1 Samuel
Chapter 12
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Chinese Union Vers…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Chinese Union Version, punctuated (Traditional)
1Toen sprak Samuël tot geheel Israël: Ik heb voldaan aan al de wensen, die gij mij kenbaar hebt gemaakt, en een koning over u aangesteld.
1撒母耳 對 以色列 眾人說:「你們向我所求的,我已應允了,為你們立了一個王;
2Dus staat voortaan de koning aan uw hoofd. Want ik ben oud en grijs geworden, en wat mijn zonen aangaat: gij kent ze! Van mijn jeugd af tot op de dag van heden heb ik aan uw hoofd gestaan.
2現在有這王在你們前面行。我已年老髮白,我的兒子都在你們這裏。我從幼年直到今日都在你們前面行。
3Hier sta ik nu! Legt voor Jahweh en voor zijn gezalfde getuigenis over mij af! Wiens rund heb ik genomen of wiens ezel ontvreemd; wien heb ik afgezet of verongelijkt; van wien heb ik geschenken aangenomen, al was het een paar sandalen? Zegt het mij, dan kan ik mij verantwoorden.
3我在這裏,你們要在耶和華和他的受膏者面前給我作見證。我奪過誰的牛,搶過誰的驢,欺負過誰,虐待過誰,從誰手裏受過賄賂因而眼瞎呢?若有,我必償還。」
4Maar zij riepen: Néén, ge hebt ons niet afgezet of verongelijkt, en van niemand hebt ge wat dan ook aangenomen.
4眾人說:「你未曾欺負我們,虐待我們,也未曾從誰手裏受過甚麼。」
5Toen sprak hij tot hen: Is Jahweh uw getuige, en is heden zijn gezalfde getuige, dat gij niets in mijn bezit hebt aangetroffen? En zij antwoordden: Ja!
5撒母耳 對他們說:「你們在我手裏沒有找着甚麼,有耶和華和他的受膏者今日為證。」他們說:「願他為證。」
6Nu ging Samuël voort tot het volk: Getuige is dus Jahweh, die Moses en Aäron heeft verwekt en uw voorvaderen uit Egypteland heeft gevoerd!
6撒母耳 對百姓說:「從前立 摩西 、 亞倫 ,又領你們列祖出 埃及 地的是耶和華。
7Welnu dan, treedt aan; dan zal ik ten overstaan van Jahweh uw rechter zijn, en u alle weldaden voorhouden, die Hij aan u en uw vaderen heeft bewezen.
7現在你們要站住,等我在耶和華面前對你們講論耶和華向你們和你們列祖所行一切公義的事。
8Toen Jakob in Egypte gekomen was en uw vaderen tot Jahweh smeekten, zond Hij Moses en Aäron, die uw vaderen uit Egypte bevrijdden en in dit land deden wonen.
8從前 雅各 到了 埃及 ,後來你們列祖呼求耶和華,耶和華就差遣 摩西 、 亞倫 領你們列祖出 埃及 ,使他們在這地方居住。
9Maar omdat zij Jahweh, hun God, vergaten, gaf Hij hen prijs aan Sisera, den legeroverste van Chasor, aan de Filistijnen en aan den koning van Moab, die hen aanvielen.
9他們卻忘記耶和華-他們的上帝,他就把他們付與 夏瑣 將軍 西西拉 的手裏,和 非利士 人並 摩押 王的手裏。於是這些人常來攻擊他們。
10Toen baden zij tot Jahweh en bekenden: Wij hebben gezondigd, door Jahweh te verlaten en de Báals en Asjtarten te dienen; bevrijd ons toch uit de macht van onze vijanden, en U zullen wij dienen.
10他們就呼求耶和華說:『我們離棄耶和華,事奉 巴力 和 亞斯她錄 ,是有罪了。現在求你救我們脫離仇敵的手,我們必事奉你。』
11En Jahweh zond Jeroebbáal, Abdon, Jefte en Samuël, en bevrijdde u uit de macht van uw vijandige naburen, zodat gij onbezorgd kondt leven.
