Leviticus 25
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Jahweh sprak op de berg Sinaï tot Moses:
1و خداوند موسی را در کوه سینا خطاب کرده، گفت:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer ge in het land zijt gekomen, dat Ik u geven zal, dan moet ook het land ter ere van Jahweh sabbat houden.
2«بنیاسرائیل را خطاب کرده، به ایشان بگو: چون شما به زمینی که من به شما میدهم، داخل شوید، آنگاه زمین، سبت خداوند را نگاه بدارد.
3Zes jaren kunt ge uw akker bezaaien, zes jaren uw wijngaard snoeien, en de opbrengst ervan inzamelen.
3شش سال مزرعه خود رابکار، و شش سال تاکستان خود را پازش بکن، ومحصولش را جمع کن.
4Maar in het zevende jaar moet het land volkomen rust houden, een sabbat ter ere van Jahweh; uw akker moogt ge dan niet bezaaien en uw wijngaard niet snoeien.
4و در سال هفتم سبت آرامی برای زمین باشد، یعنی سبت برای خداوند. مزرعه خود را مکار و تاکستان خود راپازش منما.
5En wat vanzelf opschiet na de vorige oogst moogt ge niet oogsten, de druiven van uw ongesnoeide wijnstok niet plukken; het is een jaar van rust voor het land.
5آنچه از مزرعه تو خودرو باشد، درو مکن، و انگورهای مو پازش ناکرده خود رامچین، سال آرامی برای زمین باشد.
6Wat tijdens de rust van het land vanzelf groeit, mag echter door u worden gegeten, door u, uw slaaf, uw slavin, uw dagloner, door den inboorling en vreemdeling onder u;
6و سبت زمین، خوراک بجهت شما خواهد بود، برای تو وغلامت و کنیزت و مزدورت و غریبی که نزد توماوا گزیند.
7ook door het vee en het wild in uw land mag heel die opbrengst worden gegeten.
7و برای بهایمت و برای جانورانی که در زمین تو باشند، همه محصولش خوراک خواهد بود.
8Bovendien moet gij zeven weken van jaren tellen, dus zeven maal zeven jaren, zodat ge een tijd van zeven jaarweken of negen en veertig jaren krijgt.
8«و برای خود هفت سبت سالها بشمار، یعنی هفت در هفت سال و مدت هفت سبت سالها برای تو چهل و نه سال خواهد بود.
9Dan moet ge op de tiende dag van de zevende maand bazuingeschal doen klinken; en op de verzoendag door heel uw land de bazuin laten schallen.
9و در روز دهم ازماه هفتم در روز کفاره، کرنای بلندآواز را بگردان؛ در تمامی زمین خود کرنا را بگردان.
10Zo moet ge het vijftigste jaar heiligen! Ge moet in het land bevrijding afkondigen voor al zijn bewoners; het is een jubeljaar voor u, waarin ieder van u in zijn bezit moet worden hersteld en naar zijn familie kan terugkeren.
10سال پنجاهم را تقدیس نمایید، و در زمین برای جمیع ساکنانش آزادی را اعلان کنید. این برای شمایوبیل خواهد بود، و هر کس از شما به ملک خودبرگردد، و هر کس از شما به قبیله خود برگردد.
11Het vijftigste jaar is een jubeljaar voor u, waarin ge niet moogt zaaien, wat vanzelf opschiet niet oogsten, en van de ongesnoeide wijnstok niet plukken;
11این سال پنجاهم برای شما یوبیل خواهد بود. زراعت مکنید و حاصل خودروی آن را مچینید، و انگورهای مو پازش ناکرده آن را مچینید.
12want het is een jubeljaar, en het moet heilig voor u zijn. Maar wat op het veld vanzelf groeit, moogt ge opeten.
12چونکه یوبیل است، برای شما مقدس خواهدبود؛ محصول آن را در مزرعه بخورید.
13In dat jubeljaar moet ieder van u in zijn bezit worden hersteld.
13در این سال یوبیل هر کس از شما به ملک خود برگردد.
14Wanneer ge dus iets aan een ander verkoopt of iets van hem koopt, moogt ge elkaar niet benadelen.
14و اگر چیزی به همسایه خود بفروشی یا چیزی از دست همسایه ات بخری یکدیگر را مغبون مسازید.
15Naar het aantal jaren. dat het jubeljaar nog uitblijft, naar het aantal oogstjaren berekend, zult gij van een ander kopen, en zal hij ook aan u verkopen.
