Psalmen 125
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een bedevaartslied. Die op Jahweh vertrouwen, zijn als de berg Sion, Die niet wankelt, maar eeuwig blijft staan.
1Посходня пісня. Вповаючі на Господа подібні горі Сиону, що не хитається і вічно перебуде.
2Zoals Jerusalem van bergen is omringd, Omringt Jahweh zijn volk, van nu af tot in eeuwigheid!
2Кругом Єрусалиму гори; так і Господь кругом народу свого, від нинї по віки.
3Neen, de schepter der bozen Mag niet blijven drukken op het erfdeel der vromen: Opdat ook de braven ten leste Hun handen niet aan ongerechtigheid slaan.
3Бо жезло беззаконня не спочине на долї праведних, щоб праведні не простягли рук своїх на кривду.
4Wees dan goed voor de vromen, o Jahweh, En voor de oprechten van hart;
4Благотвори, Господи, добрим і людям щирого серця!
5Maar die een kronkelpad gaan, moge Jahweh verdelgen, Tegelijk met de bozen: Over Israël vrede!
5Хто ж повернув на свої криві дороги, того поверне Господь вкупі з тими, що беззаконнє роблять. Мир Ізраїлеві!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.