Psalmen 77
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van Asaf. Luide roep ik tot Jahweh; Luide tot God, opdat Hij mij hore!
1آواز من بسوی خداست و فریادمی کنم. آواز من بسوی خداست گوش خود را به من فرا خواهد گرفت.
2Overdag zoek ik in mijn benauwdheid den Heer, ‘s Nachts strekken mijn handen zich uit, onvermoeid.
2در روز تنگی خود خداوند را طلب کردم. در شب، دست من دراز شده، بازکشیده نگشت و جان من تسلی نپذیرفت.
3Mijn ziel weigert troost: denk ik aan God, ik moet kreunen; Peins ik na, mijn geest is verslagen.
3خدا را یاد میکنم و پریشان میشوم. تفکر مینمایم و روح من متحیر میگردد، سلاه.
4Ik kan mijn ogen niet sluiten, En van onrust niet spreken.
4چشمانم را بیدار میداشتی. بیتاب میشدم وسخن نمی توانستم گفت.
5Ik denk aan de oude dagen terug, En herinner me weer de vroegere jaren;
5درباره ایام قدیم تفکرکردهام. درباره سالهای زمانهای سلف.
6Ik lig er ‘s nachts over te peinzen, Te klagen, en in mijn gedachten te tobben.
6سرودشبانه خود را بخاطر میآورم و در دل خود تفکرمی کنم و روح من تفتیش نموده است.
7Zou de Heer dan voor altijd verstoten, En nooit genadig meer zijn;
7مگر خداتا به ابد ترک خواهد کرد و دیگر هرگز راضی نخواهد شد.
8Zou zijn liefde voorgoed zijn verdwenen, Zijn belofte verbroken, die Hij deed van geslacht tot geslacht;
8آیا رحمت او تا به ابد زایل شده است؟ و قول او باطل گردیده تا ابدالاباد؟
9Zou God zijn vergeten, Zich te ontfermen, Of in zijn toorn zijn hart hebben gesloten?
9آیاخدا رافت را فراموش کرده؟ و رحمت های خودرا در غضب مسدود ساخته است؟ سلاه.
10Maar ik sprak: Neen, dìt werp ik ver van mij af, Dat de hand van den Allerhoogste veranderd zou zijn!
10پس گفتم این ضعف من است. زهی سالهای دست راست حضرت اعلی!
11Ik dacht dus aan uw daden, o Jahweh, Dacht terug aan uw vroegere wonderen;
11کارهای خداوند را ذکرخواهم نمود زیرا کار عجیب تو را که از قدیم است به یاد خواهم آورد.
12Peinsde over al uw werken, Overwoog, wat door U is verricht.
12و در جمیع کارهای تو تامل خواهم کرد و در صنعتهای تو تفکرخواهم نمود.
13Ja, uw weg was heilig, o God; Welke God was ontzaglijk als Jahweh!
13ای خدا، طریق تو در قدوسیت است. کیست خدای بزرگ مثل خدا؟
14Gij waart de God, die wonderen wrochtte, En uw macht aan de heidenen toonde!
14تو خدایی هستی که کارهای عجیب میکنی و قوت خویش را بر قومها معروف گردانیدهای.
15Gij hebt door uw arm uw volk verlost, De zonen van Jakob en Josef!
15قوم خود را به بازوی خویش رهانیدهای یعنی بنی یعقوب وبنی یوسف را. سلاه.
16De wateren zagen U, o God, De wateren zagen U en beefden, Zelfs de zeeën begonnen te rillen;
16آبها تو را دید، ای خداآبها تو را دیده، متزلزل شد. لجهها نیز سخت مضطرب گردید.
17De wolken goten stromen neer, Het zwerk daverde en dreunde, Langs alle kant vlogen uw schichten rond.
17ابرها آب بریخت و افلاک رعد بداد. تیرهای تو نیز به هر طرف روان گردید.
18Uw donder kraakte en rolde, Uw bliksems verlichtten de wereld, De aarde rilde en beefde!
18صدای رعد تو در گردباد بود و برقها ربع مسکون را روشن کرد. پس زمین مرتعش و متزلزل گردید.
19Uw weg liep midden door de zee, Uw pad door onstuimige wateren; Toch bleven uw sporen onzichtbaar!
19طریق تو در دریاست و راههای تو درآبهای فراوان و آثار تو را نتوان دانست.
20Zo hebt Gij uw volk als schapen geleid, Door de hand van Moses en Aäron!
20قوم خود را مثل گوسفندان راهنمایی نمودی، بهدست موسی و هارون.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.