Leviticus 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Jahweh sprak op de berg Sinaï tot Moses:
1І рече Господь Мойсейові:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land zijt gekomen, dat Ik u geven zal, dan moet ook het land ter ere van Jahweh sabbat houden.
2Промов до синів Ізрайлевих і скажи їм: Як прийдете в землю, що я оддаю вам, так мусить земля сьвяткувати соботу Господеві.
3Zes jaren kunt ge uw akker bezaaien, zes jaren uw wijngaard snoeien, en de opbrengst ervan inzamelen.
3Шість лїт засївати меш поле твоє, і шість лїт обрізувати меш виноградник твій, і збирати меш уроджай землї.
4Maar in het zevende jaar moet het land volkomen rust houden, een sabbat ter ere van Jahweh; uw akker moogt ge dan niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien.
4Семий же рік буде субота на відпочинок землї, собота Господеві; поля твого не засївати меш і виноградника твого не обрізувати меш.
5En wat vanzelf opschiet na de vorige oogst moogt ge niet oogsten, de druiven van uw ongesnoeide wijnstok niet plukken; het is een jaar van rust voor het land.
5Що само собою послї жнив твоїх уродить, не жати меш, грон у винограднику твойму необрізаному не збирати меш; рік відпочинку буде про землю.
6Wat tijdens de rust van het land vanzelf groeit, mag echter door u worden gegeten, door u, uw slaaf, uw slavin, uw dagloner, door den inboorling en vreemdeling onder u;
6І буде собота землї на харч про вас, тобі й слузї твойму, і рабинї твоїй, і наймитові твому, і комірникові твому, що в тебе пробуває;
7ook door het vee en het wild in uw land mag heel die opbrengst worden gegeten.
7І скотинї твоїй, і зьвіринї, що на землї твоїй, буде ввесь уроджай її на харч.
8Bovendien moet gij zeven weken van jaren tellen, dus zeven maal zeven jaren, zodat ge een tijd van zeven jaarweken of negen en veertig jaren krijgt.
8І лїчити меш собі сїм собітнїх років, сїм раз сїм лїт, так що час сїмох собітнїх років буде тобі сорок і девять років.
9Dan moet ge op de tiende dag van de zevende maand bazuingeschal doen klinken; en op de verzoendag door heel uw land de bazuin laten schallen.
9І прикажеш трубити в трубу місяця семого на десятий день; в день премирення прикажеш трубити в труби по всїй землї вашій.
10Zo moet ge het vijftigste jaar heiligen! Ge moet in het land bevrijding afkondigen voor al zijn bewoners; het is een jubeljaar voor u, waarin ieder van u in zijn bezit moet worden hersteld en naar zijn familie kan terugkeren.
10І сьвяткувати мете пятидесятий рік, і оголосите волю по країнї всїм осадникам її. Гучний рік се буде в вас, і вертати ме кожний з вас в державу свою, і кожний до роду свого вертати мете.
11Het vijftigste jaar is een jubeljaar voor u, waarin ge niet moogt zaaien, wat vanzelf opschiet niet oogsten, en van de ongesnoeide wijnstok niet plukken;
11Яко ювілейний рік буде в вас пятидесятий рік. Не будете сїяти, нї збирати того, що само вродиться, і не збирати мете з виноградника непідрізуваного;
12want het is een jubeljaar, en het moet heilig voor u zijn. Maar wat op het veld vanzelf groeit, moogt ge opeten.
12Бо се ювілейний рік: сьвятим він мусить бути в вас; просто з поля їсти мете уроджай його.
13In dat jubeljaar moet ieder van u in zijn bezit worden hersteld.
13В ювілейний рік мусить кожний вертати до свого маєтку.
14Wanneer ge dus iets aan een ander verkoopt of iets van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen.
14А коли що продаєш ближньому твому, чи купуєш із руки в ближнього твого, не будете тиснути один в одного.
15Naar het aantal jaren. dat het jubeljaar nog uitblijft, naar het aantal oogstjaren berekend, zult gij van een ander kopen, en zal hij ook aan u verkopen.
