Ezra
Chapter 2
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kralice Bible (1613)
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kralice Bible (1613)
1Dit zijn de bewoners der provincie, die weggetrokken zijn uit de ballingschap in Babel, waarheen Nabukodonosor, de koning van Babel, hen had weggevoerd, en die zijn teruggekeerd naar Jerusalem in Juda, iedereen naar zijn eigen stad.
1Tito pak jsou lidé té krajiny, kteříž se z zajetí a přestěhování toho brali, jakž je byl přestěhoval Nabuchodonozor král Babylonský do Babylona, a navrátili se do Jeruzaléma a do Judstva, jeden každý do města svého,
2Het zijn degenen, die teruggekomen zijn met Zorobabel, Jesjóea, Nehemias, Seraja, Reëlaja, Mordekai, Bilsjan, Mispar, Bigwai, Rechoem en Baäna. Het aantal mannen uit het volk van Israël was als volgt:
2Kteříž přišli s Zorobábelem, s Jesua, s Nehemiášem, Saraiášem, Reelaiášem, Mardocheem, Bilsanem, Misparem, Bigvajem, Rechumem a Baanou. Počet mužů z lidu Izraelského:
3de zonen van Parosj telden een en twintighonderd twee en zeventig man;
3Synů Farosových dva tisíce, sto sedmdesáte dva.
4de zonen van Sjefatja, driehonderd twee en zeventig;
4Synů Sefatiášových tři sta sedmdesáte dva.
5de zonen van Arach, zevenhonderd vijf en zeventig;
5Synů Arachových sedm set sedmdesát pět.
6de zonen van Páchat-Moab, de zonen namelijk van Jesjóea en Joab, acht en twintighonderd en twaalf;
6Synů Pachat Moábových, synů Jesue a Joábových dva tisíce, osm set a dvanácte.
7de zonen van Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
7Synů Elamových tisíc, dvě stě padesáte čtyři.
8de zonen van Zattoe, negenhonderd vijf en veertig;
8Synů Zattuových devět set čtyřidceti pět.
9de zonen van Zakkai, zevenhonderd zestig;
9Synů Zakkai sedm set a šedesát.
10de zonen van Bani, zeshonderd twee en veertig;
10Synů Báni šest set čtyřidceti dva.
11de zonen van Bebai, zeshonderd drie en twintig;
11Synů Bebai šest set třimecítma.
12de zonen van Azgad, twaalfhonderd twee en twintig;
12Synů Azgadových tisíc, dvě stě dvamecítma.
13de zonen van Adonikam, zeshonderd zes en zestig;
13Synů Adonikamových šest set šedesáte šest.
14de zonen van Bigwai, tweeduizend zes en vijftig;
14Synů Bigvai dva tisíce, padesáte šest.
15de zonen van Adin, vierhonderd vier en vijftig;
15Synů Adinových čtyři sta padesáte čtyři.
16de zonen van Ater, uit de familie van Chizki-ja, acht en negentig;
16Synů Aterových z Ezechiáše devadesát osm.
17de zonen van Besai, driehonderd drie en twintig;
17Synů Bezai tři sta třimecítma.
18de zonen van Jora, honderd en twaalf;
18Synů Jorahových sto a dvanácte.
19de zonen van Chasjoem, tweehonderd drie en twintig;
19Synů Chasumových dvě stě třimecítma.
20de zonen van Gibbar, vijf en negentig;
20Synů Gibbarových devadesáte pět.
21de burgers van Betlehem, honderd drie en twintig;
21Synů Betlémských sto třimecítma.
22de burgers van Netofa, zes en vijftig;
22Mužů Netofatských padesáte šest.
23de burgers van Anatot, honderd acht en twintig;
23Mužů Anatotských sto osmmecítma.
24de burgers van Azmáwet, twee en veertig;
24Synů Azmavetských čtyřidceti dva.
25de burgers van Kirjat-Jearim, Kefira en Beërot, zevenhonderd drie en veertig;
25Synů Kariatarimských, Kafirských a Berotských sedm set čtyřidceti a tři.
26de burgers van Rama en Géba, zeshonderd een en twintig;
26Synů Ráma a Gabaa šest set jedenmecítma.
27de burgers van Mikmas, honderd twee en twintig;
27Mužů Michmas sto dvamecítma.
