Leviticus 26
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Gij moogt u geen afgoden maken, geen afgodsbeelden of wijstenen oprichten, en geen gebeeldhouwde stenen in uw land opstellen, om die te aanbidden; want Ik ben Jahweh, uw God!
1“‘พวกเจ้าห้ามสร้างรูปเคารพสำหรับตน ห้ามตั้งรูปแกะสลักหรือเสาหิน และห้ามตั้งศิลาสลักลวดลายไว้ในแผ่นดินของพวกเจ้าเพื่อกราบไหว้ เพราะเราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า
2Onderhoudt mijn sabbatdagen, en hebt eerbied voor mijn heiligdom. Ik ben Jahweh!
2“‘พวกเจ้าต้องรักษาวันสะบาโตของเรา และเคารพยำเกรงสถานศักดิ์สิทธิ์ของเรา เราคือพระยาห์เวห์
3Wanneer ge naar mijn wetten leeft, mijn geboden onderhoudt en ze volbrengt,
3“‘ถ้าพวกเจ้าดำเนินตามกฎเกณฑ์ของเรา รักษาพระบัญญัติของเราและปฏิบัติตาม
4dan schenk Ik u regen op de juiste tijd, zodat het land zijn oogst zal geven en de bomen van het veld hun vruchten.
4เราจะให้ฝนตกตามฤดูกาล แผ่นดินจะให้ผลผลิต และต้นไม้ในทุ่งจะออกผล
5De dorstijd zal tot de wijnoogst duren, en de wijnoogst weer tot de zaaitijd. Gij zult uw brood eten tot verzadigens toe, en onbezorgd in uw land wonen.
5ฤดูนวดข้าวของพวกเจ้าจะต่อเนื่องไปจนถึงฤดูเก็บองุ่น และฤดูเก็บองุ่นจะต่อเนื่องไปจนถึงฤดูหว่านเมล็ด พวกเจ้าจะมีอาหารกินจนอิ่ม และอาศัยอยู่ในแผ่นดินอย่างปลอดภัย
6Dan zal Ik vrede schenken aan het land, zodat gij u ter ruste kunt leggen, zonder dat iemand u opschrikt. Ik zal de wilde dieren uit het land verjagen, en geen zwaard trekt uw land binnen.
6“‘เราจะให้มีสันติสุขในแผ่นดิน พวกเจ้าจะนอนลงโดยไม่มีใครทำให้หวาดกลัว เราจะกำจัดสัตว์ร้ายออกจากแผ่นดิน และจะไม่มีดาบผ่านเข้ามาในแผ่นดินของพวกเจ้า
7Gij zult uw vijanden verjagen, en zij zullen vallen door uw zwaard.
7พวกเจ้าจะไล่ตามศัตรู และพวกเขาจะล้มลงต่อหน้าพวกเจ้าด้วยคมดาบ
8Vijf van u zullen er honderd doen vluchten, en honderd van u tienduizend; door uw zwaard zullen uw vijanden vallen.
8พวกเจ้าห้าคนจะไล่ตามหนึ่งร้อยคน และหนึ่งร้อยคนจะไล่ตามหนึ่งหมื่นคน ศัตรูของพวกเจ้าจะล้มลงต่อหน้าพวกเจ้าด้วยคมดาบ
9Dan zal Ik mijn blik op u richten, u vruchtbaar maken en vermenigvuldigen, en mijn Verbond met u gestand doen.
9“‘เราจะหันมาเอาใจใส่พวกเจ้า ทำให้พวกเจ้ามีลูกหลานมากมายและเพิ่มจำนวนขึ้น และเราจะทำให้พันธสัญญาของเรากับพวกเจ้ามั่นคง
10Ge zult nog graan van de oude oogst kunnen eten, en het oude voor het nieuwe weg moeten doen.
