Psalmen
Chapter 119
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Gelukkig, die onberispelijk zijn in hun wandel, En leven volgens Jahweh’s wet;
1Алеф. Блаженний, в кого дорога чесна, хто в законї Господа ходить!
2Gelukkig, die op zijn vermaningen letten, Hem zoeken met geheel hun hart;
2Блаженний, хто сьвідчення його хоронить, хто цїлим серцем його шукає,
3Zij ook, die geen ongerechtigheid plegen, Maar blijven leven naar zijn woord.
3Хто кривди не робить, його дорогами ходить!
4Gij zelf hebt uw bevelen gegeven, Opdat men ze trouw zou volbrengen;
4Ти велїв заповідї твої пильно повнити.
5Ach, mocht mijn gedrag zo onwankelbaar zijn, Dat ik uw inzettingen trouw onderhield.
5Ой коли б дороги мої та вели мене, щоб устави твої хоронити!
6Dan zal ik nooit beschaamd komen staan, Als ik het oog richt op al uw geboden;
6Тодї б я не посоромився, на всї заповідї твої зважаючи.
7Maar in oprechtheid des harten zal ik U danken, Als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.
7Буду прославляти тебе, навчаючись законів справедливостї твоєї.
8Ik houd mij vast aan uw bestel: Verlaat mij dan niet voor altoos!
8Повнити му твої устави; не опусти мене зовсїм. Бет.
9Hoe kan een jongeman zijn reinheid bewaren? Door zich te houden aan uw woord!
9Як держати ме чисто парень стежку свою? Коли дбати ме про неї після слів твоїх.
10Ik heb U met heel mijn hart gezocht, Laat mij nooit uw geboden verlaten;
10Цїлим серцем моїм шукав я тебе; не дай менї відхилитись від заповідей твоїх!
11Ik bewaar uw bestel in mijn hart, Om nooit te zondigen tegen U.
11Слово твоє заховав я в серцї моїм, щоб не согрішити проти тебе.
12Geprezen zijt Gij, o Jahweh, Leer mij uw inzettingen kennen;
12Благословен будь, Господи! Навчи мене уставів твоїх!
13Dan zal ik met mijn lippen verbreiden Al de voorschriften van uw mond.
13Устами моїми звіщав я присуди уст твоїх.
14Ik verheug mij over de weg, die uw vermaning mij wees, Meer dan over alle schatten;
14Дорогами сьвідчень твоїх я більш любувався, як найбільшим багацтвом.
15Uw bevelen wil ik overwegen, En op uw paden blijven letten;
15Про заповідї твої буду промишляти, і стежок твоїх пильнувати.
16Ik wil mij aan uw wet verkwikken, En nimmermeer uw woord vergeten!
16В уставах твоїх моє милуваннє; не забуду слова твого. Гімель.
17Laat uw dienstknecht leven, En ik zal uw woord onderhouden;
17Твори милість слузї твому, і буду жити і слово твоє хоринити!
18Neem de sluier van mijn ogen, Opdat ik de wonderen van uw wet aanschouwe.
18Отвори очі мої, і побачу дива закону твого!
19Al ben ik maar een zwerver op aarde, Verberg mij uw bevelen niet;
19Я стороннїй на землї, не крий від мене заповідей твоїх!
20Want mijn ziel wordt verteerd van verlangen Naar uw voorschriften, altijd door.
20Втомилась душа моя від щоденного бажання за присудами твоїми.
21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;
21Ти погрозив бутним, проклятим, що відступають від заповідей твоїх.
22Wend dan smaad en hoon van mij af, Want uw vermaningen neem ik ter harte.
22Одверни від мене сором і зневагу! Бо я хоронив сьвідчення твої.
23Al spannen ook vorsten tegen mij samen, Uw dienstknecht peinst over uw inzettingen na;
23І князї засїдають, змовляються проти мене; слуга ж твій про устави твої промишляє.
24Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.