15Вважаючи на лїчбу років послї ювілейного року, будеш куповати в ближнього твого, по лїчбі жнивних років продавати ме він тобі.
16Zijn het nog veel jaren, dan moet ge naar verhouding een hogere koopprijs geven, maar zijn het er nog slechts weinig, dan kunt ge die naar verhouding verminderen; want hij verkoopt u slechts het aantal oogsten.
16Чим більше років, тим більшу цїну поставиш йому, і чим меньше років, тим меньшу цїну поставиш йому; бо лїчбу жнив продає він тобі.
17Ge moogt dus elkaar niet benadelen, maar gij zult uw God vrezen. Want Ik ben Jahweh, uw God!
17Тим же то не будете вимагати надто один в одного, а боятись Бога твого; Я бо Господь, Бог ваш.
18Zo ge naar mijn wetten leeft, en mijn geboden onderhoudt en volbrengt, zult ge onbezorgd in het land wonen,
18І будете сповняти встанови мої і пильнувати присудів моїх, і жити мете на землї з упокоєм.
19en zal het u zijn vruchten geven, zodat ge volop kunt eten en er onbezorgd kunt wonen.
19І давати ме земля плоди свої і їсти мете до наситу, і жити мете на їй з упокоєм.
20En wanneer ge zegt: Wat zullen we in het zevende jaar eten, daar we niet mogen zaaien, noch oogsten?
20І коли казати мете: Що їсти мемо семого року? Ми ж не сїємо і не збираємо вроджаю нашого,
21dan zal Ik in het zesde jaar zo mijn zegen over u uitstorten, dat het u een oogst voor drie jaren zal opleveren.
21Я посилати му благословеннє моє на вас в роцї шестому, щоб зродило на три роки;
22In het achtste jaar zult ge zaaien, en nog van de vorige oogst kunnen eten; tot de oogst van het negende jaar binnenkomt, zult ge nog van de vorige eten.
22І як посїєте на восьмий рік, то їсти мете ще з попереднього вроджаю; аж до девятого року, покіль прийде вроджай його, їсти мете з попереднього.
23Ook moogt ge de grond niet voorgoed verkopen; want de grond behoort Mij: gij zijt slechts vreemden en gasten bij Mij.
23А землї не продавати мете на віки, бо земля моя; приходнї бо і комірники ви в мене.
24Daarom moet ge in heel het land, dat ge bezit, het recht van terugkoop van de grond laten gelden.
24Тим же по всїй землї вашої власностї мусите дозволяти викуп землї.
25Wanneer dus uw broeder is verarmd, zodat hij van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn naaste losser komen, en terugkopen, wat zijn broeder heeft verkocht.
25Коли зʼубожіє твій брат і продасть свою власність, то нехай прийде купець, його близький родич, і викупить, що продав брат його.
26Heeft iemand geen losser, maar kan hijzelf de middelen vinden, die voor de terugkoop nodig zijn,
26А коли нема в людини такого, щоб викупив, та руки його зароблять, і стане за що викупити,
27dan moet hij, de jaren sinds de verkoop in aanmerking nemend, de overige jaren vergoeden aan hem, wien hij verkocht; zo zal hij in zijn bezit worden hersteld.
27Так мусить порахувати роки проданого й вернути лишнє чоловікові, якому продав, і вернеться так до власностї своєї.
28Wanneer hij geen voldoende middelen kan vinden, om hem te betalen, dan blijft het verkochte tot aan het jubeljaar in het bezit van den koper. Maar in het jubeljaar komt het vrij, en wordt hij weer in zijn bezit hersteld.
28Коли ж руки його не придбають, щоб стало чим заплатити йому, так нехай продане буде в руцї того, хто купив, до ювілейного року, і буде воно вільне в ювілейному роцї, і вернеть ся йому власність його.
