Ezra
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Dit zijn de bewoners der provincie, die weggetrokken zijn uit de ballingschap in Babel, waarheen Nabukodonosor, de koning van Babel, hen had weggevoerd, en die zijn teruggekeerd naar Jerusalem in Juda, iedereen naar zijn eigen stad.
1Оце сини краю з виселених бранцїв, що їх Набуходонозор, царь Вавилонський, одвів був у Вавилон, повернувші в Ерусалим та Юдею, кожний в своє місто, —
2Het zijn degenen, die teruggekomen zijn met Zorobabel, Jesjóea, Nehemias, Seraja, Reëlaja, Mordekai, Bilsjan, Mispar, Bigwai, Rechoem en Baäna. Het aantal mannen uit het volk van Israël was als volgt:
2Прийшовші з Зоровавелем, Ісусом, Неємією, Сараєм, Реелаєм, Мардохеєм, Білшаном, Мисфаром, Бигваєм, Рехумом, Бааном. Число людей народу Ізрайлевого:
3de zonen van Parosj telden een en twintighonderd twee en zeventig man;
3Синів Пароша дві тисячі сто сїмдесять два;
4de zonen van Sjefatja, driehonderd twee en zeventig;
4Синів Сафатії триста сїмдесять два;
5de zonen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig;
5Синів Араха сїмсот сїмдесять пять;
6de zonen van Páchat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en twaalf;
6Синів Пахат-Моава, з синів Ісуса та Йоаба, дві тисячі вісїмсот дванайцять;
7de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
7Синів Елама тисяча двістї пятьдесять чотири;
8de zonen van Zattoe, negenhonderd vijf en veertig;
8Синів Заттуя девятьсот сорок пять;
9de zonen van Zakkai, zevenhonderd zestig;
9Синів Закхая сїмсот шістьдесять;
10de zonen van Bani, zeshonderd twee en veertig;
10Синів Банїя шістьсот сорок два;
11de zonen van Bebai, zeshonderd drie en twintig;
11Синів Бебая шістьсот двайцять три;
12de zonen van Azgad, twaalfhonderd twee en twintig;
12Синів Азгада тисяча двістї двайцять два;
13de zonen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig;
13Синів Адоникама шістьсот шістьдесять шість;
14de zonen van Bigwai, tweeduizend zes en vijftig;
14Синів Бігбая дві тисячі пятьдесять шість;
15de zonen van Adin, vierhonderd vier en vijftig;
15Синів Адина чотириста пятьдесять чотири;
16de zonen van Ater, uit de familie van Chizki-ja, acht en negentig;
16Синів Атера, з дому Езекії, девятьдесять вісїм;
17de zonen van Besai, driehonderd drie en twintig;
17Синів Безая триста двайцять три;
18de zonen van Jora, honderd en twaalf;
18Синів Йори сто дванайцять;
19de zonen van Chasjoem, tweehonderd drie en twintig;
19Синів Хашума двістї двайцять три;
20de zonen van Gibbar, vijf en negentig;
20Синів Гиббара девятьдесять пять;
21de burgers van Betlehem, honderd drie en twintig;
21Що родом з Бетлеєму, — сто двайцять три;
22de burgers van Netofa, zes en vijftig;
22Мужів з Нетофи пятьдесять шість;
23de burgers van Anatot, honderd acht en twintig;
23Мужів з Анатота сто двайцять вісїм;
24de burgers van Azmáwet, twee en veertig;
24Що родом з Азмавета, сорок два;
25de burgers van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot, zevenhonderd drie en veertig;
25Що родом з Киріят-Яриму, Кефири та Беероту, сїмсот сорок три;
26de burgers van Rama en Géba, zeshonderd een en twintig;
26Що родом з Рами та Геви, шістьсот двайцять один;
27de burgers van Mikmas, honderd twee en twintig;
27Мужів з Михмаса сто двайцять два;
28de burgers van Betel en Ai, tweehonderd drie en twintig;
28Мужів з Бетеля та Гая двістї двайцять три;
29de burgers van Nebo, twee en vijftig;
29Що родом з Нево, пятьдесять два;
30de zonen van Magbisj, honderd zes en vijftig;
30Що родом з Магбиша, сто пятьдесять шість;
31de zonen van den anderen Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
31Синів другого Елама тисяча двістї пятьдесять чотири;
32de zonen van Charim, driehonderd en twintig;
32Синів Хирама триста двайцять;
33de burgers van Lod, Chadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig;
33Що родом з Лидди, Хадида та Оно, сїмсот двайцять пять;
34de burgers van Jericho, driehonderd vijf en veertig;
34Що родом з Ерихону, триста сорок пять;
35de zonen van Senaä, zes en dertighonderd dertig.