24Сьвідчення твої моя роскіш, моя рада. Далет.
25Reeds ligt mijn ziel aan het stof gekluisterd: Wek mij ten leven naar uw woord.
25До пороху пристала душа моя; оживи мене по слову твому.
26Mijn leven heb ik U open gelegd: Gij hebt mij gehoord, Leer mij thans uw inzettingen kennen;
26Про дороги мої росказав я, і ти вислухав мене; навчи мене уставів твоїх!
27Onderricht mij, hoe ik naar uw bevelen moet leven, En ik zal uw wonderen vermelden.
27Дай зрозуміти дорогу росказів твоїх, і буду промишляти про дивні дїла твої.
28Mijn ziel kwijnt weg van ellende: Richt mij naar uw bestel weer op.
28Ниє душа моя від смутку; піддвигни мене, по слову твому!
29Houd de weg der leugen ver van mij af, En schenk mij genadig uw wet;
29Одверни від мене дорогу льживу, і закон твій даруй менї!
30Ik heb de weg der waarheid gekozen, Uw voorschriften mij voor ogen gesteld.
30Вибрав я дорогу вірностї, твої присуди поставив перед собою.
31Ik klamp mij aan uw vermaningen vast, Maak mij niet te schande, o Jahweh;
31Я пристав до сьвідчень твоїх; Господи, не дай осоромитись менї!
32De weg uwer geboden zal ik bewandelen, Als Gij mijn hart maar verblijdt.
32Пійду дорогою твоїх заповідей, коли зробиш простір серцю мому. Ге.
33Leer mij, Jahweh, naar uw inzettingen leven, Opdat ik ze ten einde toe onderhoud;
33Навчи мене, Господи, дороги уставів твоїх, і додержу її до кінця життя.
34Geef mij inzicht om uw wet te volbrengen, En met heel mijn hart te beleven;
34Дай менї розум, і буду хоронити закон твій, і повнити з цїлого серця.
35Laat mij het pad uwer geboden betreden, Want dat is mijn vreugd.
35Дай ходити стежкою заповідей твоїх! Бо в тому радість моя.
36Neig mijn hart naar uw vermaningen, En niet naar gewin;
36Нахиляй серце моє до сьвідчень твоїх, а не до користї.
37Wend mijn ogen van de ijdelheid af, En laat mij leven naar uw woord.
37Одверни очі мої, щоб марноти не бачили! Оживи мене в дорозї твоїй.
38Doe uw bestel aan uw dienstknecht gestand, Dat Gij beschikt hebt voor hen, die U vrezen;
38Сповни слово твоє слузї твому, що благовіє перед тобою.
39Wentel de smaad, die ik ducht, van mij weg, Want uw voorschriften blijven voortreffelijk.
39Одверни від мене сором, котрого я боюся! Твої бо присуди благі.
40Zie, ik hunker naar uw bevelen, Laat mij door uw gerechtigheid leven!
40Глянь, я бажаю росказів твоїх; оживи мене правдою твоєю. Вав.
41Moge uw genade mijn deel zijn, o Jahweh, En uw heil naar uw bestel;
41І пошли менї милість твою, Господи, твоє спасеннє після слова твого!
42Dan zal ik mijn lasteraars te woord kunnen staan, Want ik vertrouw op uw woord;
42Тодї дам відповідь кепкуючим з мене, бо я вповаю на слово твоє.
43Neem het woord der waarheid niet geheel uit mijn mond, Want ik wacht uw voorschriften af.
43І не відбери зовсїм слова правди від уст моїх! Бо я вповаю на присуди твої.
44Uw wet wil ik steeds onderhouden, Voor eeuwig en immer;
44І хоронити му закон твій, без устанку, все і по віки.
45Dan zal ik ongestoord kunnen leven, Omdat ik naar uw bevelen vraag.
45І буду ходити по широкому просторі; бо я шукав заповідей твоїх.