28de burgers van Betel en Ai, tweehonderd drie en twintig;
28Mužů z Bethel a Hai dvě stě třimecítma.
29de burgers van Nebo, twee en vijftig;
29Synů z Nébo padesáte dva.
30de zonen van Magbisj, honderd zes en vijftig;
30Synů Magbisových sto padesáte šest.
31de zonen van den anderen Elam, twaalfhonderd vier en vijftig;
31Synů Elama druhého tisíc, dvě stě padesáte čtyři.
32de zonen van Charim, driehonderd en twintig;
32Synů Charimových tři sta dvadceti.
33de burgers van Lod, Chadid en Ono, zevenhonderd vijf en twintig;
33Synů Lodových, Chadidových a Onových sedm set dvadceti pět.
34de burgers van Jericho, driehonderd vijf en veertig;
34Synů Jerecho tři sta čtyřidceti pět.
35de zonen van Senaä, zes en dertighonderd dertig.
35Synů Senaa tři tisíce, šest set a třidceti.
36De priesters: de zonen van Jedaja, uit het geslacht van Jesjóea telden negenhonderd drie en zeventig man;
36Kněží, synů Jedaiášových z domu Jesua, devět set sedmdesáte tři.
37de zonen van Immer, duizend twee en vijftig;
37Synů Immerových tisíc, padesáte dva.
38de zonen van Pasjchoer, twaalfhonderd zeven en veertig;
38Synů Paschurových tisíc, dvě stě čtyřidceti sedm.
39de zonen van Charim, duizend zeventien.
39Synů Charimových tisíc a sedmnácte.
40De levieten: de zonen van Jesjóea, Kadmiël en Hodawja telden vier en zeventig man.
40Levítů, synů Jesua a Kadmiele, synů Hodaviášových, sedmdesáte čtyři.
41De zangers: de zonen van Asaf telden honderd acht en twintig man.
41Zpěváků, synů Azafových, sto dvadceti osm.
42De poortwachters: de zonen van Sjalloem, de zonen van Ater, de zonen van Talmon, de zonen van Akkoeb, de zonen van Chatita en de zonen van Sjobai telden tezamen honderd negen en dertig man.
42Synů vrátných, synů Sallumových, synů Aterových, synů Talmonových, synů Akkubových, synů Chatita, synů Sobai, všech sto třidceti devět.
43De tempelknechten waren: de zonen van Sicha; de zonen van Chasoefa; de zonen van Tabbaot;
43Netinejských, synů Zicha, synů Chasufa, synů Tabbaot,
44de zonen van Keros; de zonen van Siaha; de zonen van Padon;
44Synů Keros, synů Siaha, synů Fádon,
45de zonen van Lebana; de zonen van Chagaba; de zonen van Akkoeb;
45Synů Lebana, synů Chagaba, synů Akkub,
46de zonen van Chagab; de zonen van Sjamlai; de zonen van Chanan;
46Synů Chagab, synů Samlai, synů Chanan,
47de zonen van Giddel; de zonen van Gáchar; de zonen van Reaja;
47Synů Giddel, synů Gachar, synů Reaia,
48de zonen van Resin; de zonen van Nekoda; de zonen van Gazzan;
48Synů Rezin, synů Nekoda, synů Gazam,
49de zonen van Oezza; de zonen van Paséach; de zonen van Besai;
49Synů Uza, synů Paseach, synů Besai,
50de zonen van Asna; de zonen van Meoenim; de zonen van Nefoesim;
50Synů Asna, synů Meunim, synů Nefusim,
51de zonen van Bakboek; de zonen van Chakoefa; de zonen van Charchoer;
51Synů Bakbuk, synů Chakufa, synů Charchur,
52de zonen van Basloet; de zonen van Mechida; de zonen van Charsja;
52Synů Bazlut, synů Mechida, synů Charsa,
53de zonen van Barkos; de zonen van Sisera; de zonen van Témach;
53Synů Barkos, synů Sisera, synů Tamach,
54de zonen van Nesiach; de zonen van Chatifa.
54Synů Neziach, synů Chatifa,
55De zonen van Salomons slaven waren: de zonen van Sotai; de zonen van Soféret; de zonen van Perida;
55Synů služebníků Šalomounových, synů Sotai, synů Soferet, synů Feruda,
56de zonen van Jaäla; de zonen van Darkon; de zonen van Giddel;
56Synů Jaala, synů Darkon, synů Giddel,
57de zonen van Sjefatja; de zonen van Chattil; de zonen van Pokéret-Hassebajim; de zonen van Ami.
