Maleachi 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Een godsspraak: het woord van Jahweh, door Malakias tot Israël gericht.
1สาส์นที่เปิดเผยมา เป็นคำของพระยาห์เวห์ถึงอิสราเอลผ่านทางมาลาคี
2Ik heb u lief, spreekt Jahweh! Gij zegt: Waaruit blijkt dan uw liefde tot ons? Was Esau niet de broer van Jakob, is de godsspraak van Jahweh; toch heb Ik Jakob liefgehad,
2“เรารักพวกคุณ” พระยาห์เวห์กล่าว แต่พวกคุณกลับถามว่า “พระองค์รักพวกเราอย่างไร?” “เอซาวกับยาโคบไม่ใช่พี่น้องกันหรือ?” พระยาห์เวห์กล่าว “แต่เรารักยาโคบ
3maar Esau heb Ik gehaat: een wildernis van zijn bergen gemaakt, van zijn erfdeel een steppe in de woestijn.
3ส่วนเอซาว เราเกลียด เราทำให้ภูเขาของเขารกร้าง และยกมรดกของเขาให้สุนัขแจ็กคัลในถิ่นกันดาร”
4En als Edom zegt: We zijn wel vernield, maar we bouwen onze puinen weer op; dan spreekt Jahweh der heirscharen: Zij mogen bouwen, maar Ik zal verwoesten; men zal ze noemen: goddeloos volk, waarop Jahweh voor immer vergramd blijft!
4เอโดมพูดว่า “พวกเราถูกทำลาย แต่จะกลับไปสร้างที่รกร้างขึ้นใหม่” แต่พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าวดังนี้ “พวกเขาจะสร้าง แต่เราจะรื้อทิ้ง ผู้คนจะเรียกพวกเขาว่า ‘แผ่นดินชั่วร้าย’ เป็นชนชาติที่พระยาห์เวห์โกรธตลอดไป”
5Met eigen ogen zult ge het zien, en moeten erkennen: Jahweh is groot, ook buiten Israëls gebied!
5พวกคุณจะเห็นด้วยตาของตนเอง และจะพูดว่า “พระยาห์เวห์ยิ่งใหญ่แม้นอกเขตแดนอิสราเอล!”
6De zoon eert zijn vader, de knecht vreest zijn meester! Maar zo Ik dan een Vader ben, waar is de eer, die Mij toekomt; en ben Ik een Meester, waar is dan de vrees voor Mij? Zo spreekt Jahweh der heirscharen tot u, priesters; gij die mijn Naam durft verachten! En dan vraagt ge nog: Waardoor hebben wij Uw Naam veracht?
6“ลูกชายให้เกียรติพ่อ ผู้รับใช้ให้เกียรตินาย ถ้าเราเป็นพ่อ เกียรติที่พวกคุณให้เราอยู่ที่ไหน? ถ้าเราเป็นนาย ความเคารพที่เราควรได้รับอยู่ที่ไหน?” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าวกับพวกคุณผู้เป็นปุโรหิตที่ดูหมิ่นนามเรา “พวกคุณถามว่า ‘พวกเราดูหมิ่นนามของพระองค์อย่างไร?’
7Door op mijn altaar onreine spijzen te offeren! Gij zegt: Hoe hebben wij die dan verontreinigd? Door te zeggen: De tafel van Jahweh is zoveel bijzonders toch niet;
7พวกคุณถวายขนมปังที่มีมลทินบนแท่นบูชาของเรา แล้วถามว่า ‘พวกเราทำให้พระองค์มีมลทินอย่างไร?’ ก็เพราะพวกคุณพูดว่า ‘โต๊ะของพระยาห์เวห์น่าดูหมิ่น’
8of als gij een blind dier ten offer brengt, te zeggen: Dat is geen kwaad; of als gij een kreupel of ziek dier offert: Dat is niet zo erg! Biedt het dan uw landvoogd eens aan; zal hèm dat bevallen en hij u gunsten bewijzen, spreekt Jahweh der heirscharen!