15برحسب شماره سالهای بعد ازیوبیل، از همسایه خود بخر و برحسب سالهای محصولش به تو بفروشد.
16Zijn het nog veel jaren, dan moet ge naar verhouding een hogere koopprijs geven, maar zijn het er nog slechts weinig, dan kunt ge die naar verhouding verminderen; want hij verkoopt u slechts het aantal oogsten.
16برحسب زیادتی سالها قیمت آن را زیاده کن، و برحسب کمی سالها قیمتش را کم نما، زیرا که شماره حاصلها رابه تو خواهد فروخت.
17Ge moogt dus elkaar niet benadelen, maar gij zult uw God vrezen. Want Ik ben Jahweh, uw God!
17و یکدیگر را مغبون مسازید، و از خدای خود بترس. من یهوه خدای شما هستم.
18Zo ge naar mijn wetten leeft, en mijn geboden onderhoudt en volbrengt, zult ge onbezorgd in het land wonen,
18پس فرایض مرا بجا آورید واحکام مرا نگاه داشته، آنها را به عمل آورید، تا درزمین به امنیت ساکن شوید.
19en zal het u zijn vruchten geven, zodat ge volop kunt eten en er onbezorgd kunt wonen.
19و زمین بار خود راخواهد داد و به سیری خواهید خورد، و به امنیت در آن ساکن خواهید بود.
20En wanneer ge zegt: Wat zullen we in het zevende jaar eten, daar we niet mogen zaaien, noch oogsten?
20و اگر گویید در سال هفتم چه بخوریم، زیرا اینک نمی کاریم و حاصل خود را جمع نمی کنیم،
21dan zal Ik in het zesde jaar zo mijn zegen over u uitstorten, dat het u een oogst voor drie jaren zal opleveren.
21پس در سال ششم برکت خود را بر شما خواهم فرمود، و محصول سه سال خواهد داد.
22In het achtste jaar zult ge zaaien, en nog van de vorige oogst kunnen eten; tot de oogst van het negende jaar binnenkomt, zult ge nog van de vorige eten.
22و در سال هشتم بکارید واز محصول کهنه تا سال نهم بخورید. تا حاصل آن برسد، کهنه را بخورید.
23Ook moogt ge de grond niet voorgoed verkopen; want de grond behoort Mij: gij zijt slechts vreemden en gasten bij Mij.
23و زمین به فروش ابدی نرود زیرا زمین از آن من است، و شما نزد من غریب و مهمان هستید.
24Daarom moet ge in heel het land, dat ge bezit, het recht van terugkoop van de grond laten gelden.
24و در تمامی زمین ملک خود برای زمین فکاک بدهید.
25Wanneer dus uw broeder is verarmd, zodat hij van zijn bezit moet verkopen, dan moet zijn naaste losser komen, en terugkopen, wat zijn broeder heeft verkocht.
25اگر برادر تو فقیرشده، بعضی از ملک خود را بفروشد، آنگاه ولی او که خویش نزدیک او باشد بیاید، و آنچه را که برادرت میفروشد، انفکاک نماید.
26Heeft iemand geen losser, maar kan hijzelf de middelen vinden, die voor de terugkoop nodig zijn,
26و اگر کسی ولی ندارد و برخوردار شده، قدر فکاک آن را پیدانماید.
27dan moet hij, de jaren sinds de verkoop in aanmerking nemend, de overige jaren vergoeden aan hem, wien hij verkocht; zo zal hij in zijn bezit worden hersteld.
27آنگاه سالهای فروش آن را بشمارد وآنچه را که زیاده است به آنکس که فروخته بود، رد نماید، و او به ملک خود برگردد.
28Wanneer hij geen voldoende middelen kan vinden, om hem te betalen, dan blijft het verkochte tot aan het jubeljaar in het bezit van den koper. Maar in het jubeljaar komt het vrij, en wordt hij weer in zijn bezit hersteld.
28و اگرنتواند برای خود پس بگیرد، آنگاه آنچه فروخته است بهدست خریدار آن تا سال یوبیل بماند، ودر یوبیل رها خواهد شد، و او به ملک خودخواهد برگشت.
29Wanneer iemand een woonhuis in een ommuurde stad verkoopt, houdt hij het recht van terugkoop, tot er een jaar na de verkoop is verstreken; een jaar duurt dus het recht van terugkoop.