10พวกเจ้าจะกินเสบียงเก่าที่เก็บไว้นาน และต้องขนของเก่าออกเพื่อให้มีที่สำหรับของใหม่
11Dan zal Ik mijn woning onder u opslaan, u nimmer verwerpen,
11เราจะตั้งเต็นท์ของเราไว้ท่ามกลางพวกเจ้า และเราจะไม่รังเกียจพวกเจ้า
12en vertrouwelijk met u omgaan. Ik zal uw God, en gij zult mijn volk zijn.
12เราจะดำเนินอยู่ท่ามกลางพวกเจ้า เราจะเป็นพระเจ้าของพวกเจ้า และพวกเจ้าจะเป็นประชาชนของเรา
13Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, zodat ge niet langer hun slaven waart; Ik heb de bomen van uw juk verbroken en u weer recht overeind laten gaan.
13เราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเจ้า ผู้ได้นำพวกเจ้าออกจากแผ่นดินอียิปต์เพื่อไม่ให้พวกเจ้าเป็นทาสของพวกเขา เราหักคานแอกของพวกเจ้าและทำให้พวกเจ้าเดินตัวตรงได้
14Maar wanneer ge niet naar Mij luistert en al deze geboden niet onderhoudt,
14“‘แต่ถ้าพวกเจ้าไม่ฟังเรา และไม่ปฏิบัติตามพระบัญญัติเหล่านี้ทั้งหมด
15wanneer ge mijn voorschriften veracht en mijn wetten versmaadt, mijn geboden verkracht en mijn Verbond verbreekt,
15ถ้าพวกเจ้าปฏิเสธกฎเกณฑ์ของเรา รังเกียจข้อกำหนดของเรา ไม่ยอมทำตามพระบัญญัติทั้งหมดของเรา และละเมิดพันธสัญญาของเรา
16dan zal Ik zo met u handelen: Ik zal u met ijselijke rampen bezoeken, met tering en koorts, die de ogen doven en de ziel doen versmachten. Dan zaait ge uw zaad tevergeefs; want uw vijanden eten het op.
16เราก็จะทำเช่นนี้กับพวกเจ้า เราจะให้ความหวาดผวาเกิดแก่พวกเจ้า ทั้งโรคผอมแห้งและไข้ซึ่งทำให้ดวงตาหม่นมัวและชีวิตอ่อนแรง พวกเจ้าจะหว่านเมล็ดไปโดยเปล่าประโยชน์ เพราะศัตรูจะกินผลผลิตของพวกเจ้า
17Ik zal u mijn gramschap doen voelen, zodat gij door uw vijanden wordt verslagen, en die u haten, over u zullen heersen, en gij op de vlucht slaat, ofschoon niemand u achtervolgt.
17เราจะต่อต้านพวกเจ้า และพวกเจ้าจะพ่ายแพ้ต่อหน้าศัตรู คนที่เกลียดพวกเจ้าจะปกครองพวกเจ้า และพวกเจ้าจะหนีทั้งที่ไม่มีใครไล่ตาม
18En als ge Mij dan nog niet gehoorzaamt, dan blijf Ik u tuchtigen voor uw zonden tot zevenmaal toe.
18“‘ถ้าแม้เกิดสิ่งเหล่านี้แล้วพวกเจ้ายังไม่ฟังเรา เราจะลงโทษพวกเจ้าหนักขึ้นเจ็ดเท่าเพราะบาปของพวกเจ้า
19Uw trotse kracht zal Ik breken, de hemel boven u van ijzer maken, en de grond onder u van koper.
19เราจะทำลายความเย่อหยิ่งในกำลังของพวกเจ้า เราจะทำให้ท้องฟ้าเหนือพวกเจ้าแข็งเหมือนเหล็ก และพื้นดินแข็งเหมือนทองสัมฤทธิ์
20Dan put gij uw kracht uit om niet; uw bodem geeft u geen oogst en de bomen der aarde geen vruchten.
