Leviticus 14
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Dit is de wet op den melaatse. Op de dag van zijn reinverklaring moet hij voor den priester worden gebracht,
2Се буде законом для прокажених в день очищення його,
3die zich buiten de legerplaats moet begeven. Ziet de priester, dat de melaatse van zijn melaatsheid is genezen,
3Приведуть його до сьвященника, і вийде сьвященник геть із табору, і огляне сьвященник, і побачить, що вигоїлась проказа в прокаженого.
4dan moet hij voor hem, die rein verklaard moet worden, twee levende reine vogels laten halen met cederhout, karmozijn en hysop.
4І звелить сьвященник взяти для того, хто має очиститись, пару птиць живих і чистих і дерева кедрового та кармазину й гисопу.
5De priester moet een der vogels boven een aarden vat met levend water laten slachten.
5І звелить сьвященник заколоти одну птицю в черепяній посудинї над живою текучою водою.
6Vervolgens moet hij de levende vogel nemen; bovendien het cederhout, het karmozijn en de hysop, en die met de levende vogel in het bloed dopen van de vogel, die boven het levend water is geslacht.
6Живу ж пташку візьме і дерево кедрове й кармазин і гисоп та й умочить все те і живу пташку в кров зарізаної пташки над живою водою.
7Hiermee moet hij zeven maal hem besprenkelen, die van de melaatsheid gereinigd moet worden. Zo reinigt hij hem. Daarna moet hij de levende vogel in het vrije veld loslaten.
7І бризне на того, хто очищається од прокази, сїм раз, та й обявить його чистим, і випустить живу пташку в поле.
8Vervolgens moet hij, die gereinigd werd, nog zijn kleren wassen, al zijn haar afscheren, en zich baden; dan is hij rein, en mag hij in de legerplaats komen. Maar hij moet nog zeven dagen lang buiten zijn tent blijven.
8І повипирає той, хто очищається, одїж свою, і обстриже волоссє на собі, і сам викупається в водї; і він чистий. А тоді вже можна йому прийти в табір, та мусить прожити знадвору намету свого сїм день.
9Op de zevende dag moet hij al zijn haar afscheren, zijn hoofdhaar, zijn baard en zijn wenkbrauwen; al zijn haar moet hij wegscheren, zijn kleren wassen en zijn lichaam baden; dan is hij rein.
9І станеться на семий день, що обстриже він волоссє на собі і бороду свою й брови свої. Все волоссє на собі мусить пообстригати; і повипирає одїж свою, і викупає все тїло своє в водї, і стане чистий.
10Op de achtste dag moet hij twee gave lammeren nemen en een eenjarig ooilam zonder gebrek; verder drie issaron meelbloem met olie gemengd voor het spijsoffer, en bovendien één log olie.
10А на восьмий день візьме двойко ягнят без скази й одно ягня, овечку однолітку без скази та три десятинї ефи муки на приніс, змішаної з олїєю, та один лог олїї.
11De priester, die de reiniging voltrekt, zal hem, die rein verklaard moet worden, met die gaven voor Jahweh’s aanschijn plaatsen aan de ingang van de openbaringstent.
11І поставить сьвященник, котрий очищає, людину що очищається, і се все перед Господом коло входу в соборний намет.
12Nu moet de priester een van de lammeren nemen, en dit met de log olie als schuldoffer opdragen, en ze als een strekoffer voor het aanschijn van Jahweh aanbieden.
12І візьме сьвященник ягня одно та й принесе його як жертву за провину з логом олїї, і принесе їх як жертву гойдану перед Господом.
13Dan moet hij het lam slachten op de heilige plaats, waar men het zonde(-) en brandoffer slacht; want dit schuldoffer komt evenals het zondeoffer den priester toe; het is hoogheilig.
13І заколе ягня в тому місцї, де заколюють жертву за гріх і жертву всепалення, в місцї сьвятому; бо як жертва за гріх, так буде і жертва за провину сьвященникові; велика сьвятощ.
14Daarna moet de priester wat bloed van het schuldoffer nemen, en het hem, die rein moet worden verklaard op de rechteroorlel strijken, op de rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet.
