Psalmen
Chapter 142
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Daničić–Karadžić B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Een leerdicht van David, toen hij zich in de spelonk bevond. Een gebed. Luide roep ik tot Jahweh, Innig smeek ik tot Jahweh;
1Гласом својим ка Господу вичем, гласом својим Господу се молим.
2Ik stort mijn klacht voor Hem uit, En klaag Hem mijn nood.
2Изливам пред Њим мољење своје, тугу своју пред Њим казујем,
3Voor mijn geest hangt een nevel, Maar Gij kent mijn weg: Op het pad, dat ik ga, Heeft men mij heimelijk strikken gelegd.
3Кад изнемогне у мени дух мој. Ти знаш стазу моју. На путу, којим ходим, сакрише ми замку.
4Al kijk ik naar rechts en naar links, Er is niemand, die acht op mij slaat; Nergens vind ik een toevlucht, Niet een, die om mij zich bekommert.
4Погледам надесно, и видим да ме нико не зна; нестаде ми уточишта, нико не мари за душу моју.
5Daarom roep ik tot U, Ach Jahweh, en bid ik tot U; Gij zijt mijn toevlucht, Mijn erfdeel in het land van de levenden.
5Вичем к Теби, Господе; велим: Ти си уточиште моје, део мој на земљи живих.
6Ach, hoor naar mijn smeken: Want ik voel mij zo zwak; Red mij van die mij vervolgen, Want ze zijn veel sterker dan ik.
6Чуј тужњаву моју; јер се мучим веома. Избави ме од оних који ме гоне, јер су јачи од мене.
7Bevrijd mij uit mijn benauwing, Opdat ik uw Naam moge danken, En de vromen mij blijde omringen, Omdat Gij zo goed voor mij zijt!
7Изведи из тамнице душу моју, да славим име Твоје. Око мене ће се скупити праведници, кад ми учиниш добро.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.