Psalmen 77
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van Asaf. Luide roep ik tot Jahweh; Luide tot God, opdat Hij mij hore!
1Проводиреві хора: під Едутун; псальма Асафова. Голос мій до Бога, я буду взивати; мій голос до Бога, і він вислухає мене.
2Overdag zoek ik in mijn benauwdheid den Heer, ‘s Nachts strekken mijn handen zich uit, onvermoeid.
2В день тїсноти моєї шукав я Господа; простирав в ночі руки мої без устанку; душа моя марно шукала одради.
3Mijn ziel weigert troost: denk ik aan God, ik moet kreunen; Peins ik na, mijn geest is verslagen.
3Спогадав я Господа, і застогнав: став я думати, і знемігся духом.
4Ik kan mijn ogen niet sluiten, En van onrust niet spreken.
4Ти держав повійки очей моїх; я стревожився і відняло менї мову.
5Ik denk aan de oude dagen terug, En herinner me weer de vroegere jaren;
5Спогадав я днї давні, лїта віків минувших.
6Ik lig er ‘s nachts over te peinzen, Te klagen, en in mijn gedachten te tobben.
6Згадав в ночі піснї мої; думав-гадав я в серцї моїм, і дух мій допитувався:
7Zou de Heer dan voor altijd verstoten, En nooit genadig meer zijn;
7Чи по віки відкине Господь, і не явить більше ласки своєї?
8Zou zijn liefde voorgoed zijn verdwenen, Zijn belofte verbroken, die Hij deed van geslacht tot geslacht;
8Хиба на завсїди конець добротї його? Скіньчились слова з роду в рід?
9Zou God zijn vergeten, Zich te ontfermen, Of in zijn toorn zijn hart hebben gesloten?
9Чи забув Бог милосердуватись? Хиба він зачинив в гнїві милосердє своє?
10Maar ik sprak: Neen, dìt werp ik ver van mij af, Dat de hand van den Allerhoogste veranderd zou zijn!
10Тодї сказав я: Нездужаю. Згадаю про лїта правицї Всевишнього,
11Ik dacht dus aan uw daden, o Jahweh, Dacht terug aan uw vroegere wonderen;
11Про дїла Господа; про чудеса днедавні згадаю;
12Peinsde over al uw werken, Overwoog, wat door U is verricht.
12Буду думати-гадати про всї дїла твої, розмишляти о дїяннях твоїх.
13Ja, uw weg was heilig, o God; Welke God was ontzaglijk als Jahweh!
13Боже! Дорога твоя у сьвятинї; хто такий Бог великий, як ти, Боже?
14Gij waart de God, die wonderen wrochtte, En uw macht aan de heidenen toonde!
14Ти Бог той, що чудеса творить, ти явив між народами силу твою.
15Gij hebt door uw arm uw volk verlost, De zonen van Jakob en Josef!
15Ізбавив народ твій рамям твоїм, синів Якова й Йосифа.
16De wateren zagen U, o God, De wateren zagen U en beefden, Zelfs de zeeën begonnen te rillen;
16Тебе побачили води, Боже, води побачили тебе і — злякались; безоднї здрігнулись.
17De wolken goten stromen neer, Het zwerk daverde en dreunde, Langs alle kant vlogen uw schichten rond.
17Линуло з хмар водою; од тучі роздався голос, і стріли твої миготїли.
18Uw donder kraakte en rolde, Uw bliksems verlichtten de wereld, De aarde rilde en beefde!
18З вихром розносився голос грому твого, блискавки осьвічували круг земний; земля задрожала і задуднїла.
19Uw weg liep midden door de zee, Uw pad door onstuimige wateren; Toch bleven uw sporen onzichtbaar!
19Через море веде дорога твоя й стежки твої, через великі води, і тропи твої невідомі.
20Zo hebt Gij uw volk als schapen geleid, Door de hand van Moses en Aäron!
20Ти провадив народ твій як стадо, рукою Мойсея і Аарона.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.