2 Timoteus
Chapter 4

2 Timoteus

Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Ik bezweer u bij God, en bij Christus Jesus, die levenden en doden zal oordelen, en bij zijn Verschijning en zijn Rijk:
1Оце ж сьвідкую перед Богом і Господом нашим Ісусом Христом, що має судити живих і мертвих в явленнї Його і царстві Його:
2Verkondig het woord; treed op, welkom of niet; weerleg, berisp en vermaan in alle lankmoedigheid en met alle soort van lering.
2проповідуй слово, настоюй в час і не в час, докоряй, погрожуй, благай з усяким довготерпіннєм і наукою.
3Want er komt een tijd, dat men de gezonde leer niet verdraagt, maar zich een massa leraars bijeenraapt naar eigen smaak; dat men zich de oren laat strelen,
3Буде бо час, що здорової науки не послухають, а по своїх похотях виберуть собі учителїв, ласкані (од них) слухом,
4maar ze afkeert van de waarheid, om zich te houden aan fabels.
4і від правди слух одвернуть, а до байок прихилять ся.
5Gij daarentegen, wees nuchter bij alles, wees lijdzaam; volbreng de taak van Evangelist, vervul uw ambt ten volle.
5Ти ж тверезись у всьому, терпи лихо, роби дїло благовісника, службу твою знаною вчини.
6Zie, ikzelf word reeds als drankoffer geplengd, en de tijd van mijn verscheiden is nabij.
6Мене бо вже на жертву наготовлено, і час мого відходу настав.
7De goede strijd heb ik gestreden, de wedloop volbracht, het geloof bewaard.
7Боротьбою доброю я боров ся, дорогу скінчив, віри додержав.
8Van nu af ligt voor mij de kroon der gerechtigheid gereed, die de Heer, de rechtvaardige Rechter, mij schenken zal op die Dag. —En niet alleen aan mij, maar ook aan allen, die zijn verschijnen hebben liefgehad.
8На останок готовить ся менї вінець правди, котрий оддасть менї Господь того дня, праведний суддя, і не тілько менї, та і всїм, хто полюбив явленнє Його.
9Doe uw best, om spoedig bij me te komen.
9Старай ся скоро прийти до мене.
10Want Demas, die deze wereld heeft liefgekregen, heeft me verlaten, en is naar Tessalonika vertrokken; Crescens naar Galátië, Titus naar Dalmátië.
10Димас бо мене покинув, полюбивши нинїшнїй вік, та й пійшов у Солунь; Крискент в Галатию, Тит в Далматию;
11Alleen Lukas is bij me gebleven. Haal Markus op, en breng hem met u mee; want hij komt mij goed van pas bij het werk.
11Лука один зо мною. Марка взявши приведи з собою, він бо менї потрібен на служеннє.
12Túchicus heb ik naar Éfese gezonden.
12Тихика ж послав я в Єфес.
13Wanneer ge komt, breng dan de mantel mee, die ik in Troas bij Carpus heb achtergelaten; ook de boeken en vooral de perkamenten.
13Плащ, що зоставив я в Троядї в Карпа, ідучи, принеси, і книги, особливо ж кожані.
14Alexander, de edelsmid, heeft me veel kwaad gedaan; de Heer zal hem vergelden naar werken;
14Александер котляр наробив менї багато лиха; нехай оддасть йому Господь по дїлам його,
15en ook gij moet u voor hem wachten. Zeer heftig toch heeft hij ons pleidooi bestreden.
15котрого й ти остерегайсь, вельми бо противить ся словам нашим.
16Bij mijn eerste verdediging stond niemand mij ter zijde, maar allen lieten me in de steek; het worde hun niet toegerekend.
16У перве моє одвітуваннє нїкого не було зо мною, а всї мене покинули; нехай не полїчить ся їм.
17Maar de Heer heeft mij ter zijde gestaan en mij kracht verleend, opdat door mij de prediking haar volle maat zou krijgen, en al de heidenen ze zouden horen; zo werd ik verlost uit de muil van den leeuw.
17Господь же став передо мною і окрепив мене, щоб проповідане від мене знане було, і щоб почули всї погане; і збавивсь я з пащи левиної.
18De Heer zal mij verlossen van alle boze aanslagen, en mij behouden voor zijn hemels Rijk: Hem zij de eer in de eeuwen der eeuwen. Amen!
18І визволить мене Господь від усякого дїла лукавого, і спасе про царство своє небесне; Йому ж слава по віки вічні. Амінь.
19Groet Priska en Aquila en het gezin van Onesiforus. Erastus is in Korinte gebleven;
19Витай Прискилу і Аквилу і Онисифорів дім.
20Trófimus heb ik ziek in Milete achtergelaten.
20Єраст зоставсь у Коринтї, а Трофима зоставив я в Милетї недужного.
21Doe uw best, nog vóór de winter te komen. Eubulus, Pudens, Linus, Cláudia en alle broeders groeten u.
21Старайсь до зими прийти. Витають тебе Єввул, і Пуд, і Лин, і Клавдия, і все браттє.
22De Heer zij met uw geest. De genade zij met u allen!
22Господь Ісус Христос із духом твоїм. Благодать з вами. Амінь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.