Klaagliederen 1
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (Thai)
1Ach, hoe eenzaam zit ze neer De eens zo volkrijke stad; Hoe blijft ze als weduwe achter De machtige onder de volken, En moet de vorstin der landouwen Slavendienst doen
1อนิจจา เมืองที่เคยเต็มไปด้วยผู้คน กลับอยู่เดียวดายเสียแล้ว! นางกลายเป็นหญิงม่าย ทั้งที่เคยยิ่งใหญ่ท่ามกลางชนชาติทั้งหลาย! นางผู้เคยเป็นเจ้าหญิงท่ามกลางแคว้นต่าง ๆ กลับตกเป็นทาส!
2De hele nacht weent ze en snikt ze, Stromen de tranen over haar wangen. Niemand troost haar Van al haar minnaars; Al haar vrienden werden haar ontrouw, En zijn nu haar vijand.
2นางร้องไห้อย่างขมขื่นในยามค่ำคืน น้ำตานองแก้ม ในบรรดาคนรักทั้งปวง ไม่มีใครปลอบนาง เพื่อนทุกคนทรยศนาง กลับกลายเป็นศัตรู
3Ontvolkt is Juda door ellende En harde dienst; Onder de heidenen moet het wonen, Maar vindt geen rust. Al zijn vervolgers haalden het in, Van angsten omringd.
3ยูดาห์ไปเป็นเชลยเพราะถูกข่มเหง และถูกใช้งานอย่างหนัก นางอาศัยท่ามกลางชนชาติทั้งหลาย ไม่พบที่พัก ผู้ข่มเหงทุกคนตามนางทันในยามคับขัน
4De wegen van Sion treuren, Want niemand trekt op naar het feest; Al haar poorten liggen in puin, Haar priesters zuchten, Haar maagden jammeren, Zelf is zij bitter bedroefd.
4ถนนสู่ศิโยนโศกเศร้า เพราะไม่มีใครมาร่วมพิธีชุมนุมอันศักดิ์สิทธิ์ ประตูเมืองทุกแห่งร้างไร้ผู้คน ปุโรหิตของนางถอนใจ สาวพรหมจารีของนางทุกข์ยาก นางเองขมขื่นใจ
5Haar verdrukkers zegepralen, Haar haters juichen, Want Jahweh heeft haar in jammer gestort Om haar talloze zonden; Haar kinderen moesten in ballingschap, Voor hun vijanden uit.
5คู่อริของนางขึ้นเป็นใหญ่ ศัตรูของนางรุ่งเรือง เพราะพระยาห์เวห์ ทำให้นางทุกข์ยาก เพราะนางฝ่าฝืนครั้งแล้วครั้งเล่า ลูกเล็ก ๆ ของนางถูกกวาดต้อนไปเป็นเชลยต่อหน้าศัตรู
6Verdwenen voor de dochter van Sion Al haar glorie! Haar vorsten als rammen, Die geen weideplaats vinden, Lopen uitgeput, Voor den drijver uit.
6ความสง่างามทั้งสิ้นสูญไปจากศิโยนแล้ว ขุนนางของนางเหมือนกวางที่หาทุ่งหญ้าไม่พบ พวกเขาหนีไปอย่างไร้เรี่ยวแรงต่อหน้าผู้ไล่ตาม
7Nog altijd denkt Jerusalem terug Aan haar tijd van ellende en nood: Toen haar bevolking viel door de hand van den vijand, En niemand haar hielp; Toen de verdrukkers met een grijnslach Haar verwoesting aanschouwden.
7ในวันทุกข์ยากและลำเค็ญ เยรูซาเล็มหวนคิดถึงอดีต ถึงของล้ำค่าทั้งปวงที่นางเคยมี เมื่อประชาชนของนางตกอยู่ในมือศัตรู ไม่มีใครช่วยนาง ศัตรูมองดูนาง และเยาะเย้ยความรกร้างของเมือง
8Gezondigd, zwaar heeft Jerusalem gezondigd, Daarom is ze onrein als een vrouw in haar stonden; Verachten haar allen, die haar vroeger vereerden, Nu zij haar naaktheid aanschouwen; Daarom blijft ze altijd maar zuchten, Met afgewend gelaat.