29«و اگر کسی خانه سکونتی در شهرحصاردار بفروشد، تا یک سال تمام بعد ازفروختن آن حق انفکاک آن را خواهد داشت، مدت انفکاک آن یک سال خواهد بود.
30Wanneer echter na een vol jaar een huis, dat in een ommuurde stad ligt, nog niet is teruggekocht, blijft het voorgoed het eigendom van den koper en zijn geslacht, en komt ook in het jubeljaar niet vrij.
30و اگر در مدت یک سال تمام آن را انفکاک ننماید، پس آن خانهای که در شهر حصاردار است، برای خریدارآن نسلا بعد نسل برقرار باشد، در یوبیل رهانشود.
31Maar huizen in dorpen, die niet door een muur zijn omringd, moeten tot het akkerland worden gerekend. Daarvoor is terugkoop altijd mogelijk, en in het jubeljaar komen zij vrij.
31لیکن خانه های دهات که حصار گردخود ندارد، با مزرعه های آن زمین شمرده شود. برای آنها حق انفکاک هست و در یوبیل رهاخواهد شد.
32De huizen die de levieten in de levietensteden bezitten, kunnen altijd door hen worden teruggekocht.
32و اما شهرهای لاویان، خانه های شهرهای ملک ایشان، حق انفکاک آنها همیشه برای لاویان است.
33Koopt echter niemand der levieten het terug, dan komt het verkochte huis zo het in een stad ligt, die aan de levieten behoort, toch in het jubeljaar vrij. Want de huizen van de levietensteden blijven hun bezit te midden van de Israëlieten.
33و اگر کسی از لاویان بخرد، پس آنچه فروخته شده است از خانه یا از شهرملک او در یوبیل رها خواهد شد، زیرا خانه های شهرهای لاویان در میان بنیاسرائیل، ملک ایشان است.
34De weidegrond, die tot hun steden behoort, mag niet worden verkocht, want die vormt voor hen een onvervreemdbaar bezit.
34و مزرعه های حوالی شهرهای ایشان فروخته نشود، زیرا که این برای ایشان ملک ابدی است.
35Wanneer uw broeder, die bij u woont, verarmt en in nood raakt, moet ge hem ondersteunen, zodat hij bij u kan leven, evengoed als een vreemdeling of een inboorling.
35«و اگر برادرت فقیر شده، نزد تو تهیدست باشد، او را مثل غریب و مهمان دستگیری نما تا باتو زندگی نماید.
36Ge moogt geen rente of woekerwinst van hem nemen; maar ge zult uw God vrezen, en uw broeder bij u laten leven.
36از او ربا و سود مگیر و ازخدای خود بترس، تا برادرت با تو زندگی نماید.
37Geef uw geld niet tegen rente, en leg geen woekerwinst op levensmiddelen.
37نقد خود را به او به ربا مده و خوراک خود را به او به سود مده.
38Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, om u het land Kanaän te geven, en uw God te zijn.
38من یهوه خدای شما هستم که شما را از زمین مصر بیرون آوردم تا زمین کنعان رابه شما دهم و خدای شما باشم.
39Wanneer uw broeder, die bij u woont, zo is verarmd, dat hij zich als slaaf aan u heeft verkocht, moogt ge hem toch geen slavendienst laten verrichten,
39و اگر برادرت نزد تو فقیر شده، خود را به تو بفروشد، بر او مثل غلام خدمت مگذار.
40maar moet hij als een loonarbeider, of een inboorling bij u blijven. Tot het jubeljaar zal hij dus bij u in dienst zijn,
40مثل مزدور و مهمان نزدتو باشد و تا سال یوبیل نزد تو خدمت نماید.
41dan zal hij met zijn zonen vrij van u heengaan, naar zijn familie terugkeren en in zijn vaderlijk bezit worden hersteld.
41آنگاه از نزد تو بیرون رود، خود او و پسرانش همراه وی، و به خاندان خود برگردد و به ملک پدران خود رجعت نماید.
42Want ze zijn mijn dienaars, die Ik uit Egypte heb geleid; zij mogen dus niet als slaven worden verkocht.
42زیرا که ایشان بندگان منند که ایشان را از زمین مصر بیرون آوردم؛ مثل غلامان فروخته نشوند.
43Behandel hen niet met hardheid, maar vrees uw God.
43بر او به سختی حکم رانی منما و از خدای خود بترس.