46Zelfs koningen zal ik van uw vermaningen spreken, En mij er nooit over schamen;
46І перед царями говорити му про сьвідчення твої і не посоромлюсь.
47Ik zal mij aan uw geboden verkwikken, Die ik van harte bemin;
47І мати му роскоші у заповідях твоїх, любих менї.
48Tot U zal ik mijn handen verheffen, En uw inzettingen overwegen.
48І простирати му руки мої до заповідей твоїх, любих менї; і про встанови твої промишляти му. Заїн.
49Gedenk het woord, tot uw dienstknecht gesproken, En waarop Gij mijn hoop hebt gesteld;
49Спогадай слова до слуги твого, на котре казав менї вповати!
50Dit is mijn troost in mijn ellende, Dat uw bestel mij het leven behoudt.
50Се ж одрада для мене в горю моїм, що слово твоє оживляло мене.
51Al bespotten de bozen mij nog zo vijandig, Toch wijk ik niet af van uw wet;
51Бутні над міру посьміялись з мене; та я не відхилився від закону твого.
52Ik blijf uw aloude voorschriften indachtig, En voel mij er door getroost, o Jahweh;
52Споминаю, Господи, суди твої одвічні, і даю серцю обраду.
53Maar gramschap maakt zich van mij meester, Om de zondaars, die uw geboden verlaten.
53Обгорнув мене гнїв великий на беззаконних, що закон твій покинули.
54Uw inzettingen ruisen als zangen mij tegen In het huis van mijn ballingschap;
54Устави твої були пїснями для мене в стороннїй оселї моїй.
55Des nachts, o Jahweh, gedenk ik uw Naam, En volg uw vermaningen op;
55Ночами згадував я імя твоє, Господи, і повнив закон твій.
56Want dit is mijn plicht: Dat ik uw bevelen volbreng.
56Сталось се зо мною, бо я хоронив прикази твої. Хет.
57Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh: Ik heb beloofd, uw woord te volbrengen;
57Сказав я, Господи, доля моя, повнити слова твої.
58Van ganser harte zoek ik uw aanschijn, Wees mij genadig naar uw bestel.
58З цїлого серця благав я тебе; будь милостивий для мене, по слову твому!
59Ik overleg bij mijzelf, welke weg ik moet gaan, En naar uw vermaningen richt ik mijn schreden;
59Про дороги мої промишляв я, і ноги мої повернулись до сьвідчень твоїх.
60Ik haast mij, zonder ooit te talmen, Om uw geboden te onderhouden;
60Я спішився і не гаявся, заповідї твої повнити.
61En al houden mij de strikken der bozen gevangen, Nooit vergeet ik uw wet;
61Сїти беззаконних обгорнули мене; та не забув я закону твого.
62Midden in de nacht sta ik op, Om U voor uw rechtvaardige voorschriften te danken.
62О півночі встаю, щоб прославляти тебе за праведні суди твої.
63Ik ben de vriend van al, die U vreest, En die uw bevelen volbrengt;
63Товариш я всїм, що бояться тебе, і тим, що прикази твої шанують.
64De aarde is vol van uw goedheid, o Jahweh, Leer mij maar uw inzettingen kennen.
64Милосердя твого, Господи, повна земля; навчи мене уставів твоїх. Тет.
65Gij hebt uw dienstknecht wèl gedaan, O Jahweh, naar uw woord;
65Добро вчинив єси, Господи, слузї твому, по слову твому.
66Schenk mij een helder oordeel en inzicht, Want ik heb vertrouwen in uw geboden.
66Настав мене на розум добрий і пізнаннє! Бо я вірив заповідям твоїм.
67Eer ik vernederd werd, dwaalde ik af, Maar nu houd ik mij aan uw bestel;
67Як ще не був я впокорений, блукав я; тепер же сповняю слово твоє.
68Gij zijt goed en doet wèl: Leer mij dan uw inzettingen kennen.
68Ти благий і благотворящий; навчи мене твоїх уставів!