35Що родом з Сенаї, три тисячі шістьсот трийцять;
36De priesters: de zonen van Jedaja, uit het geslacht van Jesjóea telden negenhonderd drie en zeventig man;
36Сьвященників: синів Едаї, з дому Ісусового, девятьсот сїмдесять три;
37de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
37Синів Іммера тисяча пятьдесять два;
38de zonen van Pasjchoer, twaalfhonderd zeven en veertig;
38Синів Пашхура тисяча двістї сорок сїм;
39de zonen van Charim, duizend zeventien.
39Синів Харима тисяча сїмнайцять;
40De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
40Левітів: синів Ісуса та Кадмуїла, з Годавіїнїх синів, сїмдесять чотири;
41De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en twintig man.
41Сьпівцїв: синів Асафа сто двайцять вісїм;
42De poortwachters: de zonen van Sjalloem, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkoeb, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai telden tezamen honderd negen en dertig man.
42Синів воротарів: сини Шаллума, сини Атерові, сини Тилмонові, сини Аккувові, сини Хатітині, сини Шоваєві, — всього сто трийцять девять.
43De tempelknechten waren: de zonen van Sicha; de zonen van Chasoefa; de zonen van Tabbaot;
43Нетинеїв: сини Зихи, сини Хасуфи, сини Таббаота,
44de zonen van Keros; de zonen van Siaha; de zonen van Padon;
44Сини Кероса, сини Сіяги, сини Фадона,
45de zonen van Lebana; de zonen van Chagaba; de zonen van Akkoeb;
45Сини Лебани, сини Хагаби, сини Аккува,
46de zonen van Chagab; de zonen van Sjamlai; de zonen van Chanan;
46Сини Хагава, сини Шамлая, сини Ханана,
47de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar; de zonen van Reaja;
47Сини Гіддела, сини Гахара, сини Реаї,
48de zonen van Resin; de zonen van Nekoda; de zonen van Gazzan;
48Сини Резина, сини Некоди, сини Газзама,
49de zonen van Oezza; de zonen van Paséach; de zonen van Besai;
49Сини Уззи, сини Песеаха, сини Бесая,
50de zonen van Asna; de zonen van Meoenim; de zonen van Nefoesim;
50Сини Асни, сини Меунима, сини Нефисима,
51de zonen van Bakboek; de zonen van Chakoefa; de zonen van Charchoer;
51Сини Бакбука, сини Хакуфи, сини Хархура,
52de zonen van Basloet; de zonen van Mechida; de zonen van Charsja;
52Сини Базлута, сини Мехіди, сини Харші,
53de zonen van Barkos; de zonen van Sisera; de zonen van Témach;
53Сини Баркоса, сини Сісри, сини Тамаха,
54de zonen van Nesiach; de zonen van Chatifa.
54Сини Незіяха, сини Хатифи,
55De zonen van Salomons slaven waren: de zonen van Sotai; de zonen van Soféret; de zonen van Perida;
55Сини слуг Соломонових: сини Сотая, сини Гассоферета, сини Феруди,
56de zonen van Jaäla; de zonen van Darkon; de zonen van Giddel;
56Сини Яали, сини Даркона, сини Гіддела,
57de zonen van Sjefatja; de zonen van Chattil; de zonen van Pokéret-Hassebajim; de zonen van Ami.
