Psalmen 138
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Van David. Van ganser harte wil ik U danken, o Jahweh, U roemen hoog boven de goden: Want Gij hebt mijn smeken gehoord.
1تو را به تمامی دل خود حمدخواهم گفت. به حضور خدایان تورا حمد خواهم گفت.
2Ik werp mij neer, naar uw heilige tempel gericht, En verheerlijk uw Naam, Om uw genade en trouw.
2به سوی هیکل قدس توعبادت خواهم کرد و نام تو را حمد خواهم گفت، بهسبب رحمت و راستی تو. زیرا کلام خود را برتمام اسم خود تمجید نمودهای.
3Gij hebt onnoemelijk meer gedaan, dan Gij hebt beloofd; Gij hebt mij verhoord, toen ik tot U riep, En mijn zielskracht vermeerderd.
3در روزی که تورا خواندم مرا اجابت فرمودی. و مرا با قوت درجانم شجاع ساختی.
4Alle koningen der aarde zullen U loven, o Jahweh; En als zij uw belofte vernemen,
4ای خداوند، تمام پادشاهان جهان تو راحمد خواهند گفت، چون کلام دهان تو رابشنوند.
5Zullen zij de wegen van Jahweh bezingen. Waarachtig, groot is de glorie van Jahweh;
5و طریق های خداوند را خواهندسرایید، زیرا که جلال خداوند عظیم است.
6Hoog verheven is Jahweh: toch ziet Hij op de nederigen neer, En kent de trotsen van verre!
6زیراکه خداوند متعال است، لیکن بر فروتنان نظر میکند. و اما متکبران را از دور میشناسد.
7Gij behoedt mijn leven, als ik in ellende verkeer, Steekt uw hand uit, als mijn vijanden woeden, En uw rechter komt mij te hulp.
7اگرچه در میان تنگی راه میروم، مرا زنده خواهی کرد. دست خود را بر خشم دشمنانم درازمی کنی و دست راستت مرا نجات خواهد داد.
8Jahweh, volbreng het voor mij ten einde toe: Jahweh laat uw genade duren voor eeuwig; Laat het werk uwer handen niet onvoltooid!
8خداوند کار مرا بهکمال خواهد رسانید. ای خداوند، رحمت تو تا ابدالاباد است. کارهای دست خویش را ترک منما.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.