Psalmen 47
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een psalm. Volkeren, klapt allen in de handen; Juicht en jubelt ter ere van God!
1Сви народи, запљескајте рукама, покликните Богу гласом радосним.
2Want ontzaglijk is Jahweh, de Allerhoogste, Een machtig Koning over heel de aarde.
2Јер је Вишњи Господ страшан, цар велики над свом земљом.
3Hij legt de volken voor ons neer, En naties onder onze voeten;
3Покори нам народе и племена под ноге наше.
4Hij kiest het erfdeel voor ons uit, De trots van Jakob, zijn beminde.
4Избра нам достојање наше, красоту Јакова, који Му омиле.
5God stijgt ten troon met jubelzang, Jahweh met bazuingeschal!
5Иде Бог уз подвикивање, Господ уз глас трубни.
6Zingt en jubelt ter ere van God, Zingt en juicht voor onzen Koning!
6Појте Богу, појте; појте цару нашем, појте;
7Want Hij is Koning van heel de aarde; Zingt dus een hymne ter ere van God!
7Јер је Бог цар од све земље, појте песму.
8God heeft het koningschap over de volkeren aanvaard, God heeft zijn heilige troon bestegen;
8Бог царује над народима; Бог седи на светом престолу свом.
9De vorsten der volkeren sluiten zich aan Bij het volk van Abrahams God. Want Gode behoren de heersers der aarde; Hoog verheven is Hij alleen!
9Кнезови народни састављају се с народом Бога Аврамовог. Јер су штитови земаљски Божији. Да је узвишен!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.