Psalmen
Chapter 5
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding: met fluiten. Een psalm van David. Jahweh, hoor naar mijn roepen, Let op mijn zuchten;
1Проводиреві хора: на трубних. Псальма Давидова. Почуй, Господи, слова мої, зглянься на тугу мою.
2Luister naar mijn schreien, Mijn Koning en God.
2Прислухайсь голосу кликання мого, мій царю і Боже, бо до тебе молюся.
3Want tot U richt ik mijn bede, o Jahweh, Reeds in de vroegte hoort Gij mijn smeken; ‘s Morgens leg ik het voor U neer, En zie vertrouwend naar U op.
3Досьвіта почуєш, Господи, мій голос, досьвіта стану перед тобою, і дожидати му.
4Gij zijt geen God, wien de boosheid behaagt, Nooit is de zondaar U welkom;
4Ти бо єси Бог, що не любить беззаконня; перед тобою нема місця для лукавого.
5Geen goddeloze mag Voor uw ogen verschijnen! Gij haat al wie ongerechtigheid pleegt,
5Не устоять бутні перед очима твоїми; ти ненавидиш усїх, що беззаконствують.
6En leugenaars richt Gij te gronde; De man van bloed en bedrog Is een afschuw voor Jahweh.
6Ти погубиш людей льживих; кровожадним і лукавим мерзиться Господь.
7Maar door uw grote genade Mag ìk uw huis binnengaan, En naar uw heilige tempel gericht, U vol eerbied aanbidden.
7Я ж по великій милостї твоїй увійду в дім твій і поклонюся в страху твоїм у сьвятому храмі твоєму.
8Geleid mij, o Jahweh, Naar uw gerechtigheid; En om wille van die mij belagen, Baan mij de weg voor uw aanschijn.
8Веди мене, Господи, правдою твоєю задля ворогів моїх; рівняй передо мною дорогу твою.
9Neen, in hun mond is geen waarheid, En hun hart is bedorven; Een open graf is hun keel, Ze huichelen met hun tong.
9Бо нема правди в устах їх; серце їх пропасть, пелька в них роззявлений гріб; язики їх льстиві.
10Laat ze boeten, o God, Aan eigen sluwheid te gronde gaan; Stoot ze weg om hun talrijke zonden, Want ze zijn weerbarstig tegen U.
10Суди їх, Боже; нехай вони пропадуть у зрадливих задумах своїх; відкинь їх задля множества переступів їх, бо вони встали проти тебе.
11Dan verheugen zich allen, Die tot U vluchten; Jubelen eeuwig, Daar Gij ze beschermt; En juichen in U, Die uw Naam beminnen.
11І звеселяться всї, що вповають на тебе; вічно будуть радуватись, і ти будеш заступати їх; і будуть прославляти тебе люблячі імя твоє.
12Want Gij zegent den rechtvaardige, Jahweh; Als een schild dekt hem uw liefde.
12Бо ти благословляєш праведника, Господи, і благоволеннєм, як щитом, покриваєш його.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.