8เมื่อพวกคุณถวายสัตว์ตาบอดเป็นเครื่องบูชา นั่นไม่ชั่วร้ายหรือ? เมื่อถวายสัตว์ที่เดินกะเผลกและสัตว์ป่วย นั่นไม่ชั่วร้ายหรือ? ลองนำไปให้ผู้ว่าราชการของพวกคุณเดี๋ยวนี้สิ! เขาจะพอใจหรือ? จะยอมรับพวกคุณหรือ?” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว
9Zoekt zo maar de gunsten van Jahweh: Hij zal u zeker genadig zijn; door u is het bedreven: moet Hij u nu maar gunstig zijn?
9“บัดนี้ โปรดวิงวอนขอความโปรดปรานจากพระเจ้า เพื่อพระองค์จะเมตตาพวกเรา ถ้าเป็นอย่างนี้ พระองค์จะยอมรับใครในพวกคุณหรือ?” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว
10O, dat iemand van u de deuren maar sloot; dan zoudt gij niet tevergeefs het vuur op mijn altaar ontsteken! Neen, Ik heb geen behagen in u, spreekt Jahweh der heirscharen. geen lust in het offer uit uw handen.
10“ถ้ามีสักคนในพวกคุณปิดประตูเสียก็ดี จะได้ไม่ต้องจุดไฟบนแท่นบูชาของเราอย่างไร้ประโยชน์! เราไม่พอใจพวกคุณ” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว “และจะไม่รับเครื่องบูชาจากมือพวกคุณ
11Want van de opgang der zon tot aan haar ondergang is mijn Naam groot onder de volken; op iedere plaats wordt mijn Naam een wierookoffer en een reine offerande gebracht! Waarachtig, mijn Naam is groot onder de volken, spreekt Jahweh der heirscharen!
11เพราะตั้งแต่ดวงอาทิตย์ขึ้นจนถึงดวงอาทิตย์ตก นามของเรายิ่งใหญ่ท่ามกลางชนชาติต่าง ๆ ทุกแห่งจะมีเครื่องหอมและเครื่องบูชาบริสุทธิ์ถวายแด่นามเรา เพราะนามของเรายิ่งใหญ่ท่ามกลางชนชาติต่าง ๆ” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว
12Maar gij ontwijdt hem door te zeggen: De tafel van Jahweh is onrein, en de spijs, die er afkomt, is minderwaardig!
12“แต่พวกคุณทำให้นามนั้นเสื่อมเสียเมื่อพูดว่า ‘โต๊ะของพระยาห์เวห์มีมลทิน และอาหารที่ได้จากโต๊ะนั้นก็น่าดูหมิ่น’
13Gij zegt: Wat een last; en gij trekt er uw neus voor op, zegt Jahweh der heirscharen! Of gij offert iets wat gestolen is, of wat kreupel of ziek is; en zou Ik dat van u aanvaarden, spreekt Jahweh?
13พวกคุณยังพูดว่า ‘ดูสิ น่าเหนื่อยหน่ายจริง!’ และยังแค่นเสียงใส่” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว “พวกคุณนำของที่ถูกแย่งชิงด้วยความรุนแรง สัตว์ที่เดินกะเผลก และสัตว์ป่วยมาถวาย นี่คือเครื่องบูชาที่พวกคุณนำมา เราควรรับจากมือพวกคุณหรือ?” พระยาห์เวห์กล่าว
14Vervloekt de bedrieger, die een mannelijk dier in zijn kudde bezit, maar aan den Heer een ondeugdelijk offert, als hij een gelofte heeft gedaan! Want Ik ben een grote Koning, spreekt Jahweh der heirscharen, en mijn Naam is onder de volken geducht!
14“ผู้หลอกลวงที่มีสัตว์ตัวผู้ในฝูงของตน และบนบานไว้ แต่กลับถวายสัตว์มีตำหนิแด่พระผู้เป็นเจ้า ย่อมถูกสาป เพราะเราเป็นกษัตริย์ยิ่งใหญ่” พระยาห์เวห์จอมทัพกล่าว “และชนชาติทั้งหลายเกรงขามนามของเรา”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.