Leviticus
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Jahweh sprak tot Moses:
1و خداوند موسی را خطاب کرده، گفت:
2Beveel de Israëlieten, en zeg hun: Wanneer iemand door een gelofte personen naar hun schattingswaarde aan Jahweh wijdt, dan moet ge ze schatten als volgt.
2«بنی‌اسرائیل را خطاب کرده، به ایشان بگو: چون کسی نذر مخصوصی نماید، نفوس برحسب برآورد تو، از آن خداوند باشند.
3Een man van twintig tot zestig jaar moet op vijftig zilveren sikkels volgens het heilig gewicht, worden geschat.
3و اگر برآورد تو بجهت ذکور، از بیست ساله تاشصت ساله باشد، برآورد تو پنجاه مثقال نقره برحسب مثقال قدس خواهد بود.
4Zo het een vrouw is, moet zij op dertig sikkels worden geschat.
4و اگر اناث باشد برآورد تو سی مثقال خواهد بود.
5Zo het iemand is van vijf tot twintig jaar, moet een jongen op twintig sikkels, een meisje op tien sikkels worden geschat.
5و اگر ازپنج ساله تا بیست ساله باشد، برآورد تو بجهت ذکور، بیست مثقال و بجهت اناث ده مثقال خواهدبود.
6Is het kind een maand tot vijf jaar oud, dan moet een knaap op vijf zilveren sikkels, een meisje op drie worden geschat.
6و اگر از یک ماهه تا پنج ساله باشد، برآوردتو بجهت ذکور پنج مثقال نقره، و بجهت اناث، برآورد تو سه مثقال نقره خواهد بود.
7Een man van zestig jaar en daarboven moet op vijftien sikkels worden geschat, een vrouw op tien.
7و اگر ازشصت ساله و بالاتر باشد، اگر ذکور باشد، آنگاه برآورد تو پانزده مثقال، و برای اناث ده مثقال خواهد بود.
8Wanneer hij te arm is om die schatting te betalen, moet men hem voor den priester brengen, en deze moet hem schatten; en de priester zal het vermogen schatten van hem, die de gelofte heeft afgelegd.
8و اگر از برآورد تو فقیرتر باشد، پس او را به حضور کاهن حاضر کنند، و کاهن برایش برآورد کند و کاهن به مقدار قوه آن که نذر کرده، برای وی برآورد نماید.
9Wanneer het een dier is, dat aan Jahweh als offergave kan worden gebracht, dan blijft het gewijd, als men het eenmaal aan Jahweh heeft gegeven.
9و اگر بهیمه‌ای باشد ازآنهایی که برای خداوند قربانی می‌گذرانند، هرآنچه را که کسی از آنها به خداوند بدهد، مقدس خواهد بود.
10Men mag het niet vervangen, en geen beter voor een slechter, of een slechter voor een beter verruilen. Zo men toch het ene dier met het andere verruilt, zijn beide, dus ook het geruilde, gewijd.
10آن را مبادله ننماید و خوب را به بد یا بد را به خوب عوض نکند. و اگر بهیمه‌ای رابه بهیمه‌ای مبادله کند، هم آن و آنچه به عوض آن داده شود، هر دو مقدس خواهد بود.
11Wanneer het een of ander onrein dier is, dat niet als offergave aan Jahweh mag worden gebracht, dan moet men dat dier voor den priester brengen.
11و اگر هرقسم بهیمه نجس باشد که از آن قربانی برای خداوند نمی گذرانند، آن بهیمه را پیش کاهن حاضر کند.
12De priester zal het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde ervan zijn.
12و کاهن آن را چه خوب و چه بد، قیمت کند و برحسب برآورد تو‌ای کاهن، چنین باشد.
13Zo men het wil inlossen, moet men nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen.
13و اگر آن را فدیه دهد، پنج یک بر برآوردتو زیاده دهد.
14Wanneer iemand zijn huis als heilige gave aan Jahweh wijdt, zal de priester het op zijn juiste waarde schatten, en zoals de priester het schat, zal de waarde worden bepaald.
14و اگر کسی خانه خود را وقف نماید تا برای خداوند مقدس شود، کاهن آن راچه خوب و چه بد برآورد کند، و بطوری که کاهن آن را برآورد کرده باشد، همچنان بماند.
15Zo hij, die het huis heeft toegewijd, het wil inlossen, moet hij nog het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan zal het weer zijn eigendom zijn.
15و اگروقف کننده بخواهد خانه خود را فدیه دهد، پس پنج یک بر نقد برآورد تو زیاده کند و از آن اوخواهد بود.
16Wanneer iemand een stuk land, dat hij bezit, aan Jahweh wijdt, dan moet het worden geschat naar de hoeveelheid zaad, die er voor nodig is; een stuk land, waarop een chómer gerst kan worden gezaaid, op vijftig zilveren sikkels.
16و اگر کسی قطعه‌ای از زمین ملک خود را برای خداوند وقف نماید، آنگاه برآوردتو موافق زراعت آن باشد، زراعت یک حومر جو به پنجاه مثقال نقره باشد.
17Wijdt hij zijn akker van het jubeljaar af, dan moet hij de volle schattingsprijs betalen.
17و اگر زمین خود را ازسال یوبیل وقف نماید، موافق برآورد تو برقرارباشد.
18Wijdt hij hem na het jubeljaar, dan moet de priester de prijs berekenen naar het aantal jaren, die nog tot aan het jubeljaar moeten verlopen, en die moeten worden afgetrokken van de geschatte som.