8เยรูซาเล็มทำบาปอย่างหนัก นางจึงเป็นมลทิน ทุกคนที่เคยให้เกียรตินาง กลับดูหมิ่นนาง เพราะเห็นนางเปลือยเปล่า นางถอนใจและถอยกลับ
9De onreinheid hangt aan haar slippen: Nooit had ze zoo’n einde voorzien. Peilloos diep zonk zij weg, Niemand, die haar kwam troosten. Ach Jahweh, zie toch neer op mijn nood, Want de vijand braveert!
9คราบมลทินแปดเปื้อนชายผ้านุ่งของนาง นางไม่ได้คำนึงถึงบั้นปลายของตน จึงตกต่ำจนน่าตกใจ ไม่มีใครปลอบนาง “พระยาห์เวห์ โปรดมองดูความทุกข์ยากของฉัน เพราะศัตรูยกตนขึ้นใหญ่โต”
10De vijand heeft zijn hand gelegd Op alles wat haar dierbaar was; Ja, ze heeft het moeten aanschouwen, Dat heidenen binnen haar heiligdom trokken, Ofschoon Gij hun hadt verboden, In uw gemeente te komen.
10ศัตรูยื่นมือยึดของล้ำค่าทั้งปวงของนาง นางเห็นชนชาติทั้งหลายบุกเข้ามาในสถานบริสุทธิ์ของนาง ชนชาติเหล่านั้นที่พระองค์สั่งห้ามเข้ามาในที่ชุมนุมของพระองค์
11Heel haar bevolking loopt zuchtend Te zoeken naar brood; Hun schatten geven ze weg voor spijs, Om het leven te rekken. Ach Jahweh, blik neer en zie toe, Hoe diep vernederd ik ben!
11ประชาชนของนางต่างถอนใจ แสวงหาขนมปัง นำของล้ำค่าไปแลกอาหารเพื่อประทังชีวิต “พระยาห์เวห์ โปรดมองดูเถิด ฉันกลายเป็นที่ดูหมิ่นแล้ว”
12Wee! Gij allen, die mij voorbijgaat, Schouwt rond en ziet toe, Of er een smart is gelijk aan de smart, Die mij overstelpt, Waarin Jahweh mij heeft gedompeld, Op de dag van zijn ziedende toorn!
12“พวกท่านทุกคนที่ผ่านไป ไม่สนใจเลยหรือ? จงมองดู มีความเศร้าใดเทียบได้กับความเศร้าของฉัน ความเศร้าที่ถาโถมเข้ามา เมื่อพระยาห์เวห์ทำให้ฉันทุกข์ยากในวันแห่งความโกรธเกรี้ยวของพระองค์
13Uit de hoge heeft Hij een vuur geslingerd In het diepst van mijn gebeente; Hij heeft een net voor mijn voeten gespannen, Mij achterover gestort; Mij tot vertwijfeling gebracht, Immerdoor in ellende.
13พระองค์ส่งไฟจากเบื้องบนลงถึงกระดูกของฉัน ไฟโหมเผาผลาญกระดูกเหล่านั้น พระองค์กางตาข่ายดักเท้าฉัน ทำให้ฉันต้องถอยกลับ ทำให้ฉันอ้างว้างและอ่อนแรงตลอดวัน
14Zwaar drukt mij het juk van mijn zonden, Dat Hij met eigen hand heeft gestrengeld; Het is neergelegd op mijn nek, Mijn krachten heeft het gebroken. Ja, de Heer heeft mij in handen geleverd, Waaronder ik niet overeind kan komen.
14มือของพระองค์ผูกความผิดของฉันไว้เป็นแอก มัดความผิดเหล่านั้นเข้าด้วยกัน วางลงบนคอฉัน จนกำลังของฉันหมดสิ้น พระผู้เป็นเจ้า มอบฉันไว้ในมือศัตรู ที่ฉันต้านทานไม่ไหว
15Al mijn dapperen heeft de Heer Uit mijn midden gevaagd; Hij heeft tegen mij een bende ontboden, Om mijn jonge mannen te breken: De Heer heeft de wijnpers getreden Voor de jonkvrouw, de dochter van Juda.