44Uw slaven en slavinnen, die uw eigendom zullen zijn, kunt ge u kopen uit de volken, die u omringen.
44و اما غلامانت و کنیزانت که برای توخواهندبود، از امتهایی که به اطراف تو میباشنداز ایشان غلامان و کنیزان بخرید.
45Ook van de kinderen der inboorlingen, die onder u wonen, kunt ge er kopen, en uit hun families, die ze bij u in het land hebben verwekt. Dezen zullen uw eigendom zijn,
45و هم ازپسران مهمانانی که نزد شما ماوا گزینند، و ازقبیله های ایشان که نزد شما باشند، که ایشان را درزمین شما تولید نمودند، بخرید و مملوک شماخواهندبود.
46en gij kunt ze aan uw zonen vermaken als erfelijk bezit. Hen moogt ge voor altijd slavendienst laten verrichten; maar de Israëlieten, uw broeders, moogt ge niet met hardheid behandelen.
46و ایشان را بعد از خود برای پسران خود واگذارید، تا ملک موروثی باشند وایشان را تا به ابد مملوک سازید. و اما برادران شمااز بنیاسرائیل هیچکس بر برادر خود به سختی حکمرانی نکند.
47Wanneer een vreemdeling of een inboorling rijk wordt, en uw broeder daarentegen, die bij hem woont, zo verarmt, dat hij zich aan den vreemdeling, den inboorling of aan iemand van hun familie moet verkopen,
47«و اگر غریب یا مهمانی نزد شما برخوردارگردد، و برادرت نزد او فقیر شده، به آن غریب یامهمان تو یا به نسل خاندان آن غریب، خود رابفروشد،
48dan heeft hij, nadat hij zich heeft verkocht, het recht van vrijkoop. Een van zijn broers kan hem loskopen,
48بعد از فروخته شدنش برای وی حق انفکاک میباشد. یکی از برادرانش او را انفکاک نماید.
49of iemand van zijn familie, zijn oom, zijn neef of een van zijn naaste bloedverwanten. Of zo hij de middelen heeft, kan hij zichzelf loskopen.
49یا عمویش یا پسر عمویش او را انفکاک نماید، یا یکی از خویشان او از خاندانش او راانفکاک نماید، یا خود او اگر برخوردار گردد، خویشتن را انفکاک نماید.
50Hij moet dan met den koper de tijd berekenen van het jaar af, dat hij zich aan hem heeft verkocht, tot aan het jubeljaar, en de som, waarvoor hij zich wil terugkopen, moet in verhouding staan tot dat aantal jaren: de tijd, dat hij bij hem bleef, moet berekend worden als die van een loonarbeider.
50و با آن کسیکه او راخرید از سالی که خود را فروخت تا سال یوبیل حساب کند، و نقد فروش او برحسب شماره سالها باشد، موافق روزهای مزدور نزد او باشد.
51Zo het nog veel jaren zijn, moet hij een evenredig bedrag van de koopsom als losgeld terugbetalen.
51اگر سالهای بسیار باقی باشد، برحسب آنها نقدانفکاک خود را از نقد فروش خود، پس بدهد.
52Zo er nog maar weinig jaren over zijn tot aan het jubeljaar, moet hij ze eveneens berekenen, en naar verhouding van zijn jaren het losgeld betalen.
52و اگر تا سال یوبیل، سالهای کم باقی باشد باوی حساب بکند، و برحسب سالهایش نقدانفکاک خود را رد نماید.
53Hij zal dus bij hem zijn als iemand die per jaar voor loon arbeidt, en door den ander onder uw ogen niet met hardheid worden behandeld.
53مثل مزدوری که سال به سال اجیر باشد نزد او بماند، و در نظر تو به سختی بر وی حکمرانی نکند.
54Maar ook als hij niet op deze manier wordt vrijgekocht, zal hij toch met zijn zonen in het jubeljaar vrijkomen.
54و اگر به اینهاانفکاک نشود پس در سال یوبیل رهاشود، هم خود او و پسرانش همراه وی.
55Want de kinderen Israëls zijn mijn dienaren; mijn slaven zijn het, die Ik uit het land van Egypte heb geleid. Ik ben Jahweh, uw God!
55زیرا برای من بنیاسرائیل غلاماند، ایشان غلام من میباشند که ایشان را از زمین مصر بیرون آوردم. من یهوه خدای شما هستم.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.