Leviticus 19
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Beveel heel de gemeenschap van Israëls kinderen, en zeg hun: Weest heilig; want Ik, Jahweh uw God, ben heilig!
2Промов до дїтей Ізрайлевих і скажи їм: Сьвятими ви мусите бути; я бо сьвятий, Господь, Бог ваш.
3Iedereen van u moet eerbied hebben voor zijn moeder en vader, en mijn sabbatten onderhouden. Ik ben Jahweh, uw God!
3Матері своєї й батька свого кожне мусить боятись; і суботи мої пильнуйте. Я Господь, Бог ваш.
4Gij moogt u niet tot de afgoden wenden en u geen gegoten goden maken. Ik ben Jahweh, uw God!
4Не обертайтесь до ідолів, і литих богів собі не робіте. Я Господь, Бог ваш.
5Wanneer gij Jahweh een vredeoffer brengt, doet het dan zo, dat het u ten goede komt.
5І як приносити мете жертву мирну Господеві, то приносїть її, щоб зʼєднати собі благословеннє.
6Op de dag, dat ge het offert, of op de volgende dag moet het worden gegeten. Wat er op de derde dag nog van over is, moet worden verbrand.
6В день, як будете приносити жертву, і другого дня можна вам їсти її; а що зостанеться на третій день, те спалити треба на вогні.
7Zo het op de derde dag wordt gegeten, is het onrein en niet meer welgevallig.
7Коли ж би ззїли на третій день, так се гидь, не буде вона до вподоби.
8Die het eet, maakt zich schuldig; want hij onteert, wat aan Jahweh is gewijd. Hij zal van zijn volk worden afgesneden.
8І хто їв її, візьме на себе провину: бо сьвятиню Господню зневажив, і викорениться душа та зміж людей своїх.
9Wanneer gij de oogst maait, die op uw land staat, moet ge uw akker niet tot de uiterste rand afmaaien, en geen nalezing houden van uw oogst.
9І коли справляєте жнива на землї вашій, то не дожинати меш до країв поля твого і не збирай колосся, що попадало.
10Ook in uw wijngaard moogt ge geen napluk houden, en de afgevallen vruchten van uw wijngaard niet oprapen. Ge moet ze den arme en den vreemde overlaten. Ik ben Jahweh, uw God!
10Так само з виноградника твого не збирати меш грони до послїднього, а грони, що попадали, не збирати меш; для вбогого і приходня покинеш їх. Я Господь, Бог ваш.
11Ge zult niet stelen. Ge moogt niet liegen noch elkander bedriegen.
11І не будете красти, нї ошукувати, нї брехати одно на одного.
12Ge moogt niet vals zweren bij mijn Naam, en de Naam van uw God niet ontheiligen. Ik ben Jahweh!
12І не божити метесь імям моїм льживо; бо зневажиш імя Бога твого. Я Господь, Бог ваш.
13Ge zult uw naaste niet afzetten of beroven. Ge zult het loon van den dagloner niet tot de volgende morgen bij u houden.
13Не тїснити меш ближнього твого, і не грабувати меш. Не зоставляти меш у себе на ніч до ранку наймитової плати.
14Een dove zult ge niet verwensen, en den blinde geen struikelblok in de weg leggen. Gij zult uw God vrezen; Ik ben Jahweh!
14Не лаяти меш глухого, а перед слїпим не класти меш нїчого, об що можна спотикнутись, а мусиш боятись Бога твого. Я Господь.
15Gij zult bij de rechtspraak geen onrecht begaan: den arme niet bevoordelen, maar ook niet de partij van den rijke kiezen; met rechtvaardigheid moet ge uw naaste oordelen.
15Не кривдити мете на судї, і не потурати мете вбогому, і не вважати меш на особу богатого. По правдї будеш судити ближнього твого.
16Gij zult geen laster onder uw volk rondstrooien, en niet naar het bloed van uw naaste dorsten. Ik ben Jahweh!
16Не будеш обмовляти між людьми твоїми, і не вставати меш на життя ближнього твого. Я Господь.
17Gij moogt tegen uw broeder geen haat koesteren. Gij moet uw naaste terecht wijzen, om niet medeplichtig te worden aan zijn zonde.
17Не будеш ненавидїти брата твого в серцї твойму. Докори поважно ближнього твого, щоб не бути тобі винуватим за гріх його.
18Neem geen wraak en blijf ook geen wraak koesteren tegen de zonen van uw volk, maar bemin uw naaste gelijk uzelf. Ik ben Jahweh!
18Не мстити мешся і не ворогувати меш проти синів люду твого, а мусиш любити ближнього твого, як себе самого. Я Господь.
19Onderhoudt mijn voorschriften. Gij moogt geen ongelijksoortige beesten laten paren, geen ongelijksoortig zaad op uw akker zaaien, geen ongelijksoortig kleed, uit verschillende stoffen geweven, dragen.