15พระผู้เป็นเจ้าถือว่านักรบผู้เก่งกล้าทั้งปวงในเมืองของฉันไร้ค่า พระองค์เรียกชุมนุมอันศักดิ์สิทธิ์ขึ้นเพื่อเล่นงานฉันและบดขยี้ชายหนุ่มของฉัน พระผู้เป็นเจ้าย่ำยูดาห์ผู้เป็นดั่งสาวพรหมจารี เหมือนคนย่ำองุ่นในบ่อ
16Daarom ween ik immerdoor, En stromen mijn ogen van tranen. Neen, geen trooster voor mij, Die mij opbeurt; Mijn zonen zijn met ontzetting geslagen, Want de vijand heeft de zege behaald.
16ฉันร้องไห้เพราะสิ่งเหล่านี้ ตาของฉัน ตาของฉัน หลั่งน้ำตาเป็นสาย ไม่มีผู้ปลอบโยนอยู่ใกล้ให้ใจฉันชื่นขึ้น ลูก ๆ ของฉันอ้างว้าง เพราะศัตรูมีชัยแล้ว”
17Sion breidt haar handen uit, Maar ze heeft niemand die troost. Jahweh heeft tegen Jakob van alle kant Zijn verdrukkers ontboden; Jerusalem is in hun kring Onrein als een vrouw in haar stonden.
17ศิโยนกางมือออก ไม่มีใครปลอบนาง พระยาห์เวห์สั่งเกี่ยวกับยาโคบ ให้ผู้คนรอบเขาเป็นศัตรูของเขา เยรูซาเล็มอยู่ท่ามกลางพวกเขาเหมือนของที่เป็นมลทิน
18En toch is Jahweh rechtvaardig, Want ik had zijn bevel getrotseerd! Hoort dan allen, gij volken, En aanschouwt mijn smart: Mijn jonge dochters en mannen Moesten in ballingschap.
18“พระยาห์เวห์เที่ยงธรรม เพราะฉันกบฏต่อคำสั่งของพระองค์ ชนชาติทั้งหลาย โปรดฟัง มองดูความเศร้าของฉัน สาวพรหมจารีและชายหนุ่มของฉันถูกกวาดต้อนไปเป็นเชลยแล้ว
19Ik riep om mijn minnaars, Maar ze lieten mij staan; Mijn priesters en oudsten Versmachtten in de stad, Op zoek naar voedsel, Om het leven te rekken.
19ฉันเรียกหาคนรัก แต่พวกเขาหลอกฉัน ปุโรหิตและผู้อาวุโสของฉันสิ้นใจในเมือง ขณะหาอาหารเพื่อประทังชีวิตตนเอง
20Ach Jahweh, zie toch hoe bang het mij is, Hoe het stormt in mijn borst. Mijn hart krimpt ineen in mijn boezem, Want ik ben opstandig geweest: Buiten werd ik kinderloos door het zwaard, Binnenshuis door de dood.
20พระยาห์เวห์ โปรดมองดู ฉันเดือดร้อนเหลือเกิน ใจฉันปั่นป่วน หัวใจฉันเหมือนพลิกคว่ำ เพราะฉันกบฏอย่างหนัก นอกบ้าน ดาบพรากคนที่รักไป ในบ้านก็เหมือนตกอยู่ในความตาย
21Men hoort, hoe ik zucht, Maar niemand die troost. Neen, als mijn vijanden van mijn ongeluk horen, Verheugen zich allen, dat Gij het mij hebt berokkend. Laat komen de dag der vergelding, Waarop zij mijn lot zullen delen!
21พวกเขาได้ยินฉันถอนใจ ไม่มีใครปลอบฉัน ศัตรูทั้งปวงได้ยินความทุกข์ของฉัน ต่างยินดีที่พระองค์ทำเช่นนี้ พระองค์จะให้วันที่ประกาศไว้มาถึง แล้วพวกเขาจะตกอยู่ในสภาพเดียวกับฉัน
22Laat al hun boosheid Voor uw aangezicht treden; Doe hun, zoals Gij met mij hebt gedaan. Om al mijn zonden! Ach, ontelbaar blijven mijn zuchten, Mijn hart doet zo wee!
22ขอให้ความชั่วร้ายทั้งปวงของพวกเขาปรากฏต่อหน้าพระองค์ โปรดทำกับพวกเขาอย่างที่ทำกับฉัน เพราะการฝ่าฝืนทั้งปวงของฉัน ฉันถอนใจครั้งแล้วครั้งเล่า และใจฉันอ่อนแรง”
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.