14І візьме сьвященник крові з жертви за провину, та й положить на пучку правого вуха в того, що очищається і на великий палець на правій нозї його.
15Vervolgens moet de priester iets van de log olie nemen, op zijn eigen linker handpalm gieten,
15І візьме сьвященник од лога олїї та й наллє собі на лїву долоню.
16de vinger van zijn rechterhand in de olie dopen, die op zijn linkerhand ligt, en een weinig van die olie met zijn vinger zeven maal voor het aanschijn van Jahweh sprenkelen.
16І вмочить сьвященник палець свій правий в олїю, що в лївій долонї його, та й бризне олїї пальцем своїм сїм раз перед Господом.
17Van de rest van de olie, die op zijn hand ligt, moet de priester iets op de rechteroorlel, op de rechterduim en op de grote teen van de rechtervoet strijken van hem, die rein verklaard moet worden, en wel bovenop het bloed van het schuldoffer.
17З олїї ж, що зісталась в руцї його, дасть сьвященник на пучку правого вуха того, кого очищає, і на великий палець правої руки його і на великий палець правої ноги його, і на кров із жертви за провину.
18Wat dan nog over is van de olie, die op zijn hand ligt, moet de priester op het hoofd uitstorten van hem, die rein verklaard moet worden; zo zal de priester verzoening voor hem verkrijgen voor het aanschijn van Jahweh.
18Що ж зістанеться олїї, що в руцї сьвященника, виллє він на голову тому, кого очищає, і спокутує сьвященник гріхи його перед Господом.
19Vervolgens moet de priester het zondeoffer opdragen, en voor hem, die gereinigd moet worden, verzoening verkrijgen van de onreinheid. Tenslotte moet de priester het brandoffer slachten,
19І принесе сьвященник жертву за гріх і спокутує гріхи того, кого очищає од нечистї його; а потім заколе жертву всепалення.
20en het op het altaar met het spijsoffer opdragen. Zo zal de priester voor hem verzoening verkrijgen, en is hij rein.
20І принесе сьвященник жертву всепалення і жертву хлїбну на жертівнику. І так спокутує сьвященник гріхи його; і стане той чистий.
21Wanneer hij te arm is en die kosten niet kan betalen, behoeft hij maar één lam te nemen voor het schuldoffer om het als strekoffer aan te bieden en voor zich verzoening te verkrijgen; bovendien een issaron meelbloem met olie gemengd voor het spijsoffer en een log olie.
21А коли він убогий і не спроможеться, так візьме одно ягня на жертву за провину і жертву гойдану, щоб спокутувати гріх свій, та десятину муки, перемішану з олїєю, на хлїбну жертву, та лог олїї;
22Verder twee tortels of twee jonge duiven, naar gelang hij kan betalen; de ene voor het zondeoffer, de andere voor het brandoffer.
22Та пару горлиць або пару голубенят, по спромозї своїй, і буде одно про жертву за гріх, а друге про всепаленнє.
23Op de achtste dag moet hij ze voor zijn reiniging naar den priester brengen bij de ingang van de openbaringstent, voor het aanschijn van Jahweh.
23І принесе їх на восьмий день свого очищення сьвященникові до входу в соборний намет перед Господом.
24Nu moet de priester het lam voor het schuldoffer nemen met de log olie, en ze voor het aanschijn van Jahweh als een strekoffer aanbieden;
24І візьме сьвященник ягня, що на жертву за провину, та лог олїї, і принесе сьвященник жертву гойдану перед Господом.
25en het lam voor het schuldoffer slachten. Daarna moet de priester wat bloed van dat schuldoffer nemen, het hem, die gereinigd moet worden, op de rechteroorlel strijken, op zijn rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet.
25І заколе ягнятко, що на жертву за провину, і візьме сьвященник крові від жертви за провину, і положить на пучку правого вуха в того, кого очищає і на великий палець на руцї його правій, і на великий палець на нозї його правій.
26Vervolgens moet de priester wat van de olie op zijn eigen linker handpalm gieten,
26І зіллє сьвященник олїї на лїву руку свою;
27en met zijn rechtervinger zeven maal een weinig van de olie, die op zijn linkerhand ligt, voor het aanschijn van Jahweh sprenkelen.
