Leviticus 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Wanneer iemand als vredeoffer een rund wil opdragen, een stier of een koe, dan moet hij een gaaf dier aan Jahweh offeren.
1А коли приніс його жертва мирна: коли він приносить з товарини, самця чи самицю, без скази мусить принести Господеві.
2Hij moet zijn hand op de kop van zijn offerdier leggen, en het slachten bij de ingang van de openbaringstent; en de zonen van Aäron, de priesters, moeten het altaar aan alle kanten met het bloed besprenkelen.
2І положить руку свою на голову жертві своїй, та й заколе її коло входу в соборний намет, і набризкають крові на жертівника з усїх боків сини Аронові, сьвященники.
3Van dit vredeoffer moet hij het vet, dat de ingewanden bedekt, als een vuuroffer aan Jahweh opdragen; bovendien al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
3І принесе він із жертви мирної на жертву огняну жир, що вкриває тельбухи, і ввесь жир, що на тельбухах,
4de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
4І обидві нирки й жир, що на їх, що по боках, і сальник над печінкою; з нирками віддїлити мусить він се.
5De zonen van Aäron moeten het op het altaar tegelijk met het brandoffer, dat op het hout boven het vuur ligt, als een welriekend vuuroffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
5І воскурять се Аронові сини на жертівнику всепалення, на дровах, се є на вогнї: се огняна жертва, пахощі любі Господеві.
6Wanneer iemand als vredeoffer een stuk kleinvee aan Jahweh wil opdragen, moet hij een gaaf mannetje of wijfje offeren.
6Коли ж із отари приніс його в жертву Господеві, без скази барана чи ягницю мусить він принести.
7Wanneer hij een lam als offergave wil opdragen, moet hij het voor het aanschijn van Jahweh brengen,
7Коли ягня приносить в жертву, так мусить принести його перед Господа;
8zijn hand op de kop van zijn offerdier leggen, en het voor de openbaringstent slachten; en de zonen van Aäron moeten het altaar aan alle kanten met het bloed besprenkelen.
8І положить він руку свою на голову жертви своєї та й заколе її перед соборним наметом; і набризкають сини Аронові крові його на жертівника з усїх боків.
9Van dit vredeoffer moet hij het vet als een vuuroffer aan Jahweh opdragen: al het staartvet, dat hij dicht bij het staartbeen moet afsnijden; het vet, dat de ingewanden bedekt, met al het vet, dat aan de ingewanden vastzit,
9І мусить він принести з мирної жертви огняний приніс Господеві: жир її, ввесь курдюк до крижової костї оддїлить; і жир, що вкриває тельбухи.
10de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
10І ввесь жир, що на тельбухах, й обидві нирки, й жир, що на їх, та що по боках, і сальник на печінцї: з нирками він мусить оддїлити се.
11De priester moet het op het altaar als een vuurofferspijs voor Jahweh in rook doen opgaan.
11І воскурить сьвященник на жертівнику: се пожива огня, жертва Господеві.
12Wanneer hij echter een geit wil offeren, dan moet hij ze voor het aanschijn van Jahweh brengen,
12А коли приніс його буде коза, так мусить він привести її перед Господа;
13zijn hand op haar kop leggen, en ze voor de openbaringstent slachten; en de zonen van Aäron moeten het altaar aan alle kanten met haar bloed besprenkelen.
13І положить він руку свою на голову її, та й заколе її перед соборним наметом; і набризкають сини Аронові крові на жертівника з усїх боків.
14Als zijn offergave moet hij daarvan, als een vuuroffer aan Jahweh, het vet opdragen, dat de ingewanden bedekt; bovendien al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
14І мусить він принести з сього приніс свій як огняну жертву Господеві: жир, що вкриває тельбухи й обидві нирки, й жир що на їх,
15de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
15І що по боках, і сальник над печінкою; з нирками мусить оддїлити се.
16De priester moet dat op het altaar in rook doen opgaan als een welriekende vuurofferspijs; al het vet is voor Jahweh.
16І воскурить сьвященник на жертівнику: се пожива огняної жертви, на любі пахощі; ввесь жир Господеві.
17Dit is een altijd geldende wet voor al uw geslachten, overal waar ge woont: nooit moogt ge vet of bloed nuttigen.
17Установа віковічня в роди ваші, по всїх осадах ваших: нї жиру, нї крові, щоб ви не їли.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.