2 Kronieken 35
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Hierop vierde Josias in Jerusalem het paasfeest ter ere van Jahweh. Op de veertiende dag van de eerste maand slachtte men het pascha.
1ヨシヤはエルサレムで主のために過越の祭りを祝った。彼らは最初の月の第十四の日に過越のいけにえをほふった。
2Hij liet de priesters hun post innemen, en spoorde hen aan tot de dienst van de tempel van Jahweh.
2彼は祭司たちをその職務に就かせ、主の家での奉仕のために彼らを励ました。
3En tot de levieten, die heel Israël moesten onderrichten en aan Jahweh waren gewijd, sprak hij: Brengt de heilige ark in de tempel, die Salomon, de zoon van David, den koning van Israël, heeft gebouwd. Gij hoeft haar niet meer op de schouders te dragen; wijdt u daarom aan Jahweh, uw God, en aan Israël, zijn volk.
3彼は、全イスラエルを教え、主のために聖別されたレビ人たちに言った。「イスラエルの王、ダビデの子ソロモンが建てた家の中に、聖なる箱を安置しなさい。今後はそれを肩で担う必要はない。今、あなたがたの神、主と、その民イスラエルに仕えなさい。
4Houdt u gereed naar uw families en afdelingen, zoals die door David, den koning van Israël, en door zijn zoon Salomon zijn ingeschreven,
4イスラエルの王ダビデの文書に従い、またその子ソロモンの文書に従って、父祖の家ごとに、その組に従って自らを整えなさい。
5en laat telkens een groep van een levietische familie in het heiligdom ter beschikking staan van de familiegroepen uwer broeders, de leken.
5民であるあなたがたの兄弟たちの父祖の家ごとの組に従って聖所に立ち、それぞれの組にレビ人の父祖の家を割り当てなさい。
6Slacht het pascha, na u geheiligd te hebben, en maakt het voor uw broeders gereed, en volgt daarbij het voorschrift op, door Jahweh aan Moses gegeven.
6過越のいけにえをほふり、自らを聖別し、モーセを通して与えられた主の言葉に従ってことを行うために、兄弟たちのための準備をしなさい。」
7Josias stelde uit zijn koninklijk bezit voor alle aanwezige leken dertigduizend stuks schapen, lammeren en geitjes, en drieduizend runderen beschikbaar, alles voor het pascha.
7ヨシヤはそこにいたすべての者のため、過越のささげ物のために、民に羊の群れから子羊や子ヤギ三万匹を与え、また雄牛三千頭を与えた。これらは王の財産から出たものであった。
8Ook zijn voormannen schonken bereidwillig hun gaven aan het volk, aan de priesters en de levieten. Chilki-ja, Zekarj hoe en Jechiël, de leiders van het Godshuis, schonken aan de andere priesters zes en twintighonderd paasoffers en driehonderd runderen.
8彼の君たちは、民、祭司たち、およびレビ人のために、進んでささげるささげ物を与えた。神の家の支配者であるヒルキヤ、ゼカリヤ、エヒエルは、祭司たちの過越のささげ物のために羊とヤギ二千六百匹、および雄牛三百頭を与えた。
9Konanjáhoe en Sjemajáhoe met Netanel, zijn broers en Chasjabjáhoe, Jeïël en Jozabad, de voornaamste levieten, schonken aan de andere levieten vijfduizend paasoffers en vijfhonderd runderen.
9また、レビ人の長たちであるコナンヤ、その兄弟シェマヤとネタンエル、ハシャブヤ、エイエル、ヨザバドは、レビ人の過越のささげ物のために羊とヤギ五千匹、および雄牛五百頭を与えた。
10De dienst werd aldus geregeld. De priesters stonden op hun post, en eveneens de verschillende afdelingen der levieten, volgens het voorschrift des konings.
10こうして奉仕の準備が整い、王の命令に従って、祭司たちはその定位置に立ち、レビ人はその組に従って立った。
11Men slachtte het pascha, en de priesters sprengden met hun handen het bloed, terwijl levieten het dier de huid afstroopten.
11彼らは過越のいけにえをほふり、祭司たちはその手から受け取った血を振りかけ、レビ人はその皮を剥いだ。
12De tot het brandoffer bestemde delen zonderden ze af, om die aan de familiegroepen der leken te geven, die ze aan Jahweh moesten offeren, zoals geschreven staat in het boek van Moses. Eveneens deden zij met de runderen.
12彼らは、モーセの書に記されているように、民の父祖の家々の区分に従って彼らに与え、主にささげるために全焼のささげ物を取り分けた。雄牛についても同じようにした。
13Daarna braadden zij het pascha op het vuur, zoals het is voorgeschreven, kookten de heilige stukken in potten, ketels en pannen, en haastten zich er mee naar de leken.
13彼らは掟に従って過越のいけにえを火で焼いた。聖なるささげ物は鍋、大釜、平鍋で煮て、それを急いで民全体のところへ運んだ。
14Daarna bereidden ze het voor zichzelf en voor de priesters; want daar de priesters, de zonen van Aäron, tot de nacht toe werk hadden met het opdragen van de brandoffers en het vet, bereidden de levieten het voor zichzelf en voor de priesters, de zonen van Aäron.