29Wanneer iemand een woonhuis in een ommuurde stad verkoopt, houdt hij het recht van terugkoop, tot er een jaar na de verkoop is verstreken; een jaar duurt dus het recht van terugkoop.
29І коли хто продасть хату в утвердженому містї, так можна йому викупити її до кіньця року від часу продажі.
30Wanneer echter na een vol jaar een huis, dat in een ommuurde stad ligt, nog niet is teruggekocht, blijft het voorgoed het eigendom van den koper en zijn geslacht, en komt ook in het jubeljaar niet vrij.
30Цїлий рік можна йому викупити її. Коли ж не викуплять до кінця повного року, так буде хата, що в утвердженому містї, на завсіди власність того, хто купив її, в роди його; не буде вільною ювілейного року.
31Maar huizen in dorpen, die niet door een muur zijn omringd, moeten tot het akkerland worden gerekend. Daarvoor is terugkoop altijd mogelijk, en in het jubeljaar komen zij vrij.
31Хати по селах, що неутверджені навкруги, будуть нарівнї з полями землї; буде для них право викупу, і в ювілейному роцї виходити муть вільними.
32De huizen die de levieten in de levietensteden bezitten, kunnen altijd door hen worden teruggekocht.
32Що ж до міст Левітів, та хат по містах їх, по всяк час можна викуплювати Левітам.
33Koopt echter niemand der levieten het terug, dan komt het verkochte huis zo het in een stad ligt, die aan de levieten behoort, toch in het jubeljaar vrij. Want de huizen van de levietensteden blijven hun bezit te midden van de Israëlieten.
33А коли нїхто з Левітів не викупить, так у ювілейному роцї буде вільна продана хата в містї власностї його; хати бо в містах Левітів їх власність між синами Ізрайлевими.
34De weidegrond, die tot hun steden behoort, mag niet worden verkocht, want die vormt voor hen een onvervreemdbaar bezit.
34І оболоня кругом міст їх не можна продавати, бо се власність їх віковічня.
35Wanneer uw broeder, die bij u woont, verarmt en in nood raakt, moet ge hem ondersteunen, zodat hij bij u kan leven, evengoed als een vreemdeling of een inboorling.
35І коли зубожіє брат твій і він опустить руки при тобі, мусиш допомогти йому; як приходень і комірник, жити ме при тобі.
36Ge moogt geen rente of woekerwinst van hem nemen; maar ge zult uw God vrezen, en uw broeder bij u laten leven.
36Не брати меш із його чиншу і лихви, а будеш боятись Бога твого щоб можна жити братові твойму при тобі.
37Geef uw geld niet tegen rente, en leg geen woekerwinst op levensmiddelen.
37Грошей не позичати меш йому на чинш, і не давати меш йому поживи на лихву.
38Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, om u het land Kanaän te geven, en uw God te zijn.
38Я Господь, Бог твій, що тебе вивів із Египецької землї, щоб оддати вам Канаан землю, і бути в вас Богом.
39Wanneer uw broeder, die bij u woont, zo is verarmd, dat hij zich als slaaf aan u heeft verkocht, moogt ge hem toch geen slavendienst laten verrichten,
39І коли зʼубожіє твій брат при тобі і продасться тобі, не поставиш його до невільничої роботи;
40maar moet hij als een loonarbeider, of een inboorling bij u blijven. Tot het jubeljaar zal hij dus bij u in dienst zijn,
40Як наємник, як комірник мусить він бути при тобі; до ювілейного року робити ме в тебе.
41dan zal hij met zijn zonen vrij van u heengaan, naar zijn familie terugkeren en in zijn vaderlijk bezit worden hersteld.
41І вийде на волю від тебе й дїти його, та й вернеться до родини своєї, і до батьківщини своєї вернеться.
42Want ze zijn mijn dienaars, die Ik uit Egypte heb geleid; zij mogen dus niet als slaven worden verkocht.
42Вони бо слуги мої, що вивів я із Египецької землї; неможна продавати їх, як продають невільників.
43Behandel hen niet met hardheid, maar vrees uw God.