69Onbeschaamden belasteren mij, Want van ganser harte neem ik uw bevelen in acht;
69Бутні зновили брехню проти мене; я сповняю твої велїння.
70Lomp als vet is hun hart, Maar ìk vind mijn vreugd in uw wet;
70Серце їх, мов від товщі потовстїло; моя роскіш в законї твому.
71En het was mij goed, te worden vernederd, Om uw vermaningen te leren verstaan;
71Благо менї, що був я впокорений, щоб уставів твоїх навчитись.
72Want de voorschriften van uw mond schat ik hoger, Dan duizenden in goud en zilver!
72Луччий для мене закон уст твоїх, як тисячі золота і срібла. Йод.
73Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, Geef mij ook inzicht, om uw geboden te kennen;
73Руки твої сотворили і приготовили мене; дай менї розум і навчусь заповідей твоїх.
74Dan zien, die U vrezen, met vreugd op mij neer, Omdat ik vertrouw op uw woord.
74Боящіся тебе побачать мене і звеселяться, що я вповав на слово твоє.
75Ik weet, dat uw oordeel rechtvaardig is, Jahweh, En dat Gij mij naar verdienste kastijdt;
75Знаю, Господи, що суди твої справедливі, і що по правдї ти покарав мене.
76Maar uw genade zij mij tot troost, Naar uw bestel voor uw knecht;
76Милість твоя нехай буде обрадою для мене, по слову твому до слуги твого!
77Uw ontferming dale op mij neer, en doe mij herleven, Want uw wet is mij een verkwikking.
77Змилосердися надо мною, то буду жити! Бо закон твій моя роскіш.
78Schande voor de trotsen, die onverdiend mij verdrukken, Daar ik uw bevelen bedenk;
78Допусти сором на бутних! Вони бо понижили мене безвинно; я промишляю про велїння твої.
79Maar mijn vrienden mogen zijn, die U vrezen, En die uw vermaningen kennen;
79Нехай обернуться до мене, хто сьвідчення твої знає.
80Door uw inzettingen worde mijn hart zonder smet, Zodat ik niet beschaamd hoef te staan.
80Серце моє нехай буде без докору в уставах твоїх, щоб не осоромитись менї. Каф.
81Mijn ziel smacht naar uw heil, Ik vertrouw op uw woord;
81Душа моя тужить за спасеннєм твоїм, я вповаю на слово твоє.
82Mijn ogen hunkeren naar uw bestel, En vragen: Wanneer brengt Gij mij troost?
82Очі мої виглядають слова твого, я кажу: коли потїшиш мене?
83Al ben ik als een leren zak in de rook, Toch vergeet ik uw inzettingen niet.
83Я бо став, мов шкурлат у димі; уставів твоїх я не забув.
84Ach, hoelang zal uw dienstknecht nog leven, En wanneer voltrekt Gij aan mijn vervolgers uw oordeel?
84Чи довгий ще вік слузї твому? Коли зробиш суд над гонителями моїми?
85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.
85Бутні люде копали яму для мене, вони, що не ходять по закону твому.
86Al uw geboden zijn waarachtig, Maar men vervolgt mij met leugens: Ach kom mij te hulp;
86Всї заповідї твої правда. Вони безвинно нападають на мене; допоможи менї!
87Men had mij haast van de aarde verdelgd, Toch had ik mij niet aan uw bevelen onttrokken;
87Мало, що не знищили мене на землї; я ж не покинув заповідей твоїх.
88Behoud mij in het leven naar uw genade, En de vermaningen van uw mond volg ik op!
88Оживи мене по милостї твоїй, і буду хоронити сьвідченнє уст твоїх! Ламед.
89Uw woord blijft eeuwig, o Jahweh, Het staat vast als de hemel;
89На віки, Господи, слово твоє стоїть твердо на небесах.