14その後、彼らは自分たちのため、また祭司たちのために準備をした。アロンの子らである祭司たちは、夜まで全焼のささげ物と脂肪をささげるのに忙しかったからである。それゆえ、レビ人が自分たちのため、およびアロンの子らである祭司たちのために準備をしたのである。
15De zangers, de zonen van Asaf, konden op hun post blijven staan naar het voorschrift van David, Asaf, Heman en Jedoetoen, de zieners des konings; de poortwachters bij de verschillende poorten; niemand behoefde zijn post te verlaten, want hun ambtgenoten de levieten zorgden voor hen.
15アサフの子らである歌い手たちは、ダビデ、アサフ、ヘマン、および王の先見者エドトンの命令に従って、その定位置にいた。門衛たちはすべての門にいた。彼らが自分たちの奉仕の働きから離れる必要はなかった。彼らの兄弟であるレビ人が彼らのために準備をしたからである。
16Zo werd die dag de gehele dienst van Jahweh met betrekking tot het bereiden van het pascha en het opdragen der brandoffers op het altaar van Jahweh naar het voorschrift van koning Josias geregeld.
16こうして、ヨシヤ王の命令に従って、過越の祭りを祝い、主の祭壇で全焼のささげ物をささげるための、主のすべての奉仕がその日に整えられた。
17En zo vierden de aanwezige Israëlieten op die dag het paasfeest, en daarna gedurende zeven dagen het feest der ongedesemde broden.
17その時、そこにいたイスラエルの子らは過越の祭りを祝い、また七日間の種なしパンの祭りを祝った。
18Sinds de dagen van den profeet Samuël was het paasfeest nog nooit op deze wijze gevierd: geen enkele koning van Israël had een paasfeest gevierd, zoals koning Josias het vierde met de priesters en de levieten, en met alle aanwezige Judeërs en Israëlieten en de burgers van Jerusalem.
18預言者サムエルの時代以来、イスラエルでこれに似た過越の祭りが祝われたことはなく、またイスラエルの王たちのうちのだれも、ヨシヤが祭司たち、レビ人、そこにいた全ユダとイスラエル、およびエルサレムの住民とともに祝ったような過越の祭りを祝うことはなかった。
19Dit paasfeest werd gevierd in het achttiende jaar van koning Josias.
19ヨシヤの治世の第十八年に、この過越の祭りが祝われたのである。
20Nadat Josias zo de tempel weer in orde had gebracht, rukte Neko, de koning van Egypte op, om een veldslag te leveren bij Karkemisj aan de Eufraat. Toen Josias hem tegemoet trok,
20このすべての後、ヨシヤが神殿を整え終えたとき、エジプトの王ネコがユーフラテス川のほとりにあるカルケミシュと戦うために攻め上って来た。ヨシヤは彼を迎え撃つために出て行った。
21zond hij gezanten naar hem toe, en liet hem zeggen: Wat hebben wij met elkander te maken, koning van Juda? Ik ruk ditmaal niet op tegen u, maar naar mijn hoofdkwartier; God heeft mij bevolen, haast te maken. Verzet u niet tegen God, die met mij is; anders stort Hij u in het verderf.
21しかしネコは彼に使者たちを遣わして言った。「ユダの王よ、わたしはあなたと何のかかわりがあるだろうか。わたしは今日、あなたに向かって来ているのではなく、わたしが戦っている国に向かって来ているのだ。神はわたしに急ぐように命じられた。わたしとともにおられる神に逆らうのをやめよ。神があなたを滅ぼすことのないためだ。」
22Maar Josias liet hem niet met rust; hij was zo overmoedig, met hem te strijden, en niet te luisteren naar de woorden van Neko, die hem door God waren ingegeven. Toen echter koning Josias in de vallei van Megiddo slag ging leveren,
22それでも、ヨシヤは引き返そうとせず、彼と戦うために変装し、神の御口からのネコの言葉に耳を傾けず、メギドの谷に戦いにやって来た。
23werd hij door de boogschutters getroffen. En de koning zeide tot zijn dienaren: Brengt me weg; want ik ben zwaar gewond.
23弓を射る者たちがヨシヤ王を射た。王はそのしもべたちに言った。「わたしを連れ出してくれ。わたしはひどい傷を負った。」
24Zijn dienaren droegen hem weg uit de wagen, legden hem in zijn andere wagen, en vervoerden hem naar Jerusalem. Hier stierf hij, en werd in de graven van zijn vaderen bijgezet. Heel Juda en Jerusalem treurde om Josias.
24そこで彼のしもべたちは彼を戦車から降ろし、彼が持っていた第二の戦車に乗せてエルサレムに連れて来た。彼は死に、その父祖たちの墓に葬られた。全ユダとエルサレムはヨシヤのために喪に服した。
25Jeremias dichtte een klaagzang op Josias, en alle zangers en zangeressen herdachten hem in hun klaagliederen, zoals ze op de huidige dag nog doen; want ze werden in Israël ingevoerd, en zijn verzameld in de Klaagliederen.
25エレミヤはヨシヤのために哀歌を歌った。男女の歌い手たちは、今日に至るまでその哀歌の中でヨシヤについて語っている。彼らはそれをイスラエルで掟とした。見よ、それらは哀歌の中に記されている。
26De verdere geschiedenis van Josias, met zijn vrome daden overeenkomstig de voorschriften van Jahweh’s wet,
26ヨシヤのその他の事績とその良い行い、主の律法に記されていることに従ったこと、
27en zijn andere daden, de vroegere zowel als de latere, staat opgetekend in het boek der koningen van Israël en Juda.
27および最初から最後までの彼の事績は、見よ、イスラエルとユダの王たちの書に記されている。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.