Psalmen 30
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een psalm. Een lied der tempelwijding. Van David. Ik wil U prijzen, o Jahweh; want Gij trokt mij omhoog, Opdat mijn vijanden niet over mij juichen.
1Псальма на посьвят дому Давидового. Вознесу тебе, мій Господи, ти бо підняв мене і не допустив, щоб втїшались надо мною вороги мої.
2Ik riep tot U: “O Jahweh, mijn God!” En Gij hebt mij genezen, o Jahweh!
2Господи Боже мій! До тебе кликав я, і ти вилїчив мене.
3Gij trokt mij uit het dodenrijk op, Ten leven uit het midden van die in het graf zijn gezonken.
3Господи, ти випровадив душу мою з пекла, оживив мене зміж тих, що йдуть під землю.
4Jahweh’s vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam:
4Сьпівайте псальми Господеві, ви, його побожні люде, і прославляйте сьвяту память його!
5Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; ‘s Avonds komt er geween, Maar ‘s morgens is er weer vreugd.
5Бо на хвилину гнїв його; ласка ж його поки життя; посилає на ніч сльози, а досьвіта радість.
6In zelfgenoegzaamheid had ik gezegd: “Nooit zal ik wankelen!”
6Я сказав, як жилось менї у добрі: не захитаюсь по віки.
7Neen, Jahweh, door uw goedheid alleen Hadt Gij kracht verleend aan mijn geest; Maar nauwelijks hadt Gij uw aanschijn verborgen, Of plotseling zonk ik ineen!
7Господи, — з ласки твоєї утвердив єси гору мою, ти одвернув лице твоє, і я стревожився,
8Jahweh, toen riep ik U aan, En ik bad tot mijn Heer:
8До тебе, Господи, кликав я, і до Бога мого молився.
9“Wat kan mijn verstomming U baten, En dat ik zink in het graf; Kan het stof U soms loven, En uw trouw nog verkonden?”
9Що за вжиток буде з крові моєї, як я ляжу в домовину? Чи буде прославляти тебе порох? Чи возвістить правду твою?
10En Jahweh heeft het gehoord, en Zich mijner ontfermd; Jahweh heeft mij geholpen.
10Почуй, Господи, і змилосердися! Господи, прийди менї в поміч!
11Gij hebt mijn gejammer in een reidans veranderd, Mijn rouwkleed verscheurd, met vreugd mij omgord:
11Ти перемінив плач мій у радість, зняв із мене сумну плахту, і обгорнув мене радостю.
12Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!
12Щоб душа моя сьпівала тобі, не мовчала. Господи, Боже мій, по віки буду прославляти тебе!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.