43Не панувати меш над ними жорстоко, і мусиш боятись Бога твого.
44Uw slaven en slavinnen, die uw eigendom zullen zijn, kunt ge u kopen uit de volken, die u omringen.
44Що ж до раба твого і до рабинї твоєї, що буде в тебе; нехай будуть із народів, що кругом вас; від них будете купувати рабів і рабинь.
45Ook van de kinderen der inboorlingen, die onder u wonen, kunt ge er kopen, en uit hun families, die ze bij u in het land hebben verwekt. Dezen zullen uw eigendom zijn,
45Так само й з дїтей комірників, що пробувають у вас, можна вам купувати із їх родини, що при вас, котру породили вони в землї вашій; і будуть вони вам у власність,
46en gij kunt ze aan uw zonen vermaken als erfelijk bezit. Hen moogt ge voor altijd slavendienst laten verrichten; maar de Israëlieten, uw broeders, moogt ge niet met hardheid behandelen.
46І зоставляти мете їх дїтям вашим після вас, щоб мали їх як власність. Ті служити муть на віки; над братами ж вашими, синами Ізрайлевими, не панувати мете жорстоко один над другим.
47Wanneer een vreemdeling of een inboorling rijk wordt, en uw broeder daarentegen, die bij hem woont, zo verarmt, dat hij zich aan den vreemdeling, den inboorling of aan iemand van hun familie moet verkopen,
47І коли руки чуженицї або комірника твого придбають яке добро, а брат твій зʼубожіє при йому та й продасться чужому або комірникові твому, чи кому з родини чуженицї,
48dan heeft hij, nadat hij zich heeft verkocht, het recht van vrijkoop. Een van zijn broers kan hem loskopen,
48Так послї того, як він продався, мати ме право викупу свого; одному з братів його можна викупити його.
49of iemand van zijn familie, zijn oom, zijn neef of een van zijn naaste bloedverwanten. Of zo hij de middelen heeft, kan hij zichzelf loskopen.
49Або син дядька його викупить його, або хто з найблизшої родини його нехай викупить його; або коли руками що заробить, сам нехай викупиться.
50Hij moet dan met den koper de tijd berekenen van het jaar af, dat hij zich aan hem heeft verkocht, tot aan het jubeljaar, en de som, waarvoor hij zich wil terugkopen, moet in verhouding staan tot dat aantal jaren: de tijd, dat hij bij hem bleef, moet berekend worden als die van een loonarbeider.
50І полїчиться він з тим, хто купив його, від року продажі до року ювілейного, а цїна, за котру продався, буде відповідна лїчбі років; як наємник полїчить він йому днї свої.
51Zo het nog veel jaren zijn, moet hij een evenredig bedrag van de koopsom als losgeld terugbetalen.
51Коли ще багацько років, то мусить вернути відповідний викуп свій із грошей, що за них куплено його;
52Zo er nog maar weinig jaren over zijn tot aan het jubeljaar, moet hij ze eveneens berekenen, en naar verhouding van zijn jaren het losgeld betalen.
52Коли ж мало зостанеться років до року ювілейного, так нехай розлїчиться з ним: відповідно до років своїх верне викуп свій.
53Hij zal dus bij hem zijn als iemand die per jaar voor loon arbeidt, en door den ander onder uw ogen niet met hardheid worden behandeld.
53Як наємник буде він із року в рік при йому; не панувати ме він над ним жорстоко перед очима твоїми.
54Maar ook als hij niet op deze manier wordt vrijgekocht, zal hij toch met zijn zonen in het jubeljaar vrijkomen.
54І коли не викупиться таким робом, так вийде на волю в роцї ювілейному, сам і дїти його з ним.
55Want de kinderen Israëls zijn mijn dienaren; mijn slaven zijn het, die Ik uit het land van Egypte heb geleid. Ik ben Jahweh, uw God!
55Бо мої раби сини Ізрайлеві, вони мої раби, що я вивів їх із Египецької землї. Я Господь, Бог ваш.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.