Leviticus 3
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Wanneer iemand als vredeoffer een rund wil opdragen, een stier of een koe, dan moet hij een gaaf dier aan Jahweh offeren.
1“‘Se a sua oferta for um sacrifício pacífico, se ele a oferecer do gado, seja macho ou fêmea, ele a oferecerá sem defeito perante o SENHOR.
2Hij moet zijn hand op de kop van zijn offerdier leggen, en het slachten bij de ingang van de openbaringstent; en de zonen van Aäron, de priesters, moeten het altaar aan alle kanten met het bloed besprenkelen.
2Ele porá a mão sobre a cabeça da sua oferta e a matará à porta da Tenda do Encontro. Os filhos de Arão, os sacerdotes, aspergirão o sangue em redor sobre o altar.
3Van dit vredeoffer moet hij het vet, dat de ingewanden bedekt, als een vuuroffer aan Jahweh opdragen; bovendien al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
3Do sacrifício pacífico, ele apresentará uma oferta feita por fogo ao SENHOR: a gordura que cobre as entranhas e toda a gordura que está sobre as entranhas,
4de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
4e os dois rins, e a gordura que está sobre eles, que está junto aos lombos, e a membrana que cobre o fígado, que ele removerá junto com os rins.
5De zonen van Aäron moeten het op het altaar tegelijk met het brandoffer, dat op het hout boven het vuur ligt, als een welriekend vuuroffer voor Jahweh in rook doen opgaan.
5Os filhos de Arão a queimarão no altar, sobre o holocausto, que está sobre a lenha que está no fogo; é uma oferta feita por fogo, de aroma agradável ao SENHOR.
6Wanneer iemand als vredeoffer een stuk kleinvee aan Jahweh wil opdragen, moet hij een gaaf mannetje of wijfje offeren.
6“‘Se a sua oferta para um sacrifício pacífico ao SENHOR for do rebanho, seja macho ou fêmea, ele a oferecerá sem defeito.
7Wanneer hij een lam als offergave wil opdragen, moet hij het voor het aanschijn van Jahweh brengen,
7Se ele oferecer um cordeiro como sua oferta, então ele o oferecerá perante o SENHOR;
8zijn hand op de kop van zijn offerdier leggen, en het voor de openbaringstent slachten; en de zonen van Aäron moeten het altaar aan alle kanten met het bloed besprenkelen.
8e porá a mão sobre a cabeça da sua oferta, e a matará diante da Tenda do Encontro. Os filhos de Arão aspergirão o seu sangue em redor sobre o altar.
9Van dit vredeoffer moet hij het vet als een vuuroffer aan Jahweh opdragen: al het staartvet, dat hij dicht bij het staartbeen moet afsnijden; het vet, dat de ingewanden bedekt, met al het vet, dat aan de ingewanden vastzit,
9Do sacrifício pacífico, ele apresentará uma oferta feita por fogo ao SENHOR: a sua gordura, a cauda gorda inteira, que ele removerá rente à espinha dorsal; e a gordura que cobre as entranhas, e toda a gordura que está sobre as entranhas,
10de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
10e os dois rins, e a gordura que está sobre eles, que está junto aos lombos, e a membrana que cobre o fígado, que ele removerá junto com os rins.
11De priester moet het op het altaar als een vuurofferspijs voor Jahweh in rook doen opgaan.
11O sacerdote a queimará no altar; é o alimento da oferta feita por fogo ao SENHOR.
12Wanneer hij echter een geit wil offeren, dan moet hij ze voor het aanschijn van Jahweh brengen,
12“‘Se a sua oferta for um bode, então ele o oferecerá perante o SENHOR.
13zijn hand op haar kop leggen, en ze voor de openbaringstent slachten; en de zonen van Aäron moeten het altaar aan alle kanten met haar bloed besprenkelen.
13Ele porá a mão sobre a sua cabeça e o matará diante da Tenda do Encontro; e os filhos de Arão aspergirão o seu sangue em redor sobre o altar.
14Als zijn offergave moet hij daarvan, als een vuuroffer aan Jahweh, het vet opdragen, dat de ingewanden bedekt; bovendien al het vet, dat aan de ingewanden vastzit;
14Dele apresentará a sua oferta, uma oferta feita por fogo ao SENHOR: a gordura que cobre as entranhas e toda a gordura que está sobre as entranhas,
15de beide nieren met het vet, dat daaromheen in de lenden zit, en de kwab aan de lever, die hij met de nieren moet wegnemen.
15e os dois rins, e a gordura que está sobre eles, que está junto aos lombos, e a membrana que cobre o fígado, que ele removerá junto com os rins.
16De priester moet dat op het altaar in rook doen opgaan als een welriekende vuurofferspijs; al het vet is voor Jahweh.
16O sacerdote os queimará no altar; é o alimento da oferta feita por fogo, de aroma agradável; toda a gordura é do SENHOR.
17Dit is een altijd geldende wet voor al uw geslachten, overal waar ge woont: nooit moogt ge vet of bloed nuttigen.
17“‘Este será um estatuto perpétuo por todas as suas gerações, em todas as suas habitações: vocês não comerão gordura nem sangue.’”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.