90Uw bestel houdt stand van geslacht tot geslacht, Staat vast als de aarde, die Gij hebt gegrond;
90З роду в рід правда твоя; ти утвердив землю, і вона стоїть твердо.
91En naar uw voorschriften blijven ze ook nu nog bestaan, Want het heelal is uw dienstknecht!
91По твоїй волї стоїть все до днешного дня, всї бо речі тобі служять.
92Wanneer uw wet mij niet had verkwikt, Dan was ik in mijn ellende te gronde gegaan;
92Як би не закон твій, моя роскіш, я в бідї моїй пропав би.
93Nimmer zal ik dan uw bevelen vergeten, Want juist daardoor doet Gij mij leven.
93Нїколи не забуду приказів твоїх; ти бо ними оживив мене.
94Ik ben de uwe: Ach, kom mij te hulp, Want ijverig spoor ik uw voorschriften na;
94Я твій, спаси мене! Бо я сповняв повелїння твої.
95De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.
95Засїли на мене беззаконники, щоб погубити мене; я ж на сьвідчення твої зважаю.
96Aan alles zie ik een eind, al is het nog zo volmaakt, Maar uw gebod is onbegrensd!
96У всякої звершеної речі бачив я конець; заповідь же твоя вельми далеко сягає. Мем.
97Hoe lief toch heb ik uw wet, Ik overweeg ze de hele dag door!
97Як же любий менї закон твій! Цїлий день думка моя про його.
98Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden zijn, Want het vergezelt mij voor eeuwig;
98Мудрійшим став я над ворогів моїх через заповідї твої, вони бо все зо мною.
99Ik heb meer verstand dan al mijn meesters, Want ik denk over uw vermaningen na;
99Понад усїх учителїв моїх став я розумнїйшим, бо сьвідчення твої на думцї в мене.
100En ik heb helderder inzicht dan de oudsten, Want ik neem uw bevelen in acht.
100Більше розуму в мене, як в старцїв, бо я хоронив прикази твої.
101Van alle slechte paden houd ik mijn voeten, Om uw woord te volbrengen;
101Від всякої лихої стежки спиняю стопи мої, щоб хоронити слово твоє.
102En van uw voorschriften wijk ik niet af, Want Gij hebt ze mij zelf onderwezen.
102Від присудів твоїх я не відхилявся, бо ти, Боже, вчив мене.
103Hoe zoet voor mijn gehemelte is uw bestel, Meer dan honing voor mijn mond;
103Як солодкі слова твої для уст моїх, вони понад мід губам моїм!
104Door uw inzettingen ben ik verstandig geworden, En haat dus ieder leugenpad.
104Заповідьми твоїми розумним став я, тому ненавиджу всяку стежку льживу. Нун.
105Uw woord is een lamp voor mijn voeten, En een licht op mijn pad;
105Слово твоє сьвітильник перед ногами моїми, і сьвітло на стежцї моїй.
106Ik heb gezworen, en zal het gestand doen, Uw rechtvaardige voorschriften te onderhouden.
106Я клявся хоронити присуди справедливостї твоєї, і встою в слові моїм.
107Ach, Jahweh, ik ga zo diep gebukt, Wek mij ten leven naar uw bestel;
107Над міру я похилився, Господи, оживи мене по слову твому!
108Wil de offeranden van mijn mond aanvaarden, o Jahweh, En onderricht mij in uw geboden.
108Прийми ласкаво, Господи, добровільну жертву уст моїх, і навчи мене присудїв твоїх.
109Al zweeft mijn leven in voortdurend gevaar, Toch vergeet ik nimmer uw wet;
109Життє моє безустанно в небезпеці, та не забув я закону твого.
110En al leggen de bozen mij strikken, Van al uw bevelen wijk ik niet af.
110Заставили безбожні клїтку на мене, та я від приказів твоїх не відхилився.
111Uw vermaningen blijven mijn erfdeel voor eeuwig, Want ze zijn de vreugd van mijn hart;
111Сьвідчення твої як спадьщину вічну взяв я, вони бо радість серця мого.
