Jonatan ging tegenover hem, Abner naast Saul zitten, en de plaats van David bleef leeg.
25王照常坐在靠牆的位上, 約拿單 侍立, 押尼珥 坐在 掃羅 旁邊, 大衛 的座位空設。
26Maar Saul zei er die dag nog niets van; want hij dacht: Er zal hem iets overkomen zijn, waardoor hij niet rein is; en hij zal zich niet hebben gereinigd.
26然而這日 掃羅 沒有說甚麼,他想 大衛 遇事,偶染不潔,他必定是不潔。
27Maar toen de volgende dag, dus de tweede dag van de nieuwe maan, de plaats van David weer onbezet bleef, vroeg Saul aan zijn zoon Jonatan: Waarom is de zoon van Jesse vandaag en gisteren niet aan de maaltijd verschenen?
27初二日 大衛 的座位還空設。 掃羅 問他兒子 約拿單 說:「 耶西 的兒子為何昨日、今日沒有來吃飯呢?」
28Jonatan gaf Saul ten antwoord: David heeft van mij dringend verlof gevraagd voor Betlehem.
28約拿單 回答 掃羅 說:「 大衛 切求我容他往 伯利恆 去。
29Hij zeide: “Wil mij verontschuldigen; want wij hebben een familieoffer in de stad, en mijn broers hebben mij uitgenodigd. Als ge mij dus gunstig gezind zijt, verontschuldig me dan; dan kan ik mijn broers gaan bezoeken”. Daarom is hij niet aan ‘s konings tafel verschenen.
29他說:『求你容我去,因為我家在城裏有獻祭的事;我長兄吩咐我去。如今我若在你眼前蒙恩,求你容我去見我的弟兄』;所以 大衛 沒有赴王的席。」
30Toen werd Saul kwaad op Jonatan en zeide tot hem: Straatmeidenjong! ik weet heel goed, dat ge het met den zoon van Jesse houdt tot uw eigen schande en tot schande van de schaamte van uw moeder.
30掃羅 向 約拿單 發怒,對他說:「你這頑梗背逆之婦人所生的,我豈不知道你喜悅 耶西 的兒子,自取羞辱,以致你母親露體蒙羞嗎?
31Want zolang de zoon van Jesse op aarde leeft, zijt ge van uw koningschap niet zeker. Laat hem derhalve bij mij brengen, want hij heeft de dood verdiend.
31耶西 的兒子若在世間活着,你和你的國位必站立不住。現在你要打發人去,將他捉拿交給我;他是該死的。」
32Jonatan gaf zijn vader ten antwoord: Waarom moet hij sterven; wat heeft hij misdaan?
32約拿單 對父親 掃羅 說:「他為甚麼該死呢?他做了甚麼呢?」
33Maar Saul slingerde de lans naar hem toe, om hem te vermoorden. Jonatan begreep dus, dat het bij zijn vader vaststond, David te doden.
33掃羅 向 約拿單 掄槍要刺他, 約拿單 就知道他父親決意要殺 大衛 。
34Verontwaardigd stond hij van tafel op, en ook die tweede dag van de nieuwe maan gebruikte hij niets; hij had met David te doen, omdat zijn vader hem zo schandelijk behandelde.
34於是 約拿單 氣忿忿地從席上起來,在這初二日沒有吃飯。他因見父親羞辱 大衛 ,就為 大衛 愁煩。
35Volgens afspraak met David trok Jonatan de volgende morgen het veld in, en een kleine jongen ging met hem mee.
35次日早晨, 約拿單 按着與 大衛 約會的時候出到田野,有一個童子跟隨。
36Hij zeide tot zijn knechtje: Vooruit; ga de pijlen oprapen, die ik afschiet! En terwijl de jongen vooruitliep, schoot Jonatan een pijl af, over hem heen.
36約拿單 對童子說:「你跑去,把我所射的箭找來。」童子跑去, 約拿單 就把箭射在童子前頭。
37Toen de jongen op de plek kwam, waar de pijl lag, die Jonatan had afgeschoten, riep Jonatan den jongen achterna: Hé, de pijl ligt verderop!
37童子到了 約拿單 落箭之地, 約拿單 呼叫童子說:「箭不是在你前頭嗎?」
38En hij riep den jongen nog na: Vooruit een beetje; sta niet te suffen. Het knechtje van Jonatan raapte de pijl op, en kwam naar zijn meester.
38約拿單 又呼叫童子說:「速速地去,不要遲延!」童子就拾起箭來,回到主人那裏。
39Maar de jongen begreep er niets van; enkel Jonatan en David kenden het teken.
39童子卻不知道這是甚麼意思,只有 約拿單 和 大衛 知道。
40Nu gaf Jonatan zijn schiettuig aan zijn knechtje, en zeide hem: Ga dat naar de stad brengen.
40約拿單 將弓箭交給童子,吩咐說:「你拿到城裏去。」
41De jongen ging heen. Nu kwam David uit zijn schuilhoek naast de steenhoop te voorschijn, wierp zich op de grond, en boog zich driemaal neer. Zij kusten elkaar en lange tijd weenden zij met elkander.
41童子一去, 大衛 就從 磐石 的南邊出來,俯伏在地,拜了三拜;二人親嘴,彼此哭泣, 大衛 哭得更慟。
42En Jonatan sprak tot David: Ga in vrede; wat wij samen bezworen hebben bij de naam van Jahweh: daarvan zal Jahweh voor eeuwig getuige zijn tussen mij en u, tussen mijn geslacht en het uwe.
42約拿單 對 大衛 說:「我們二人曾指着耶和華的名起誓說:『願耶和華在你我中間,並你我後裔中間 為證 ,直到永遠。』如今你平平安安地去吧!」 大衛 就起身走了; 約拿單 也回城裏去了。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.