Psalmen 138
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Van David. Van ganser harte wil ik U danken, o Jahweh, U roemen hoog boven de goden: Want Gij hebt mijn smeken gehoord.
1Давидова. Буду прославляти тебе з цїлого серця, і псальми тобі сьпівати перед потугами.
2Ik werp mij neer, naar uw heilige tempel gericht, En verheerlijk uw Naam, Om uw genade en trouw.
2Буду поклонятись перед сьвятим храмом твоїм, і хвалити імя твоє задля милостї і правди твоєї; ти бо над усе возвеличив слово твоє й імя твоє.
3Gij hebt onnoemelijk meer gedaan, dan Gij hebt beloofd; Gij hebt mij verhoord, toen ik tot U riep, En mijn zielskracht vermeerderd.
3В день, як я кликав тебе, ти озвався до мене; ти підняв силу душі моєї.
4Alle koningen der aarde zullen U loven, o Jahweh; En als zij uw belofte vernemen,
4Будуть прославляти тебе, Господи, всї царі землї, коли почують слова уст твоїх;
5Zullen zij de wegen van Jahweh bezingen. Waarachtig, groot is de glorie van Jahweh;
5І будуть сьпівати про дороги Господнї, і про велику славу Господню!
6Hoog verheven is Jahweh: toch ziet Hij op de nederigen neer, En kent de trotsen van verre!
6Господь високо; але він бачить пониженого, і гордого з далека пізнає.
7Gij behoedt mijn leven, als ik in ellende verkeer, Steekt uw hand uit, als mijn vijanden woeden, En uw rechter komt mij te hulp.
7Коли жити му в тїснотї, ти оживиш мене; проти лютостї ворогів моїх простреш руку твою, і правиця твоя заступить мене.
8Jahweh, volbreng het voor mij ten einde toe: Jahweh laat uw genade duren voor eeuwig; Laat het werk uwer handen niet onvoltooid!
8Господь докіньчить за мене; Господи, милість твоя вічна! Не покидай дїла рук твоїх!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.