112En ik heb er mijn hart op gezet, Naar uw inzettingen te leven voor eeuwig en immer!
112Я наклонив серце моє, повнити устави твої вічно аж до кінця. Самех.
113Ik haat halfslachtige wezens, Maar uw wet heb ik lief;
113В кого серце подвійне, ненавиджу, і закон твій люблю.
114Gij zijt mijn schuts en mijn schild, Ik vertrouw op uw woord;
114Ти єси мій притулок і щит мій; на слово твоє вповаю.
115Weg van mij, zondaars, Laat mij de geboden van mijn God onderhouden!
115Ідїть геть від мене, ви беззаконні, а я хоронити му заповідї Бога мого.
116Sterk mij naar uw bestel, opdat ik blijf leven, En laat mijn hoop niet worden beschaamd;
116Допоможи менї по слову твому, щоб жити менї, і не дай осоромитись в надїї моїй!
117Stut mij, opdat ik worde gered, En mij altijd aan uw bevelen verkwikke.
117Підопри мене, і я спасуся, і буду все пильнувати устави твої.
118Wie uw inzettingen verlaten, zijn U een gruwel, Want ze bedenken enkel leugens;
118Ти всїх відкинув, що від уставів твоїх відхилились, бо мантїйства їх льживі.
119En als afval veracht Gij alle bozen op aarde, Daarom heb ik uw vermaningen lief.
119Як жужлї, так відгорнув ти всїх беззаконників землї, тому люблю я сьвідчення твої.
120Mijn lichaam beeft voor U van schrik, En ik ben bevreesd voor uw oordeel!
120Від страху перед тобою жахається тїло моє, і судів твоїх я боюся. Аїн.
121Een rechtvaardig oordeel hebt Gij geveld, Lever mij niet over aan mijn verdrukkers;
121Творив я суд і справедливість; не віддай мене ворогам у руки!
122Uw woord blijve borg voor uw dienaar, Laat geen onbeschaamde mij kwellen.
122Слузї твому будь порукою до доброго; не дай бутним пригнїчувати мене!
123Mijn ogen smachten naar uw heil, En naar uw rechtvaardig bestel;
123Очі мої нетерплячо визирають спасення твого, і слова справедливостї твоєї.
124Handel met uw dienstknecht naar uw genade, En leer mij uw inzettingen kennen;
124Яви ласку твою слузї твому, і навчи мене уставів твоїх.
125Ik ben uw dienstknecht: ach, geef mij verstand, Opdat ik uw vermaningen moge begrijpen.
125Я твій слуга, дай менї зрозуміннє, і пізнаю сьвідчення твої.
126Het is tijd om te handelen, Jahweh: Men verkracht uw wet;
126Пора Господеві до дїла; вони закон твій зломили.
127Daarom heb ik uw geboden lief, Boven goud en edel metaal;
127Тому люблю заповідї твої над золото і над щире золото.
128Daarom richt ik mij naar al uw bevelen, En haat ik ieder leugenpad.
128Тому всї прикази твої вважаю зовсїм правими; ненавиджу кожну стежку льживу. Пе.
129Uw vermaningen zijn wondervol, Mijn ziel neemt ze daarom in acht;
129Дивні сьвідчення твої, тому хоронить їх душа моя.
130De openbaring van uw woord straalt licht van zich uit, En geeft wijsheid aan de eenvoudigen;
130Обявлене слово твоє просьвічує, дає зрозуміннє людям простодушним.
131En smachtend open ik mijn mond, Want ik hunker naar uw geboden.
131Устами отвертими лакнув я, бо заповідей твоїх бажав.
132Keer U tot mij, en wees mij genadig, Naar uw beschikking voor hen, die uw Naam beminnen;
132Повернися до мене і помилуй мене, як милуєш тих, що імя твоє люблять.
133Richt mijn schreden naar uw bestel, En laat geen onheil mij treffen.
