Leviticus
Chapter 26
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gij moogt u geen afgoden maken, geen afgodsbeelden of wijstenen oprichten, en geen gebeeldhouwde stenen in uw land opstellen, om die te aanbidden; want Ik ben Jahweh, uw God!
1Не будете робити собі балванів, нї вирізувати образів, нї ставити стовпів, і каменїв з образами не ставляти мете в землї вашій, щоб перед ними бити поклони. Я Господь, Бог ваш.
2Onderhoudt mijn sabbatdagen, en hebt eerbied voor mijn heiligdom. Ik ben Jahweh!
2Собити мої мусите держати, і в сьвятинї благовіти. Я Господь.
3Wanneer ge naar mijn wetten leeft, mijn geboden onderhoudt en ze volbrengt,
3Коли будете ходити в установах моїх і будете заповідї мої хоронити і сповняти,
4dan schenk Ik u regen op de juiste tijd, zodat het land zijn oogst zal geven en de bomen van het veld hun vruchten.
4То давати му вам дощі у свій час, і родити ме земля жниво своє і дерево приносити ме плоди свої.
5De dorstijd zal tot de wijnoogst duren, en de wijnoogst weer tot de zaaitijd. Gij zult uw brood eten tot verzadigens toe, en onbezorgd in uw land wonen.
5І час молочення тревати ме в вас до збору виноградини, а збір виноградини тревати ме до сїйби; і їсти мете хлїб ваш до наситу і жити мете з упокоєм у землї вашій.
6Dan zal Ik vrede schenken aan het land, zodat gij u ter ruste kunt leggen, zonder dat iemand u opschrikt. Ik zal de wilde dieren uit het land verjagen, en geen zwaard trekt uw land binnen.
6І дам я мир в країнї, і лежати мете собі, і нїхто не буде непокоїти вас; і вигублю хижого зьвіра в країнї, і меч не проходити ме по землї вашій.
7Gij zult uw vijanden verjagen, en zij zullen vallen door uw zwaard.
7І будете гонити ворогів ваших, і падати муть вони од меча перед вами.
8Vijf van u zullen er honderd doen vluchten, en honderd van u tienduizend; door uw zwaard zullen uw vijanden vallen.
8І пятеро вас гнати ме сотню, а сотеро вас гнати ме десять тисяч, і падати муть вороги ваші од меча перед вами.
9Dan zal Ik mijn blik op u richten, u vruchtbaar maken en vermenigvuldigen, en mijn Verbond met u gestand doen.
9І обернусь до вас, і страшними зроблю вас, і намножу вас, і держати му завіт мій з вами.
10Ge zult nog graan van de oude oogst kunnen eten, en het oude voor het nieuwe weg moeten doen.
10І будете їсти давнолїтні плоди, і прятати давнолїтне перед новим.
11Dan zal Ik mijn woning onder u opslaan, u nimmer verwerpen,
11І поставлю храмину мою посеред вас, і не гидувати ме вами душа моя;
12en vertrouwelijk met u omgaan. Ik zal uw God, en gij zult mijn volk zijn.
12І ходити му проміж вами, і буду вашим Богом, а ви будете моїм людом.
13Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, zodat ge niet langer hun slaven waart; Ik heb de bomen van uw juk verbroken en u weer recht overeind laten gaan.
13Я Господь, Бог ваш, що вас вивів із Египецької землї, щоб ви не були підневолені їм; і розірвав я зазвори ярма вашого, і дав вам ходити випроставшись.
14Maar wanneer ge niet naar Mij luistert en al deze geboden niet onderhoudt,
14Коли ж не послухаєте мене і не будете сповняти всїх заповідей моїх,
15wanneer ge mijn voorschriften veracht en mijn wetten versmaadt, mijn geboden verkracht en mijn Verbond verbreekt,
15І коли зневажите установи мої, і гордувати ме душа ваша присудами моїми, так що не сповняти мете всї заповідї мої і зломите заповіт мій;
16dan zal Ik zo met u handelen: Ik zal u met ijselijke rampen bezoeken, met tering en koorts, die de ogen doven en de ziel doen versmachten. Dan zaait ge uw zaad tevergeefs; want uw vijanden eten het op.
16Так я зроблю те саме з вами: я допущу на вас страх, сухоти і пропасницю, від якої почорнїє в очах і душа зомлїє; і сїяти мете марно насїннє ваше, вороги бо ваші пожеруть його.
