Leviticus 27
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer iemand door een gelofte personen naar hun schattingswaarde aan Jahweh wijdt, dan moet ge ze schatten als volgt.
2Промов до дїтей Ізрайлевих і скажи їм: Коли хто небудь робить обітницю, то по цїнуванню твому нехай будуть посьвячені душі Господеві.
3Een man van twintig tot zestig jaar moet op vijftig zilveren sikkels volgens het heilig gewicht, worden geschat.
3Цїнуваннє ж твоє нехай буде: Чоловіка од двайцятьох років і до шістьдесятьох цїна його пятьдесять секлів срібла, по секлям сьвятинї.
4Zo het een vrouw is, moet zij op dertig sikkels worden geschat.
4А як жінка, то буде цїна твоя трийцять секлів;
5Zo het iemand is van vijf tot twintig jaar, moet een jongen op twintig sikkels, een meisje op tien sikkels worden geschat.
5А як од пяти років до двайцяти років, так цїна твоя для музького полу буде двайцять секлів, а для женського у трийцять секлів;
6Is het kind een maand tot vijf jaar oud, dan moet een knaap op vijf zilveren sikkels, een meisje op drie worden geschat.
6А як од одного місяця до пятьох років, так цїна твоя буде для хлопчика пять секлів, а цїна твоя для дївчатка три секлів срібла;
7Een man van zestig jaar en daarboven moet op vijftien sikkels worden geschat, een vrouw op tien.
7А як же кому шістьдесять років або він старший, так цїна твоя, коли се чоловік, пятнайцять секлів, а як жінка, десять секлів.
8Wanneer hij te arm is om die schatting te betalen, moet men hem voor den priester brengen, en deze moet hem schatten; en de priester zal het vermogen schatten van hem, die de gelofte heeft afgelegd.
8Коли ж той, що робить обітницю, не спроможеться дати по твому цїнуванню, так поставити його перед сьвященником, і цїнувати ме його сьвященник; по мірі того, що може дати той, хто робить обітницю, нехай цїнує його сьвященник.
9Wanneer het een dier is, dat aan Jahweh als offergave kan worden gebracht, dan blijft het gewijd, als men het eenmaal aan Jahweh heeft gegeven.
9А коли се скотина, з тих, що приносять в жертву Господеві, так усяке, що буде дане Господеві, сьвятим стане.
10Men mag het niet vervangen, en geen beter voor een slechter, of een slechter voor een beter verruilen. Zo men toch het ene dier met het andere verruilt, zijn beide, dus ook het geruilde, gewijd.
10Нехай не переміняє її і не міняє ситу на захарчовану, чи захарчовану на ситу; а коли ж таки замінить скотину за скотину, так і ся й та стануть сьвятими.
11Wanneer het een of ander onrein dier is, dat niet als offergave aan Jahweh mag worden gebracht, dan moet men dat dier voor den priester brengen.
11А коли буде яка нечиста скотина, що не приносять в жертву Господеві, так нехай поставить скотину перед сьвященником,
12De priester zal het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde ervan zijn.
12Та й оцїнить сьвященник, чи годиться вона, чи не годиться.
13Zo men het wil inlossen, moet men nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen.
13Як оцїнить її сьвященник, так і мусить бути. Коли ж би хто схотїв викупити її, так нехай додасть пятину до цїни твоєї.
14Wanneer iemand zijn huis als heilige gave aan Jahweh wijdt, zal de priester het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde worden bepaald.
14І коли хто присьвятить дім свій, як сьвятиню Господеві, оцїнить його сьвященник, чи годиться, чи нї.
15Zo hij, die het huis heeft toegewijd, het wil inlossen, moet hij nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan zal het weer zijn eigendom zijn.
15Як сьвященник оцїнить, так воно й мусить бути. Коли ж той, хто присьвятив, та схоче викупити дім свій, так мусить додати ще пятину гроша по цїнуванню твому, і буде його.
16Wanneer iemand een stuk land, dat hij bezit, aan Jahweh wijdt, dan moet het worden geschat naar de hoeveelheid zaad, die er voor nodig is; een stuk land, waarop een chómer gerst kan worden gezaaid, op vijftig zilveren sikkels.
16А коли частину поля свого присьвячує хто Господеві, так оцїниш по мірі висїву його. За один гомер висїву ячменю цїна пятьдесять секлів срібла.
17Wijdt hij zijn akker van het jubeljaar af, dan moet hij de volle schattingsprijs betalen.
17Коли від ювілейного року присьвятить поле своє, зостанеться воно по цїнуванню твому.
18Wijdt hij hem na het jubeljaar, dan moet de priester de prijs berekenen naar het aantal jaren, die nog tot aan het jubeljaar moeten verlopen, en die moeten worden afgetrokken van de geschatte som.