11耶和華就差遣 耶路‧巴力 、 比但 、 耶弗他 、 撒母耳 救你們脫離四圍仇敵的手,你們才安然居住。
12Maar nu gij bemerkt hebt, dat Nachasj, de Ammonietenkoning, op u afkwam, nu hebt gij, ofschoon Jahweh uw God uw Koning is, tot mij geroepen: Néén, een koning moet over ons heersen!
12你們見 亞捫 人的王 拿轄 來攻擊你們,就對我說:『我們定要一個王治理我們。』其實耶和華-你們的上帝是你們的王。
13Daar staat dan de koning, dien gij gekozen en om wien gij gevraagd hebt. Jahweh hééft u een koning gegeven!
13現在,你們所求所選的王在這裏。看哪,耶和華已經為你們立王了。
14Welnu, als gij Jahweh vreest en Hem dient, als gij luistert naar zijn stem en u niet verzet tegen Jahweh’s geboden, als gij zelf zowel als de koning, die over u heerst, Jahweh, uw God, blijft volgen, dan zult gij leven;
14你們若敬畏耶和華,事奉他,聽從他的話,不違背他的命令,你們和治理你們的王也都順從耶和華-你們的上帝就好了。
15maar als gij niet luistert naar de stem van Jahweh, als gij u verzet tegen zijn geboden, dan zal de hand van Jahweh op u en uw koning neerkomen tot uw eigen verderf!
15倘若不聽從耶和華的話,違背他的命令,耶和華的手必攻擊你們,像從前攻擊你們列祖一樣。
16Blijft nu nog staan, en let op het grote wonder, dat Jahweh voor uw ogen gaat doen.
16現在你們要站住,看耶和華在你們眼前要行一件大事。
17Want ofschoon wij midden in de tarweoogst zijn, zal Jahweh het op mijn gebed laten donderen en regenen. Erkent dan, hoe zwaar gij misdaan hebt in de ogen van Jahweh, door een koning te verlangen.
17這不是割麥子的時候嗎?我求告耶和華,他必打雷降雨,使你們又知道又看出,你們求立王的事是在耶和華面前犯大罪了。」
18En Samuël bad tot Jahweh, en Jahweh liet het die dag donderen en regenen,
18於是 撒母耳 求告耶和華,耶和華就在這日打雷降雨,眾民便甚懼怕耶和華和 撒母耳 。
19zodat heel het volk diep bevreesd werd voor Jahweh en Samuël, en aan Samuël vroeg: Bid voor uw dienaren tot Jahweh, uw God, opdat we niet sterven; want bij al onze zonden hebben we nog deze misdaad gevoegd, dat we een koning hebben verlangd.
19眾民對 撒母耳 說:「求你為僕人們禱告耶和華-你的上帝,免得我們死亡;因為我們求立王的事正是罪上加罪了。」
20Toen sprak Samuël tot het volk: Weest niet bevreesd! Zeker, gij hebt al dit kwaad bedreven; maar vervreemdt u thans niet langer van Jahweh. Blijft Jahweh dienen met geheel uw hart,
20撒母耳 對百姓說:「不要懼怕!你們雖然行了這惡,卻不要偏離耶和華,只要盡心事奉他。
21zonder af te wijken naar die nietswaardigheden, die, juist omdat ze niets waard zijn, niet kunnen helpen en redden.
21若偏離 耶和華 去順從那不能救人的虛神是無益的。
22Neen, Jahweh zal zijn volk niet verwerpen terwille van zijn machtige Naam; want Jahweh heeft u tot zijn volk willen maken!
22耶和華既喜悅選你們作他的子民,就必因他的大名不撇棄你們。
23En ik, ik denk er niet aan, om tegen Jahweh te zondigen, door niet meer voor u te bidden of u de goede en rechte weg te wijzen.
23至於我,斷不停止為你們禱告,以致得罪耶和華。我必以善道正路指教你們。
24Vreest dus Jahweh en dient Hem oprecht met heel uw hart; ziet, wat grote dingen Hij aan u heeft gedaan.
24只要你們敬畏耶和華,誠誠實實地盡心事奉他,想念他向你們所行的事何等大。
25Maar zo gij in de boosheid volhardt, dan gaat gij ten onder, gij zowel als uw koning!
25你們若仍然作惡,你們和你們的王必一同滅亡。」

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.