17Ik zal u mijn gramschap doen voelen, zodat gij door uw vijanden wordt verslagen, en die u haten, over u zullen heersen, en gij op de vlucht slaat, ofschoon niemand u achtervolgt.
17І поставлю лице моє проти вас, і побють вас вороги ваші; і запанують над вами ненавидники ваші, і втікати мете, хоч нїхто не буде гонити за вами.
18En als ge Mij dan nog niet gehoorzaamt, dan blijf Ik u tuchtigen voor uw zonden tot zevenmaal toe.
18Коли ж і тодї не послухаєте мене, так усемеро побільшу кари ваші за гріхи ваші.
19Uw trotse kracht zal Ik breken, de hemel boven u van ijzer maken, en de grond onder u van koper.
19І зломлю пиху потуги вашої, і зроблю небо над вами як залїзо, а землю вашу як мідь.
20Dan put gij uw kracht uit om niet; uw bodem geeft u geen oogst en de bomen der aarde geen vruchten.
20І будете марнувати силу вашу, і не давати ме земля ваша жнива свого, а дерево на полї вашому не давати ме плоду свого.
21En zo ge u dan nog tegen Mij blijft verzetten, en naar Mij niet wilt luisteren, dan tuchtig Ik u opnieuw voor uw zonden tot zevenmaal toe.
21А коли ійти мете проти мене й не схочете слухати мене, так усемеро побільшу кари за гріхи ваші.
22Dan laat Ik wilde dieren op u los, die u kinderloos maken, uw vee verscheuren, en uw getal zo doen slinken, dat uw wegen verlaten liggen.
22І пущу зьвірину польову на вас, що вигубить дїтей ваших, і пожере скотину вашу, і вас поменьшить, та й опустїють шляхи ваші.
23En zo ge u nog altijd niet door Mij laat gezeggen en u tegen Mij blijft verzetten,
23Коли ж і після сього не покаєтесь та ійти мете проти мене,
24dan zal ook Ik Mij tegen u verzetten, en u tuchtigen om uw zonden tot zevenmaal toe.
24Так і сам я ійти му проти вас, і сам я побю вас усемеро за гріхи ваші.
25Dan laat Ik het zwaard op u los, om het Verbond bloedig te wreken. Kruipt ge in uw steden bijeen, dan zend Ik de pest onder u, zodat ge toch in de handen van uw vijanden valt.
25І допущу на вас меча, що помститься за завіт; а коли позабираєтесь у городи ваші, то пішлю морову кару серед вас, і віддам вас в руки ворогові.
26Dan breek Ik de broodstaf bij u, zodat tien vrouwen uw brood in één oven bakken, het u geven volgens gewicht, en gij niet eens volop kunt eten.
26Як зломлю підпору вашу, хлїб, тодї пекти муть хлїб ваш десятеро молодиць в однїй печі, і віддавати муть вам хлїб після ваги; і ви їстимете, та й не наїдати метесь.
27En wanneer ge dan nog niet gehoorzaamt en u tegen Mij blijft verzetten,
27Коли ж і після сього не послухаєте мене да ійти мете проти мене,
28dan zal ook Ik in mijn woede Mij tegen u blijven verzetten, en u tuchtigen om uw zonden tot zevenmaal toe.
28Так у палкому гнїву ійти му проти вас, і карати му вас усемеро за гріхи ваші.
29Dan zult ge het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters.
29І їсти мете тїло синів ваших, і тїло дочок ваших їсти мете,
30Uw offerhoogten zal Ik verwoesten en uw huisaltaren vernielen, uw lijken voor uw afgodsbeelden smijten, en een walg van u krijgen.
30І зруйную високостї ваші, і розібю стовпи ваші соняшні, та й кину трупа вашого на трупа ідольського, і гидувати ме душа моя вами.
31Ik zal uw steden tot puinhopen maken, uw heiligdommen vernielen, de heerlijke geuren van uw reukoffers niet ruiken.
31І зроблю городи ваші пустками, і спустошу сьвятощі ваші, і не прийму любих пахощів ваших.
32Ik zal het land verwoesten, zodat uw vijanden, die het zullen bewonen, er verstomd over staan.
32І спустошу країну вашу, так що й вороги ваші зʼжахнуться, що пробувають у їй.
33Ik zal u verstrooien onder de volken, en het zwaard achter u ontbloten. Dan zal uw land een wildernis worden, en uw steden zullen puinhopen zijn.
33І самих вас розпорошу проміж народами, і з мечем пожену за вами; і опустїє земля ваша, а городи ваші обернуться в руїну.