20พละกำลังของพวกเจ้าจะสูญเปล่า เพราะแผ่นดินจะไม่ให้ผลผลิต และต้นไม้ในแผ่นดินจะไม่ออกผล
21En zo ge u dan nog tegen Mij blijft verzetten, en naar Mij niet wilt luisteren, dan tuchtig Ik u opnieuw voor uw zonden tot zevenmaal toe.
21“‘ถ้าพวกเจ้ายังดำเนินสวนทางกับเราและไม่ยอมฟังเรา เราจะเพิ่มภัยพิบัติแก่พวกเจ้าอีกเจ็ดเท่าตามบาปของพวกเจ้า
22Dan laat Ik wilde dieren op u los, die u kinderloos maken, uw vee verscheuren, en uw getal zo doen slinken, dat uw wegen verlaten liggen.
22เราจะส่งสัตว์ป่ามาท่ามกลางพวกเจ้า มันจะพรากลูกหลานของพวกเจ้า ทำลายสัตว์เลี้ยงของพวกเจ้า และทำให้พวกเจ้าลดจำนวนลง จนถนนหนทางของพวกเจ้าร้างเปล่า
23En zo ge u nog altijd niet door Mij laat gezeggen en u tegen Mij blijft verzetten,
23“‘ถ้าแม้เกิดสิ่งเหล่านี้แล้วพวกเจ้ายังไม่ยอมกลับมาหาเรา แต่ยังดำเนินสวนทางกับเรา
24dan zal ook Ik Mij tegen u verzetten, en u tuchtigen om uw zonden tot zevenmaal toe.
24เราก็จะดำเนินสวนทางกับพวกเจ้าด้วย และเราจะลงโทษพวกเจ้าเพราะบาปของพวกเจ้าอีกเจ็ดเท่า
25Dan laat Ik het zwaard op u los, om het Verbond bloedig te wreken. Kruipt ge in uw steden bijeen, dan zend Ik de pest onder u, zodat ge toch in de handen van uw vijanden valt.
25เราจะนำดาบแห่งการแก้แค้นตามพันธสัญญามาเหนือพวกเจ้า พวกเจ้าจะไปรวมกันอยู่ในเมืองต่าง ๆ แล้วเราจะส่งโรคระบาดเข้าไปท่ามกลางพวกเจ้า และพวกเจ้าจะถูกมอบไว้ในมือของศัตรู
26Dan breek Ik de broodstaf bij u, zodat tien vrouwen uw brood in één oven bakken, het u geven volgens gewicht, en gij niet eens volop kunt eten.
26เมื่อเราตัดเสบียงอาหารที่พวกเจ้าพึ่งพา ผู้หญิงสิบคนจะอบขนมปังในเตาอบเพียงเตาเดียว และนำขนมปังมาแบ่งให้พวกเจ้าตามน้ำหนัก พวกเจ้าจะกินแต่ไม่อิ่ม
27En wanneer ge dan nog niet gehoorzaamt en u tegen Mij blijft verzetten,
27“‘ถ้าแม้เป็นเช่นนี้แล้วพวกเจ้ายังไม่ฟังเรา แต่ยังดำเนินสวนทางกับเรา
28dan zal ook Ik in mijn woede Mij tegen u blijven verzetten, en u tuchtigen om uw zonden tot zevenmaal toe.
28เราก็จะดำเนินสวนทางกับพวกเจ้าด้วยความโกรธ และเราจะลงโทษพวกเจ้าเพราะบาปของพวกเจ้าอีกเจ็ดเท่า
29Dan zult ge het vlees van uw zonen eten en het vlees van uw dochters.
29พวกเจ้าจะกินเนื้อของบุตรชายของตน และกินเนื้อของบุตรสาวของตน
30Uw offerhoogten zal Ik verwoesten en uw huisaltaren vernielen, uw lijken voor uw afgodsbeelden smijten, en een walg van u krijgen.
