Psalmen
Chapter 49
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Met sopraanstemmen; Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, hoort dit allen aan, Luistert allen, bewoners der aarde;
1Проводиреві хора, для синів Корея, псальма. Слухайте се, всї народи; почуйте всї люде на землї.
2Kinderen uit het volk en edelgeborenen, Rijken en armen, allen te zamen!
2Сини людські як і сини мужів — старшин, разом багаті і вбогі.
3Mijn mond gaat diepe wijsheid verkonden, Mijn hart verstandige dingen bepeinzen;
3Уста мої скажуть мудре слово, і думкою серця мого помножу розум.
4Ik spits mijn oren voor een moeilijk probleem, En bij snarenspel los ik mijn raadsel op. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
4Прихилю ухо моє до притчі, при гуслях відкрию загадку мою:
5Waarom zou ik de dagen der bozen benijden, En de levenskracht van mijn belagers, die mij omringen;
5Чому б то мусїв я боятись в день лиха, як обгорне мене несправедливість тих, що на здогін за мною,
6Van allen, die op hun schatten vertrouwen, En op hun grote rijkdommen pochen?
6Котрі вповають на свої достатки, і великостю багацтва свого величаються.
7Ach, er is niemand, die zich vrij kan kopen, Of aan God zijn losgeld betalen:
7Нїколи не здолїє чоловік спасти брата свого, і не зможе дати викуп за него,
8Te hoog is de prijs van zijn leven, Ontoereikend voor eeuwig. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
8(Бо дороге спасеннє душі їх, і тому мусить понехати на віки.)
9Of zou hij eeuwig blijven leven, En zijn graf niet aanschouwen?
9Щоб він жив на віки, і не бачив зотлїння.
10Neen, men ziet de wijzen sterven, Den dwaas met den domoor vergaan;
10Бачить бо він, що розумні вмирають, що дурень і безумний разом пропадають, і достатки свої другим лишають.
11Hun graf is voor altijd hun woning, Hun verblijf van geslacht tot geslacht; En al hebben ze hele landen hun eigen genoemd, Toch laten ze hun schatten voor anderen achter.
11В них на думцї, що доми їх вічно стоять, і що домівки їх з рода в рід; вони називають країни своїми іменами.
12De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
12Але ж чоловік, що живе в повазї, не зостанеться; він зрівняється скоту, що на зарізь.
13Dit is het lot van wie daarop bouwen, Het einde van die daarover snoeven:
13Ся дорога для глупоти їх; а ті, що після них приходять, любуються їх думкою.
14Als schapen worden ze het graf ingejaagd, Het is de dood, die ze weidt; Regelrecht zinken ze neer in de kuil, En hun gestalte gaat over tot de ontbinding van de dood.
14Кладуть їх, як овець, в підземну країну, а смерть пасе їх; аж поки вранцї возьмуть верх над ними праведні, і підземна країна пожере постать їх, кожного далеко від домівки його.
15Neen, God alleen kan de prijs voor mijn leven betalen. Hij alleen mij uit de macht van het dodenrijk redden! De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
15Та Бог спасе душу мою з рук підземної країни; він бо прийме мене.
16Dus wees niet afgunstig, als iemand rijkdommen krijgt, En de schat van zijn huis zich vermeerdert;
16Не лякайся, коли чоловік обогатїє, коли зросте слава дому його.
17Want niets van dit alles neemt hij mee bij zijn dood, En de schat volgt hem niet in het graf.
17Бо, вмерши, не возьме нїчого з собою; не піде з ним пиха його до гробу.
18Al prijst hij zich bij zijn leven gelukkig, En roemt zich, omdat het hem goed gaat:
18Чи він благословив душу свою за життя свого, і будуть люде славити тебе за те, що ти твориш добро собі,
19Toch komt hij in het verblijf van zijn vaderen, En nooit meer aanschouwt hij het licht.
19То все таки прийде вона до рідних батьків своїх; нїколи вже не побачать вони сьвітла.
20De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
20Чоловік, що має повагу, а розуму не має, зрівняється скоту, що на зарізь.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.