57Synů Sefatiášových, synů Chattil, synů Pocheret Hazebaim, synů Ami,
58De tempelknechten telden met de zonen van Salomons slaven tezamen driehonderd twee en negentig man.
58Všech Netinejských a synů služebníků Šalomounových tři sta devadesáte dva.
59De volgende zijn wel mee opgetrokken uit Tel-Mélach, Tel-Charsja, Keroeb, Addon en Immer, maar ze konden hun familie- en stamboom niet overleggen als bewijs, dat zij tot Israël behoorden. Het waren:
59Tito také byli, kteříž šli z Telmelach, Telcharsa, Cherub, Addan a Immer, ale nemohli ukázati domu otců svých a semene svého, že by z Izraele byli:
60de zonen van Delaja; de zonen van Tobi-ja; de zonen van Nekoda: zeshonderd twee en vijftig man.
60Synů Delaiášových, synů Tobiášových, synů Nekodových šest set padesáte dva.
61Uit de priesterzonen: de zonen van Chabaja; de zonen van Hakkos; de zonen van Barzillai, die getrouwd was met een der dochters van Barzillai uit Gilad, en naar hem werd genoemd.
61A z synů kněžských synové Chabaiášovi, synové Kózovi, synové Barzillai, kterýž pojav sobě ze dcer Barzillai Galádského manželku, nazván jest jménem jejich.
62Daar zij, hoe ze ook zochten, hun geslachtsregister niet konden vinden, werden zij van de priesterlijke bediening uitgesloten,
62Ti vyhledávali zapsání o sobě, chtíce prokázati rod svůj, ale nenašlo se. Protož zbaveni jsou kněžství.
63en verbood hun de landvoogd, van de heilige spijzen te eten, totdat er een priester met de Oerim en Toemmim zou optreden.
63A zapověděl jim Tirsata, aby nejedli z věcí svatosvatých, dokudž by nestál kněz s urim a thumim.
64De hele gemeente bestond uit twee enveertigduizend driehonderd zestig personen.
64Všeho toho shromáždění pospolu čtyřidceti a dva tisíce, tři sta šedesáte,
65Hierbij kwamen nog zevenduizend driehonderd zeven en dertig slaven en slavinnen, en tweehonderd zangers en zangeressen.
65Kromě služebníků jejich, a děvek jejich, jichž bylo sedm tisíc, tři sta třidceti sedm. A mezi nimi bylo zpěváků a zpěvakyní dvě stě.
66Men bezat zevenhonderd zes en dertig paarden, tweehonderd vijf en veertig muilezels,
66Koní jejich sedm set třidceti šest, mezků jejich dvě stě čtyřidceti pět.
67vierhonderd vijf en dertig kamelen en zesduizend zevenhonderd twintig ezels.
67Velbloudů jejich čtyři sta třidceti pět, oslů šest tisíc, sedm set a dvadceti.
68Toen men bij de tempel van Jahweh te Jerusalem was aangekomen, brachten sommige familiehoofden vrijwillige schenkingen voor de tempel van God, om hem op zijn plaats te doen herrijzen.
68Z knížat pak čeledí otcovských, někteří, když přišli k domu Hospodinovu, kterýž byl v Jeruzalémě, dobrovolně se oddavše, aby stavěli dům Boží na gruntech jeho,
69Ook droeg men naar vermogen bij aan het fonds, dat voor de eredienst was bestemd: voor een en zestigduizend drachmen7 aan goud, voor vijfduizend mina aan zilver, en honderd priestergewaden.
69Vedlé možnosti své dali náklad k dílu: Zlata jeden a šedesáte tisíc drachem, stříbra pak pět tisíc liber, a sukní kněžských sto.
70Daarna gingen de priesters, de levieten met een deel van het volk, de zangers, de poortwachters en de tempelknechten zich te Jerusalem vestigen, en de rest van Israël in hun steden.
70A tak osadili se kněží i Levítové a někteří z lidu, i zpěváci i vrátní a Netinejští v městech svých, i všecken Izrael v městech svých.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.