133Утверди шаги мої в слові твоїм, і не дай неправотї запанувати надо мною!
134Bevrijd mij van de verdrukking der mensen, Opdat ik trouw uw bevelen volbrenge;
134Вибави мене з неволї людської, то буду сповняти велїння твої.
135Laat uw aangezicht stralen over uw dienstknecht, En leer mij uw inzettingen kennen.
135Засьвіти лицем твоїм над слугою твоїм, і навчи уставів твоїх!
136Stromen van tranen ontwellen mijn ogen, Omdat men uw wet niet beleeft.
136Потоком плинуть сльози з очей моїх, бо люде не хоронять закону твого. Цаде.
137Rechtvaardig zijt Gij, o Jahweh, En ook uw voorschriften zijn volgens recht;
137Справедлив єси, Господи, і праві суди твої.
138In gerechtigheid hebt Gij uw vermaningen gegeven, En in volledige trouw.
138Ти заповідав сьвідчення твої в справедливостї і в повній вірностї.
139Ik word door ergernis verteerd, Omdat mijn vijanden uw woord vergeten;
139Ревність моя сушить мене, напасники бо мої забули слова твої.
140Maar uw bestel is beproefd als in vuur, En uw dienstknecht heeft het lief;
140Слово твоє випробоване, і любе слузї твому.
141En al ben ik maar klein en gering, Nooit wil ik uw bevelen vergeten.
141Малий я і мізерний; та не забув приказів твоїх.
142Ongerept blijft uw gerechtigheid voor eeuwig en immer, En waarachtig uw wet;
142Справедливість твоя, вічна справедливість, і закон твій правда.
143Al treffen mij nood en ellende, Uw geboden zijn mijn verkwikking.
143Скорбота і горе постигли мене; та заповідї твої роскіш моя.
144Uw inzettingen zijn rechtvaardig voor eeuwig; Onderricht mij er in, opdat ik blijf leven!
144Справедливість сьвідчень твоїх вічна; дай менї зрозуміннє, і жити му! Коф.
145Ik roep met heel mijn hart: Jahweh verhoor mij! Uw inzettingen wil ik trouw onderhouden;
145З цїлого серця кликав я; вислухай мене, Господи! Устави твої хоронити му.
146Ik roep U aan: ach, kom mij te hulp, Om uw vermaningen te beleven.
146До тебе кликав я; спаси мене і сьвідчення твої сповняти му.
147Ik ben met mijn smeken de dageraad vóór, Want ik smacht naar uw woord;
147Перед досьвітом вставши, благав я; вповав на слово твоє.
148En mijn ogen voorkomen de nachtwake, Om op te zien naar uw bestel.
148Очі мої випереджували сторожу нічню, щоб над словом твоїм промишляти.
149Hoor in uw goedheid mijn smeken, o Jahweh, En wek mij naar uw beschikking ten leven;
149Почуй голос мій по милостї твоїй; Господи, по суду твому оживи мене.
150Mijn listige vervolgers zijn al nabij, Maar ze houden zich ver van uw wet;
150Приближились ті, що задумали лихо; від закону твого вони далеко стали.
151Maar Gij ook, Jahweh, zijt nabij, En waarachtig zijn al uw geboden;
151Близько єси, Господи, і всї заповідї твої правда.
152Van oudsher ken ik uw bevelen, Want Gij hebt ze gegeven voor eeuwig!
152Від давна знаю із сьвідчень твоїх, що ти утвердив їх на віки. Реш.
153Aanschouw mijn ellende, en kom mij te hulp, Want nooit vergeet ik uw wet;
153Споглянь на горе моє і вибави мене! Я бо не забув закону твого.
154Wees mijn verdediger en mijn beschermer, En doe mij leven naar uw bestel.
154Заступи справу мою і визволи мене! Оживи мене по слову твому!
155Het heil blijft ver van de bozen verwijderd, Want ze zoeken uw inzettingen niet;
155Далеко від беззаконних спасеннє, вони бо не дбають про устави твої.