30เราจะทำลายสถานบูชาบนที่สูงของพวกเจ้า รื้อแท่นเผาเครื่องหอมของพวกเจ้า และโยนซากศพของพวกเจ้าทับซากรูปเคารพของพวกเจ้า เราจะรังเกียจพวกเจ้า
31Ik zal uw steden tot puinhopen maken, uw heiligdommen vernielen, de heerlijke geuren van uw reukoffers niet ruiken.
31เราจะทำให้เมืองต่าง ๆ ของพวกเจ้าร้างเปล่า และทำให้สถานศักดิ์สิทธิ์ของพวกเจ้ากลายเป็นที่รกร้าง เราจะไม่พอใจกับกลิ่นหอมจากของถวายของพวกเจ้า
32Ik zal het land verwoesten, zodat uw vijanden, die het zullen bewonen, er verstomd over staan.
32เราจะทำให้แผ่นดินร้างเปล่า จนศัตรูของพวกเจ้าที่เข้ามาอาศัยอยู่ต่างตกตะลึง
33Ik zal u verstrooien onder de volken, en het zwaard achter u ontbloten. Dan zal uw land een wildernis worden, en uw steden zullen puinhopen zijn.
33เราจะทำให้พวกเจ้ากระจัดกระจายไปท่ามกลางชนชาติต่าง ๆ และจะชักดาบไล่ตามพวกเจ้า แผ่นดินของพวกเจ้าจะร้างเปล่า และเมืองต่าง ๆ จะกลายเป็นซาก
34Al de tijd, dat het land woest ligt en gij in het land uwer vijanden zijt, haalt het zijn sabbatten in; dan zal het rusten en krijgt het zijn sabbatjaren vergoed.
34เมื่อนั้นแผ่นดินจะได้พักตามปีสะบาโตของมันตลอดเวลาที่ร้างเปล่า ขณะที่พวกเจ้าอยู่ในแผ่นดินของศัตรู เมื่อนั้นแผ่นดินจะได้หยุดพักตามปีสะบาโตของมัน
35Al de tijd dat het woest ligt, zal het rusten, omdat het op uw sabbatjaren geen rust heeft gehad, zolang gij er bleeft wonen.
35ตลอดเวลาที่แผ่นดินร้างเปล่า มันจะได้พักอย่างที่ไม่ได้พักในปีสะบาโตทั้งหลายเมื่อพวกเจ้าอาศัยอยู่ในแผ่นดินนั้น
36Dan stort Ik hen, die zijn overgebleven en in het land hunner vijanden zijn, een verbijsterende schrik in het hart; het geritsel van een dor blad jaagt hen op, en zij slaan op de vlucht, zoals men wegrent voor een zwaard. Zij zullen vallen, ofschoon niemand hen achtervolgt;
36“‘ส่วนคนของพวกเจ้าที่ยังเหลืออยู่ เราจะทำให้ใจของพวกเขาหวาดหวั่นในแผ่นดินของศัตรู แม้แต่เสียงใบไม้ที่ลมพัดก็จะทำให้พวกเขาหนี พวกเขาจะหนีเหมือนหนีคมดาบ และจะล้มลงทั้งที่ไม่มีใครไล่ตาม
37zij struikelen over elkander als zit hen het zwaard op de hielen, ofschoon niemand achter hen is. Voor uw vijanden zult ge geen stand houden,
37พวกเขาจะสะดุดล้มทับกันเหมือนกำลังหนีคมดาบ ทั้งที่ไม่มีใครไล่ตาม และพวกเจ้าจะไม่มีกำลังยืนหยัดต่อหน้าศัตรู
38maar onder de volken te gronde gaan, en het land uwer vijanden zal u verslinden.
38พวกเจ้าจะพินาศท่ามกลางชนชาติต่าง ๆ และแผ่นดินของศัตรูจะกลืนกินพวกเจ้า
39En wie van u zijn overgebleven, kwijnen weg om hun zonden in de landen hunner vijanden; ook om de zonden van hun vaderen kwijnen ze weg.