18А коли по ювілейному роцї присьвятить поле своє, так сьвященник полїчить йому гроші, по мірі лїт, що остались до ювілейного року, і се буде убавлено від цїни твоєї.
19Zo hij de akker, die hij gewijd heeft, wil inlossen, moet hij het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan blijft de akker zijn eigendom.
19Коли ж той, хто присьвятив, та схоче викупити поле, так наддати мусить пятину срібла по цїнуванню твому, і останеться воно за ним.
20Zo hij de akker niet heeft ingelost, maar hem toch aan een ander verkoopt, dan mag die later niet meer worden ingelost;
20А коли не викупить поля, або продасть поле другому чоловікові, так неможна буде знов викупити його;
21en wanneer de akker met het jubeljaar vrijkomt, zal hij aan Jahweh gewijd blijven, zoals een akker, die onder de banvloek ligt; hij valt dan den priester ten deel.
21І буде поле, як вийде вільне в ювілейному роцї, сьвяте Господеві, як поле присьвячене; буде воно сьвященникові як власність його.
22Wanneer iemand een akker aan Jahweh wijdt, die door koop is verkregen, en niet tot zijn erfgoed behoort,
22А коли присьвятить Господеві поле куплене, що не належить до власного поля його,
23dan moet de priester hem de waarde berekenen tot aan het eerst komende jubeljaar, en moet hij het geschatte bedrag nog dezelfde dag als een gewijde gave aan Jahweh schenken;
23Так нехай полїчить йому сьвященник, скільки по цїнуванню його виходить до ювілейного року; і віддасть він цїнуваннє твоє того дня, яко сьвяте Господнє.
24en in het jubeljaar keert de akker terug in het bezit van hem, van wien hij hem heeft gekocht en wiens erfgoed hij was.
24В ювілейному роцї вернеться поле знов до того, в кого він купив його, до того, чия земля властиво була.
25Al uw schattingen moeten volgens de heilige sikkel zijn, twintig gera de sikkel.
25А всяка цїна твоя буде секлями сьвятинї; двайцять гер на одну секлю.
26Het eerstgeborene van het vee, dat reeds als eerstgeborene aan Jahweh behoort, mag door niemand meer worden toegewijd; noch dat van een rund, noch dat van een schaap. Het behoort reeds aan Jahweh.
26Тільки первака від скотини, що вже як первородний належиться Господеві, не присьвячувати ме нїхто.
27Zo het een onrein dier is, kan men het inlossen naar de schattingswaarde, maar men moet er een vijfde van de prijs aan toevoegen. Zo het niet wordt gelost, moet het voor de geschatte prijs worden verkocht.
27Коли ж скотина нечиста, так мусить викупити її по цїнуванню твому, наддавши до неї пятину; як же не викупить, так продасться вона по цїнуванню твому.
28Maar niets wat onder de banvloek ligt, en wat men uit zijn bezit door de ban aan Jahweh heeft gewijd, mens, dier of een stuk land, kan worden verkocht of ingelost; het blijft hoogheilig voor Jahweh.
28Тільки все обречене, що хто присьвятив Господеві, усе, що його, чи людина, чи скотина, чи поле його власностї, неможна продавати нї викуплювати; все що обречене, пресьвяте Господеві.
29Geen mens, die onder de banvloek ligt, kan worden vrijgekocht; hij moet worden gedood.
29Усе присьвячене, що буде присьвячене від людей, не можна викупити; заколене мусить бути.
30Alle tienden van de grond, van wat op het land is gezaaid, en van de vruchten der bomen, behoren aan Jahweh, en zijn aan Jahweh gewijd.
30І всяка десятина на землї, від насїння землї, від плодів з дерева, буде Господеві; сьвяте Господеві.
31Zo iemand iets van zijn tienden wil lossen, moet hij een vijfde deel daarvan er aan toevoegen.
31Коли ж хто схоче викупити яку десятину свою, так пятину її мусить ще додати до неї.
32Ook alle tienden van rundvee en schapen, van alles wat onder de herdersstaf doorgaat, zijn aan Jahweh gewijd.
32А всяка десятина з буйної і дрібної скотини, з усього, що проходить під палцею пастуха, десята скотина буде сьвятим Господеві;
33Men mag geen keuze doen tussen goede of slechte dieren en ze evenmin ruilen; verruilt men ze toch, dan zijn beide, dus ook het geruilde, aan Jahweh gewijd. Ze kunnen dus niet worden ingelost.
33Нехай не розбирають, чи годиться чи не годиться, і нехай не переміняють її; коли ж таки перемінять, так і вона сама й та, що нею замінено, стане сьвятим Господеві; не можна її викупити.
34Dit zijn de geboden, die Jahweh op de berg Sinaï aan Moses voor de kinderen Israëls heeft gegeven.
34Се заповідї, що заповідав їх Господь Мойсейові про синів Ізрайлевих на Синай горі.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.