Psalmen 49
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Met sopraanstemmen; Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, hoort dit allen aan, Luistert allen, bewoners der aarde;
1Слушајте ово сви народи, пазите сви који живите по васиљени,
2Kinderen uit het volk en edelgeborenen, Rijken en armen, allen te zamen!
2Простаци и господо, богати и сиромаси.
3Mijn mond gaat diepe wijsheid verkonden, Mijn hart verstandige dingen bepeinzen;
3Уста ће моја казати премудрост, и срце моје рећи ће разум.
4Ik spits mijn oren voor een moeilijk probleem, En bij snarenspel los ik mijn raadsel op. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
4Пригнућу ухо своје к причи, уз гусле ћу отворити загонетку своју.
5Waarom zou ik de dagen der bozen benijden, En de levenskracht van mijn belagers, die mij omringen;
5Чега да се бојим у зле дане, кад ме злоба мојих непријатеља опколи?
6Van allen, die op hun schatten vertrouwen, En op hun grote rijkdommen pochen?
6Који се уздате у силу своју, и хвалите се великим богатством својим!
7Ach, er is niemand, die zich vrij kan kopen, Of aan God zijn losgeld betalen:
7Човек неће никако брата ослободити, неће дати Богу откуп за њ.
8Te hoog is de prijs van zijn leven, Ontoereikend voor eeuwig. De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
8Велик је откуп за душу, и неће бити никад
9Of zou hij eeuwig blijven leven, En zijn graf niet aanschouwen?
9Да ко довека живи, и не види гроба.
10Neen, men ziet de wijzen sterven, Den dwaas met den domoor vergaan;
10Сви виде где умиру као и незналица и безумник што гину, и остављају другима имање своје.
11Hun graf is voor altijd hun woning, Hun verblijf van geslacht tot geslacht; En al hebben ze hele landen hun eigen genoemd, Toch laten ze hun schatten voor anderen achter.
11Они мисле да ће куће њихове трајати довека, и станови њихови од колена на колено; именима својим зову земље;
12De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
12Али човек у части неће дуго остати, изједначиће се са стоком, коју кољу.
13Dit is het lot van wie daarop bouwen, Het einde van die daarover snoeven:
13Овај им се пут чини пробитачан, и који за њима иду, хвале мисли њихове;
14Als schapen worden ze het graf ingejaagd, Het is de dood, die ze weidt; Regelrecht zinken ze neer in de kuil, En hun gestalte gaat over tot de ontbinding van de dood.
14Али ће их као овце затворити у пакао, смрт ће им бити пастир; и ујутру ходиће по њима праведници, и облик њихов збрисаће пакао раставивши их с насељем.
15Neen, God alleen kan de prijs voor mijn leven betalen. Hij alleen mij uit de macht van het dodenrijk redden! De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
15Али ће Бог душу моју избавити из руку паклених; јер ме Он прима.
16Dus wees niet afgunstig, als iemand rijkdommen krijgt, En de schat van zijn huis zich vermeerdert;
16Не бој се кад се ко богати; кад расте слава дома његовог.
17Want niets van dit alles neemt hij mee bij zijn dood, En de schat volgt hem niet in het graf.
17Јер кад умре, неће ништа понети, нити ће поћи за њим слава његова.
18Al prijst hij zich bij zijn leven gelukkig, En roemt zich, omdat het hem goed gaat:
18Јер душу његову благосиљају за живота његовог, и славе тебе, што угађаш себи.
19Toch komt hij in het verblijf van zijn vaderen, En nooit meer aanschouwt hij het licht.
19Али ће он отићи у стан отаца својих, где света никад не виде.
20De mens in weelde, die het niet wil begrijpen, Lijkt op vee, dat geslacht wordt.
20Човек у части, ако није разуман, изједначиће се са стоком, коју кољу.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.