19Установ моїх мусите пильнувати. Не злучувати меш твоєї скотини двох пород. Не засївати меш ниви своєї двома насїннями, і не вдягати мешся в одежину із двоякого ткання.
20Wanneer een man gemeenschap heeft met een slavin, die aan een ander is toegezegd, maar nog niet is losgekocht of vrijgelaten, dan zal hem een tuchtiging worden toegediend, maar ze zullen niet worden gedood; want ze was nog niet vrijgelaten.
20І коли хто зляжеться з жінкою, а вона заручена рабиня, та зовсїм не викуплена, анї випущена на волю, скарані будуть обоє; не смертю, бо вона не на волї.
21Hij moet voor boete Jahweh een ram als schuldoffer brengen aan de ingang van de openbaringstent.
21А він мусить принести жертву за провину до входу в соборний намет, барана як жертву за провину;
22De priester moet voor het aanschijn van Jahweh door den ram van het schuldoffer voor hem verzoening verkrijgen voor de zonde, die hij heeft bedreven; dan zal hem de zonde, die hij heeft bedreven, worden vergeven.
22І відправить сьвященник покуту за гріх його жертвуючи барана перед Господом; і проститься йому гріх його, що ним провинив.
23Wanneer gij in het land zijt gekomen en allerlei vruchtbomen plant, dan moet ge hun vruchten als hun voorhuid beschouwen; drie jaren moeten ze als onbesneden voor u zijn, en mag er niet van worden gegeten.
23Як же прийдете в країну та понасаджуєте дерева про харчуваннє, то вважайте перві плоди їх нечистими; три роки вони будуть про вас необрізаними, не їсти мете плоду з них;
24In het vierde jaar moeten al hun vruchten als feestgaven aan God worden gewijd.
24На четвертому ж роцї посьвятите все, що вродить на їх, на хвалу Господеві: Я Господь Бог ваш.
25In het vijfde jaar moogt ge de vruchten ervan eten; zo zult ge de opbrengst ervan nog vermeerderen. Ik ben Jahweh, uw God!
25А на пятій рік можна їсти, що вродить на них, і се буде ваша користь.
26Gij moogt niet op de bergen eten, en u niet afgeven met waarzeggerij of toverij.
26Не їсти мете нїчого з кровю. Не будете нї ворожити нї замовляти.
27Ge moogt uw haar aan uw slapen niet afscheren, de rand van uw baard niet korten,
27Не підстригати мете кругом потилицї вашої, і не псувати меш краю бороди твоєї.
28uw lichaam niet kerven om een dode, en geen figuren in uw lichaam snijden. Ik ben Jahweh!
28І не будете робити нарізок задля мерця на тїлї своїм, і не будете наколювати письма на собі. Я Господь.
29Gij zult uw dochter niet ontwijden door ze tot ontucht aan te zetten, zodat het land losbandig wordt en vol liederlijkheid.
29Не погань дочки твоєї, допускаючи її до блудування; ато стане блудувати земля та й сповниться розворотом.
30Onderhoudt mijn sabbatdagen, en hebt eerbied voor mijn heiligdom. Ik ben Jahweh!
30Субіт моїх пильнуйте і перед сьвятинею моєю благовійте. Я Господь.
31Gij moogt uw toevlucht niet nemen tot spoken en waarzeggende geesten, en ze niet ondervragen; daardoor verontreinigt ge u. Ik ben Jahweh, uw God!
31Не вдавайтесь до закленателїв, і до ворожбитів; не шукайте їх, щоб не опаскудитись вам від них. Я Господь, Бог ваш.
32Sta op voor den grijsaard, heb eerbied voor de ouderdom, en vrees uw God. Ik ben Jahweh!
32Перед сивим волосом уставати мусиш і шанувати лице старого, і бояти мешся Бога твого. Я Господь.
33Wanneer een vreemdeling bij u in het land woont, moogt ge hem niet verdrukken.
33І коли пробувати ме в тебе приходень у землї вашій, не тїснити меш його.
34Als uw eigen landgenoot moet u de vreemdeling zijn, die bij u woont, en gij zult hem beminnen als uzelf; want ook gij zijt vreemdeling in Egypte geweest. Ik ben Jahweh, uw God!
34Як землянин мусить бути приходень ваш, що пробуває між вами, і любити мусиш його, як себе самого; приходнями бо ви були в землї Египецькій. Я Господь, Бог ваш.
35Weest niet oneerlijk bij de rechtspraak; niet oneerlijk in el, gewicht en maat.
35І не кривдите мете в судї, в мірі, у вазі, і в насипу;
36Een zuivere weegschaal, juiste gewichten, een juiste efa en hin moet ge hebben. Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid!
36Вірна вага, вірне каміннє вагове, вірна єфа і гин вірний буде у вас. Я Господь, Бог ваш, що вивів вас із Египецької землї.
37Onderhoudt dus al mijn voorschriften en geboden, en handelt er naar. Ik ben Jahweh!
37І мусите пильнувати усїх установ моїх, і всїх присудів моїх, і сповняти їх. Я Господь.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.