39คนของพวกเจ้าที่ยังเหลืออยู่จะค่อย ๆ สิ้นแรงเพราะความชั่วช้าของตนในแผ่นดินของศัตรู และจะค่อย ๆ สิ้นแรงเพราะความชั่วช้าของบรรพบุรุษของพวกเขาด้วย
40Maar dan zullen zij hun zonde en die hunner vaderen bekennen, hoe zij ontrouw tegen Mij zijn geweest; hoe zij zich tegen Mij hebben verzet,
40“‘แต่ถ้าพวกเขาสารภาพความชั่วช้าของตนและความชั่วช้าของบรรพบุรุษ รวมทั้งการล่วงละเมิดที่พวกเขาได้ล่วงละเมิดต่อเรา และสารภาพว่าพวกเขาดำเนินสวนทางกับเรา
41en Ik Mij tegen hen moest verzetten, en hen naar het land hunner vijanden heb gevoerd. En wanneer zij dan hun onbesneden hart zullen buigen, en boete doen voor hun zonde,
41และเราก็ดำเนินสวนทางกับพวกเขาและนำพวกเขาเข้าไปในแผ่นดินของศัตรู ถ้าในเวลานั้นจิตใจที่ไม่ได้เข้าสุหนัตของพวกเขาถ่อมลง และพวกเขายอมรับโทษเพราะความชั่วช้าของตน
42zal Ik mijn Verbond met Jakob gedenken, mijn Verbond met Isaäk en Abraham. Dan zal Ik het land weer gedenken,
42เราก็จะระลึกถึงพันธสัญญาที่ทำไว้กับยาโคบ พันธสัญญาที่ทำไว้กับอิสอัค และพันธสัญญาที่ทำไว้กับอับราฮัม และเราจะระลึกถึงแผ่นดินนั้น
43het land dat door hen moest worden verlaten en zijn sabbatten inhaalde; dat om hen verwoest bleef liggen, terwijl zij hun zonde moesten boeten, daar ze mijn wetten hadden veracht en mijn voorschriften hadden versmaad.
43แผ่นดินจะถูกพวกเขาทิ้งไว้ และจะได้พักตามปีสะบาโตของมันขณะที่ร้างเปล่าโดยไม่มีพวกเขา ส่วนพวกเขาจะยอมรับโทษเพราะความชั่วช้าของตน เนื่องจากพวกเขาปฏิเสธข้อกำหนดของเราและรังเกียจกฎเกณฑ์ของเรา
44Neen, zelfs in het land hunner vijanden, verwerp Ik hen niet en stoot ze niet van Mij weg, om hen te verdelgen en mijn Verbond met hen te verbreken; want Ik ben Jahweh, hun God!
44ถึงกระนั้น เมื่อพวกเขาอยู่ในแผ่นดินของศัตรู เราจะไม่ปฏิเสธหรือรังเกียจพวกเขาจนทำลายพวกเขาให้หมดสิ้นและละเมิดพันธสัญญาของเรากับพวกเขา เพราะเราคือพระยาห์เวห์พระเจ้าของพวกเขา
45Maar Ik zal voor hen het Verbond met hun vaderen gedenken, die Ik voor de ogen der volken uit Egypte heb geleid, om hun God te zijn: Ik Jahweh!
45เพื่อเห็นแก่พวกเขา เราจะระลึกถึงพันธสัญญาที่ทำไว้กับบรรพบุรุษ ซึ่งเรานำออกจากแผ่นดินอียิปต์ต่อหน้าชนชาติต่าง ๆ เพื่อเราจะเป็นพระเจ้าของพวกเขา เราคือพระยาห์เวห์’”
46Dit zijn de voorschriften, instellingen en wetten, die Jahweh op de berg Sinaï door Moses heeft gegeven als geldend tussen Hem en de kinderen Israëls.
46นี่คือกฎเกณฑ์ ข้อกำหนด และกฎหมายที่พระยาห์เวห์กำหนดไว้ระหว่างพระองค์กับชาวอิสราเอล ณ ภูเขาซีนาย โดยผ่านโมเสส
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.