34Al de tijd, dat het land woest ligt en gij in het land uwer vijanden zijt, haalt het zijn sabbatten in; dan zal het rusten en krijgt het zijn sabbatjaren vergoed.
34Тодї буде собота на землї по всї днї опустїння її, а ви самі опинитесь у землї ворогів ваших; тодї лежати ме земля облогом, і втїшати меться своїми соботнїми часами.
35Al de tijd dat het woest ligt, zal het rusten, omdat het op uw sabbatjaren geen rust heeft gehad, zolang gij er bleeft wonen.
35По всї днї опустїння свого спочивати ме вона, через те, що не віддихала в соботи ваші, як жили ви на їй.
36Dan stort Ik hen, die zijn overgebleven en in het land hunner vijanden zijn, een verbijsterende schrik in het hart; het geritsel van een dor blad jaagt hen op, en zij slaan op de vlucht, zoals men wegrent voor een zwaard. Zij zullen vallen, ofschoon niemand hen achtervolgt;
36А хто останеться з вас, на того серце наведу страх в землї ворога його: і гнати ме його шелест летючого листу, і втїкати ме, як втїкають від меча, і падати ме, хоч нїхто не гнати меться за ним.
37zij struikelen over elkander als zit hen het zwaard op de hielen, ofschoon niemand achter hen is. Voor uw vijanden zult ge geen stand houden,
37І будуть падати одно через другого, наче перед мечем, хоч нїхто не гнати ме їх; і не буде в вас снаги, щоб остоятись перед ворогами вашими.
38maar onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verslinden.
38І погибнете між народами, і пожере вас ворожа земля;
39En wie van u zijn overgebleven, kwijnen weg om hun zonden in de landen hunner vijanden; ook om de zonden van hun vaderen kwijnen ze weg.
39Хто ж останеться з вас, ті потануть в беззаконнях своїх по ворожих землях, і в беззаконнях батьків своїх вкупі з ними.
40Maar dan zullen zij hun zonde en die hunner vaderen bekennen, hoe zij ontrouw tegen Mij zijn geweest; hoe zij zich tegen Mij hebben verzet,
40І будуть тодї признаватись вони в беззаконнях своїх і в беззаконнях батьків своїх, котрими спроневірились менї, та що ійшли проти мене,
41en Ik Mij tegen hen moest verzetten, en hen naar het land hunner vijanden heb gevoerd. En wanneer zij dan hun onbesneden hart zullen buigen, en boete doen voor hun zonde,
41Та, що й я ійшов проти них, і загнав їх у землю ворогів їх. А коли тодї впокориться необрізане серце їх, і вони спокутують беззаконня свої,
42zal Ik mijn Verbond met Jakob gedenken, mijn Verbond met Isaäk en Abraham. Dan zal Ik het land weer gedenken,
42То я спогадаю завіт мій з Яковом, і також завіт мій з Ізааком, і завіт мій з Авраамом спогадаю, і землю спогадаю.
43het land dat door hen moest worden verlaten en zijn sabbatten inhaalde; dat om hen verwoest bleef liggen, terwijl zij hun zonde moesten boeten, daar ze mijn wetten hadden veracht en mijn voorschriften hadden versmaad.
43Бо опустїє після них земля, і втїшати меться соботнїми часами своїми в час опустїння свого без них; самі ж вони приймати муть кару за беззаконня свої, через те, так через те, що судами моїми погордували і душа їх установами моїми гидувала.
44Neen, zelfs in het land hunner vijanden, verwerp Ik hen niet en stoot ze niet van Mij weg, om hen te verdelgen en mijn Verbond met hen te verbreken; want Ik ben Jahweh, hun God!
44Тільки ж і тодї, як пробувати муть вони в землї ворогів своїх, не відкину їх від себе і не зогиджу їх собі так, щоб їх вигубити та зломити завіт мій з ними; я бо Господь, Бог їх.
45Maar Ik zal voor hen het Verbond met hun vaderen gedenken, die Ik voor de ogen der volken uit Egypte heb geleid, om hun God te zijn: Ik Jahweh!
45Ні! Спогадаю задля їх же самих завіт мій з предками їх, що вивів їх із Египецької землї перед очима народів, щоб їх Богом бути. Я Господь.
46Dit zijn de voorschriften, instellingen en wetten, die Jahweh op de berg Sinaï door Moses heeft gegeven als geldend tussen Hem en de kinderen Israëls.
46Се установи, й присуди, і закони, що постановив Господь проміж собою й синами Ізрайлевими на Синай горі, через Мойсея.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.