156Maar uw barmhartigheid, Jahweh, is groot, Wek mij ten leven naar uw woord.
156Велика милість твоя, Господи; оживи мене по правосуддю твому.
157Al zijn mijn vervolgers en vijanden talrijk, Van uw vermaningen wijk ik niet af;
157Багацько в мене напасників і гнобителїв моїх; від сьвідчень твоїх я не відхилився.
158Het walgt mij, als ik trouwelozen aanschouw, Die uw geboden niet willen volbrengen.
158Бачив я невірних, і вони були огидою для мене, бо не хоронили слова твого.
159Zie, hoe ik uw bevelen liefheb, o Jahweh, Laat mij dan leven naar uw genade;
159Дивись, як я люблю велїння твої; по милостї твоїй, Господи, оживи мене!
160Uw woord is een en al waarheid, En eeuwig houden al uw rechtvaardige voorschriften stand.
160Основа слова твого правда, і всякий присуд справедливостї твоєї вічній. Шін.
161Vorsten vervolgen mij zonder enige grond, Maar mijn hart is enkel beducht voor uw woord.
161Безвинного гонили мене дуки; та слова твого боїться серце моє.
162Ik verheug mij over uw bestel, Als iemand, die rijke buit heeft gemaakt;
162Радїю словом твоїм, як той, хто здобич велику находить.
163Leugen en haat verfoei ik, Maar uw inzettingen heb ik lief.
163Брехню ненавиджу й гидую нею; закон твій люблю я.
164Zeven maal daags zing ik uw lof, Om uw rechtvaardige voorschriften;
164Сїм раз у день хвалю тебе за присуди справедливостї твоєї.
165Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, En struikelen nooit.
165Великим спокоєм радуються ті, що люблять закон твій і нема для них спотикання.
166Jahweh, ik smacht naar uw heil, En onderhoud uw geboden;
166Я вповав на спасеннє твоє, Господи, і сповняв заповідї твої.
167Ik volg uw vermaningen op, En bemin ze van harte;
167Душа моя хоронила сьвідчення твої, і вони менї вельми любі.
168Ik volbreng uw bevelen, Ja, heel mijn leven ligt voor U bloot!
168Твої велїння і сьвідчення сповняв я, всї бо дороги мої перед тобою. Тав.
169Jahweh, mijn smeken dringe tot U door, Geef mij inzicht naar uw woord;
169Моє благаннє нехай прийде близько до тебе, Господи! Дай менї зрозуміннє, по слову твому.
170Moge mijn gebed voor uw aangezicht komen, Breng mij redding naar uw bestel.
170Моє моленнє нехай дійде до тебе! Вирятуй мене, по слову твому.
171Dan zal een lofzang mijn lippen ontstromen, Omdat Gij uw inzettingen mij hebt geleerd;
171Уста мої віддадуть хвалу тобі, коли навчиш мене уставів твоїх.
172En mijn tong zal uw waarachtigheid loven, Want al uw vermaningen zijn gerecht.
172Язик мій грімко промовить слово твоє, всї бо заповідї твої справедливість.
173Uw hand zij bereid, mij te helpen, Want uw bevelen heb ik verkoren;
173Простягни руку твою на поміч менї! Твої бо велїння вибрав я.
174Jahweh, ik smacht naar uw heil, En uw wet is mij een verkwikking.
174Тужив я за спасеннєм твоїм, Господи, і закон твій роскіш моя.
175Mijn ziel moge leven, om U te loven, En uw voorschriften mogen mij helpen;
175Дай жити душі моїй, і буде тебе хвалити, і присуди твої нехай поможуть менї!
176Als een verloren schaap dool ik rond: zoek uw dienaar weer op, Want nimmer heb ik uw geboden vergeten!
176Блукаю, мов вівця заблудивша; шукай слугу твого! Я бо не забув заповідей твоїх.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.