Psalmen 79
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Een psalm van Asaf. Ach God, de heidenen zijn in uw erfdeel gedrongen, Hebben uw heilige tempel ontwijd, En Jerusalem tot een puinhoop gemaakt!
1Псальма Асафова. Боже, погани увійшли в наслїддє твоє, осквернили сьвятий храм твій, обернули Єрусалим в руїну.
2Ze hebben de lijken van uw dienaren Als spijs toegeworpen aan de vogels in de lucht, En aan de wilde dieren het vlees uwer vromen;
2Трупом слуг твоїх птаство небесне годували, тїло праведних твоїх зьвірам земним кидали.
3Ze hebben hun bloed als water vergoten Rondom Jerusalem; en niemand heeft ze begraven.
3Як воду, кров їх кругом Єрусалима розливали, і не було кому ховати їх.
4Wij zijn een smaad voor onze buren geworden, Een spot en een hoon voor onze omgeving!
4Ми стали посьміховиском для сусїдів наших, наругою і соромом для всїх, що кругом нас осїлись.
5Hoelang nog, Jahweh, blijft Gij altijd maar toornen, En zal uw ijverzucht branden als vuur?
5Доки, Господи, буде гнїв твій тревати, і серце твоє поломям палати?
6Neen, stort uw gramschap over de heidenen uit, die U niet kennen, Over de koninkrijken, die uw Naam niet vereren;
6Вилий гнїв твій на народи, що тебе не знають, і на царства, що не призивають імені твого!
7Want ze hebben Jakob verslonden, En zijn woonplaats verwoest!
7Вони бо зажерли Якова, і зруйнували домівку його.
8Ach, reken ons de vroegere zonden niet toe; Uw ontferming trede ons snel tegemoet, Want onze ellende is groot!
8Не памятай нам несправедливостї давні! Пошли нам скоро на зустріч милосердє твоє, ми бо дуже нужденні стали!
9Help ons, o God van ons heil, En red ons om de eer van uw Naam; Vergeef onze zonden om wille van uw Naam!
9Поможи нам, Боже, спасителю наш, для слави імені твого; і спаси нас і прости нам гріхи наші задля імені твого!
10Waarom zouden de heidenen zeggen: “Waar is nu hun God?” Neen, laat de heidenen voor onze ogen de wraak ondergaan Voor het vergoten bloed van uw dienaars;
10Чому мали б казати народи: Де Бог їх? Нехай народи перед очима нашими дізнають помсту за кров слуг твоїх пролиту!
11Laat het gekerm van den gevangene voor uw aangezicht komen: Verlos de ten dode gewijden door de kracht van uw arm.
11Нехай дійде до тебе стогнаннє невольника! По великостї рамени твого сохрани дїтей смертї!
12Werp in de schoot onzer buren tot zevenmaal toe De smaad, o Heer, waarmee ze U hebben gehoond.
12І верни в семеро у серце сусїдам нашим наругу їх, котрою зневажали тебе, Господи!
13Maar wij blijven uw volk en de kudde uwer weide; Wij prijzen U eeuwig, en verkonden uw lof van geslacht tot geslacht.
13Ми ж, люде твої і стадо твого пасовиска, будем вічно прославляти тебе, звіщати хвалу твою з роду в рід.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.