Psalmen 124
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Een bedevaartslied; van David. Was Jahweh niet vóór ons geweest: Laat Israël getuigen,
1Да није био Господ с нама, нека рече Израиљ,
2Toen de mensen tégen ons waren,
2Да није био Господ с нама, кад људи усташе на нас,
3Dan hadden zij ons levend verslonden, In hun ziedende woede;
3Живе би нас прождрли, кад се распали гнев њихов на нас;
4Dan hadden de wateren ons verzwolgen, Had ons een stortvloed bedolven;
4Потопила би нас вода, река би покрила душу нашу;
5Dan waren over ons heengeslagen De bruisende golven.
5Покрила би душу нашу силна вода.
6Maar geprezen zij Jahweh, Die ons geen prooi voor hun tanden heeft gemaakt!
6Благословен Господ, који нас не даде зубима њиховим да нас растржу!
7Levend zijn wij ontsnapt, Als een vogel uit het net van den vinker: Het net is gescheurd, En wij zijn ontkomen!
7Душа се наша избави као птица из замке ловачке; замка се раскиде, и ми се избависмо.
8Onze hulp is in de Naam van Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt!
8Помоћ је наша у имену Господњем, који је створио небо и земљу.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.