57Сини Сефатії, сини Хаттила, сини Похерета з Газзебаїма, сини Амія,
58De tempelknechten telden met de zonen van Salomons slaven tezamen driehonderd twee en negentig man.
58Усього — нетинеїв і синів слуг Соломонових триста девятьдесять два.
59De volgende zijn wel mee opgetrokken uit Tel-Mélach, Tel-Charsja, Keroeb, Addon en Immer, maar ze konden hun familie- en stamboom niet overleggen als bewijs, dat zij tot Israël behoorden. Het waren:
59А оце ті, що вийшли з Телмелаха, Тел-харші, Херуб-Аддан-Іммера, та що не могли сказати про своє поколїннє й про своє племя — чи вони від Ізраїля:
60de zonen van Delaja; de zonen van Tobi-ja; de zonen van Nekoda: zeshonderd twee en vijftig man.
60Сини Делаї, сини Товії, сини Некоди, шістьсот пятьдесять два.
61Uit de priesterzonen: de zonen van Chabaja; de zonen van Hakkos; de zonen van Barzillai, die getrouwd was met een der dochters van Barzillai uit Gilad, en naar hem werd genoemd.
61А з синів сьвященницьких: сини Хабаї, сини Гаккоза, сини Берзеллїя, що взяв жінку з дочок Берзеллїя, Галаадїя, й став зватись їх іменнєм.
62Daar zij, hoe ze ook zochten, hun geslachtsregister niet konden vinden, werden zij van de priesterlijke bediening uitgesloten,
62Вони шукали свого родовідного запису, та не знайшлось його, та через те вилучено їх від сьвященства.
63en verbood hun de landvoogd, van de heilige spijzen te eten, totdat er een priester met de Oerim en Toemmim zou optreden.
63І Тиршата сказав їм, щоб вони не їли від великих сьвятощів, доки не настане сьвященник із урімом і туммімом.
64De hele gemeente bestond uit twee enveertigduizend driehonderd zestig personen.
64Усієї громади загалом було сорок дві тисячі триста шістьдесять душ,
65Hierbij kwamen nog zevenduizend driehonderd zeven en dertig slaven en slavinnen, en tweehonderd zangers en zangeressen.
65Окрім слуг їх та служебок їх, а тих було сїм тисяч триста трийцять сїм, а між ними сьпівцїв та сьпівачок двістї.
66Men bezat zevenhonderd zes en dertig paarden, tweehonderd vijf en veertig muilezels,
66Коней в їх — сїмсот трийцять шість; мулів у них двістї сорок пять;
67vierhonderd vijf en dertig kamelen en zesduizend zevenhonderd twintig ezels.
67Верблюдів у їх чотириста трийцять пять; ослів шість тисяч сїмсот двайцять.
68Toen men bij de tempel van Jahweh te Jerusalem was aangekomen, brachten sommige familiehoofden vrijwillige schenkingen voor de tempel van God, om hem op zijn plaats te doen herrijzen.
68Декотрі з голов над поколїннями, прийшовши до дому Господнього, що в Ерусалимі, жертвували доброхіть на дім Божий, щоб наново поставити його на основах його.
69Ook droeg men naar vermogen bij aan het fonds, dat voor de eredienst was bestemd: voor een en zestigduizend drachmen7 aan goud, voor vijfduizend mina aan zilver, en honderd priestergewaden.
69По своїй змозї дали вони до скарбівнї на веденнє роботи шістьдесять одну тисячу драхм золота і пять тисяч мін срібла, та сто сьвященницьких риз.
70Daarna gingen de priesters, de levieten met een deel van het volk, de zangers, de poortwachters en de tempelknechten zich te Jerusalem vestigen, en de rest van Israël in hun steden.
70І стали жити сьвященники й левіти, й народ і сьпівцї, й воротарі, і нетинеї в своїх містах, і ввесь Ізраїль по своїх містах.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.