Psalmen 53
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; op de fluit. Een leerdicht van David. De dwaas zegt bij zichzelf: “Er is geen God!” Slecht en schandelijk is zijn gedrag; Er is niemand, die het goede wil doen.
1Проводиреві хора: на Махалатї, наука Давида. Безумний каже в серцї своїм: Нема Бога! Розвратились і творять огидну неправду; нема там нї одного, хто б добро чинив.
2God blikt uit de hemelen neer Op de kinderen der mensen: Om te zien, of er niet één verstandige is, Niet één, die God zoekt.
2Господь споглянув з неба на дїтей людських, щоб побачити, чи є розумний, що шукає Бога.
3Maar allen zijn ze afgedwaald, Allen even bedorven; Er is niemand, die het goede wil doen, Geen enkele zelfs.
3Всї одвернулись, всї разом зледащіли; нема там, хто добро творив би, нема нї одного.
4Worden de zondaars dan nimmer verstandig: Ze blijven mijn volk maar verslinden, En het brood van God wel eten, Maar zij roepen Hem niet aan.
4Не вже ж не прийдуть до розуму всї, що роблять беззаконнє, що заїдають народ мій, наче б вони хлїб їли? Господа вони не призивають.
5Maar dan zullen ze eens beven van angst, Want God zal hun gebeente verstrooien; Die u omsingelen, zult gij beschamen, Want God heeft ze verworpen.
5Тодї злякались вони, хоч страху не було; Бог бо розсипле костї того, хто став облогом проти тебе. Ти осоромив їх. Бог бо відкинув їх.
6Ach, dat uit Sion Israëls redding mocht dagen, Als God het lot van zijn volk ten beste keert! Dan zal Jakob jubelen, En Israël juichen!
6Ой, коли б прийшло спасеннє Ізраїлеві із Сиона! Коли Господь поверне народ свій з неволї, возрадується Яков і возвеселиться Ізраїль.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.