18و اگر زمین خود را بعد از یوبیل وقف نماید، آنگاه کاهن نقد آن را موافق سالهایی که تاسال یوبیل باقی می‌باشد برای وی بشمارد، و ازبرآورد تو تخفیف شود.
19Zo hij de akker, die hij gewijd heeft, wil inlossen, moet hij het vijfde deel van de geschatte waarde er aan toevoegen; dan blijft de akker zijn eigendom.
19و اگر آنکه زمین راوقف کرد بخواهد آن را فدیه دهد، پس پنج یک از نقد برآورد تو را بر آن بیفزاید و برای وی برقرارشود.
20Zo hij de akker niet heeft ingelost, maar hem toch aan een ander verkoopt, dan mag die later niet meer worden ingelost;
20و اگر نخواهد زمین را فدیه دهد، یا اگرزمین را به دیگری فروخته باشد، بعد از آن فدیه داده نخواهد شد.
21en wanneer de akker met het jubeljaar vrijkomt, zal hij aan Jahweh gewijd blijven, zoals een akker, die onder de banvloek ligt; hij valt dan den priester ten deel.
21و آن زمین چون در یوبیل رها شود مثل زمین وقف برای خداوند، مقدس خواهد بود؛ ملکیت آن برای کاهن است.
22Wanneer iemand een akker aan Jahweh wijdt, die door koop is verkregen, en niet tot zijn erfgoed behoort,
22و اگرزمینی را که خریده باشد که از زمین ملک او نبود، برای خداوند وقف نماید،
23dan moet de priester hem de waarde berekenen tot aan het eerst komende jubeljaar, en moet hij het geschatte bedrag nog dezelfde dag als een gewijde gave aan Jahweh schenken;
23آنگاه کاهن مبلغ برآورد تو را تا سال یوبیل برای وی بشمارد، و درآن روز برآورد تو را مثل وقف خداوند به وی بدهد.
24en in het jubeljaar keert de akker terug in het bezit van hem, van wien hij hem heeft gekocht en wiens erfgoed hij was.
24و آن زمین در سال یوبیل به کسی‌که از اوخریده شده بود خواهد برگشت، یعنی به کسی‌که آن زمین ملک موروثی وی بود.
25Al uw schattingen moeten volgens de heilige sikkel zijn, twintig gera de sikkel.
25و هر برآورد توموافق مثقال قدس باشد که بیست جیره یک مثقال است.
26Het eerstgeborene van het vee, dat reeds als eerstgeborene aan Jahweh behoort, mag door niemand meer worden toegewijd; noch dat van een rund, noch dat van een schaap. Het behoort reeds aan Jahweh.
26«لیکن نخست زاده‌ای از بهایم که برای خداوند نخست زاده شده باشد، هیچکس آن راوقف ننماید، خواه گاو خواه گوسفند، از آن خداوند است.
27Zo het een onrein dier is, kan men het inlossen naar de schattingswaarde, maar men moet er een vijfde van de prijs aan toevoegen. Zo het niet wordt gelost, moet het voor de geschatte prijs worden verkocht.
27و اگر از بهایم نجس باشد، آنگاه آن را برحسب برآورد تو فدیه دهد، و پنج یک برآن بیفزاید، و اگر فدیه داده نشود پس موافق برآورد تو فروخته شود.
28Maar niets wat onder de banvloek ligt, en wat men uit zijn bezit door de ban aan Jahweh heeft gewijd, mens, dier of een stuk land, kan worden verkocht of ingelost; het blijft hoogheilig voor Jahweh.
28اما هر چیزی که کسی برای خداوند وقف نماید، از کل مایملک خود، چه از انسان چه از بهایم چه از زمین ملک خود، نه فروخته شود و نه فدیه داده شود، زیرا هر‌چه وقف باشد برای خداوند قدس اقداس است.
29Geen mens, die onder de banvloek ligt, kan worden vrijgekocht; hij moet worden gedood.
29هر وقفی که از انسان وقف شده باشد، فدیه داده نشود. البته کشته شود.
30Alle tienden van de grond, van wat op het land is gezaaid, en van de vruchten der bomen, behoren aan Jahweh, en zijn aan Jahweh gewijd.
30و تمامی ده‌یک زمین چه از تخم زمین چه از میوه درخت از آن خداوند است، و برای خداوند مقدس می‌باشد.
31Zo iemand iets van zijn tienden wil lossen, moet hij een vijfde deel daarvan er aan toevoegen.
31و اگر کسی از ده‌یک خود چیزی فدیه دهدپنج یک آن را بر آن بیفزاید.
32Ook alle tienden van rundvee en schapen, van alles wat onder de herdersstaf doorgaat, zijn aan Jahweh gewijd.
32و تمامی ده‌یک گاو و گوسفند یعنی هر‌چه زیر عصا بگذرد، دهم آن برای خداوند مقدس خواهد بود.
33Men mag geen keuze doen tussen goede of slechte dieren en ze evenmin ruilen; verruilt men ze toch, dan zijn beide, dus ook het geruilde, aan Jahweh gewijd. Ze kunnen dus niet worden ingelost.
33در خوبی و بدی آن تفحص ننماید و آن را مبادله نکند، واگر آن را مبادله کند هم آن و هم بدل آن مقدس خواهد بود و فدیه داده نشود.»
34Dit zijn de geboden, die Jahweh op de berg Sinaï aan Moses voor de kinderen Israëls heeft gegeven.
34این است اوامری که خداوند به موسی برای بنی‌اسرائیل درکوه سینا امر فرمود.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.