27Та й бризне сьвященник правим пальцем своїм олїї, що на лївій долонї його, сїм раз перед Господом.
28Van de rest van de olie, die op zijn hand ligt, moet de priester hem, die gereinigd moet worden, iets op de rechteroorlel strijken, op zijn rechterduim en op de grote teen van zijn rechtervoet, en wel boven op het bloed van het schuldoffer.
28З олїї ж, що зісталась на долонї його, положить сьвященник на пучку правого вуха в того, кого очищає, та на великий палець на правій руцї його, та на великий палець на правій нозї його, на місце крові жертви за провину.
29Wat er dan nog over is van de olie, die op de hand van den priester ligt, moet hij op het hoofd van hem, die gereinigd moet worden, uitstorten om voor het aanschijn van Jahweh verzoening te verkrijgen.
29Що ж останеться олїї на долонї сьвященника, виллє він тому, кого очищає, на голову, і спокутує сьвященник за його перед Господом.
30Vervolgens moet hij een van de tortels of een van de jonge duiven, die hij kon betalen,
30І принесе той одну з горлиць або з голубенят, на що спроможеться,
31als zondeoffer, en de andere als brandoffer opdragen tegelijk met het spijsoffer. Zo zal de priester voor het aanschijn van Jahweh verzoening verkrijgen voor hem, die gereinigd moet worden.
31По спромозї: одно як жертву за гріх, а друге на всепаленнє вкупі з хлїбною жертвою. І відбуде сьвященник покуту за того, кого очищає, перед Господом.
32Dit is de wet voor hem, die door de melaatsheid werd getroffen, en de onkosten van zijn reiniging niet kan betalen.
32Се закон про того, хто хорий від прокази, хто очищаючись не спроможеться на те, що приписано.
33Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
33І рече Господь Мойсейові:
34Wanneer gij in het land Kanaän komt, dat Ik u in bezit zal geven, en Ik op uw grondgebied een huis met melaatsheid sla,
34Як прийдете в Канаан землю, що сам я надїлю вам у державу, і як нашлю болячки заразливі в будинки землї тої, що буде ваша.
35dan moet de eigenaar van het huis den priester gaan zeggen: Er is iets in mijn huis, dat op melaatsheid lijkt.
35Мусить прийти той, чий будинок, й обявити сьвященникові так: щось таке, наче проказа, виявилось у мене в будинку.
36En nog voor hij de ziekte komt onderzoeken, zal de priester bevelen, het huis te ontruimen, opdat niet al wat in het huis is, onrein wordt. Daarna zal de priester het huis gaan bezichtigen.
36І звелить їм сьвященник очистити будинок, перш нїж увійде сьвященник оглядати болячку, щоб не стало нечистим усе в будинку, а потім увійде сьвященник, щоб оглянути будинок.
37Bemerkt hij nu, dat de ziekte werkelijk in de wanden van het huis zit, en er groene of roodachtige kuiltjes in zijn, die opvallend dieper liggen dan het muurvlak,
37І огляне він, та й побачить, що зараза на стїнах у будинку: западини зеленяві або рудяві, і на погляд вони глибше стїни,
38dan moet de priester het huis verlaten, zich naar de deur van het huis begeven, en het huis zeven dagen lang sluiten.
38То вийде сьвященник із будинка до входу в будинок, і замкне будинок на сїм день.
39Op de zevende dag moet de priester terugkomen. Bemerkt hij nu, dat de ziekte zich verder over de wanden van het huis heeft verspreid,
39І вернеться сьвященник семого дня та й огляне, і се роскидується зараза по стїнах у будинку,
40dan moet hij gelasten, de stenen weg te breken waarin de ziekte zit, en die buiten de stad op een onreine plaats te werpen.
40То скаже сьвященник повиймати каміннє, що на йому зараза, та й викинути за городом, у місце нечисте.
41Vervolgens moet men het huis van binnen aan alle kanten afkrabben, en het afgekrabde leem buiten de stad op een onreine plaats werpen.
41А будинок скаже обшкробати в серединї по всїх боках будинка, і висиплють обшкробану глину за городом, на місце нечисте.
42Daarna moet men andere stenen nemen en ze in de plaats van die stenen zetten, en andere leem, om daarmee het huis te bestrijken.
42І наберуть иншого каміння та й принесуть замість викинутого каміння, і візьмуть иншої глини та й обкинуть будинок.
43Wanneer na het wegbreken der stenen en het afkrabben en het bepleisteren van het huis de ziekte opnieuw in het huis uitbreekt,
43Коли ж ізнов покажеться зараза, та й стане розростатись в будинку послї того як виймуть каміння та обшкробають будинок та обкинуть його глиною,
44dan moet de priester nog eens komen. Bemerkt hij nu, dat de ziekte zich verder in het huis heeft verspreid, dan is er kwaadaardige melaatsheid in het huis; het is onrein.
44Тодї ввійде сьвященник та й огляне; а коли побачить, що порозкидало заразу по будинку, то се вʼїдлива проказа на будинку: нечистий він.
45Men moet het huis afbreken, en de stenen, de balken en al het leemwerk van het huis buiten de stad naar een onreine plaats brengen.
45І велить зруйнувати будинок, каміннє його, дерево його і всю глину його, та й повиносити за город, у місце нечисте.
46Wie het huis binnengaat al de tijd, dat men het gesloten heeft, is tot de avond onrein,
46Хто ж приходив у будинок якого дня, як замкнено його, буде нечистий аж до вечора.
47en wie in het huis slaapt, of er in eet, moet zijn kleren wassen.
47А хто спав у будинку, мусить випрати одїж свою, і хто їв у будинку, мусить випрати одїж свою.
48Maar wanneer de priester bij zijn komst bemerkt, dat de ziekte, nadat men het huis opnieuw heeft bepleisterd, zich niet verder daarin heeft verspreid, dan moet de priester het huis rein verklaren; want dan is de ziekte genezen.
48Коли ж прийде сьвященник та й огляне, і се не розкидає нечистї по будинку послі того, як обкинуто будинок глиною, так чистим обявить сьвященник будинок: вигоїлась бо зараза.
49Om de smet van het huis weg te nemen, moet hij twee vogels nemen, met cederhout, karmozijn en hysop.
49Та мусить він принести на очищеннє будинка дві птицї та дерева кедрини і кармазину й гисопу.
50Een der vogels moet hij boven een aarden vat met levend water slachten.
50І заріже одну птицю в посудинї черепяній над водою текучою;
51Vervolgens moet hij het cederhout nemen, de hysop met het karmozijn en de levende vogel, ze in het bloed van de geslachte vogel en in het levende water dompelen, en er zeven maal het huis mee besprenkelen.
51І візьме дерево кедрину і гисоп і кармазин і птицю живу, та й умочить їх у кров птицї зарізаної, та в текучу воду, та й покропить будинок сїм раз.
52Zo moet hij de smet van het huis wegnemen door het bloed van de vogel, door het levend water, door de levende vogel, door het cederhout, de hysop en het karmozijn.
52І очистить будинок птичою кровю й водою текучою і птицею живою й деревом кедриною й гисопом і кармазином;
53De levende vogel moet hij buiten de stad in het vrije veld loslaten. Zo zal hij voor het huis de verzoeningsplechtigheid verrichten, en wordt het weer rein.
53І випустить він птицю живу за городом у поле. І так спокутує він будинок, і буде він чистий.
54Dit is de wet op alle soorten van melaatsheid en kwaadaardige uitslag,
54Се встанова про всякі болячки заразливі і про пархи.
55op de melaatsheid in kleren en huizen,
55І про заразу на одїж і будинки, і про опухлину й про солуди й про плями, щоб навчати, в які днї будуть обявляти нечистим і в які обявляти чистим. Се встанова на проказу.
56op roof, uitslag en witte vlekken;
no verse 56 in this text
57ze dient om te leren, wanneer iets onrein is of rein. Dit is de wet op de melaatsheid.
no verse 57 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.