Psalmen 124
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Een bedevaartslied; van David. Was Jahweh niet vóór ons geweest: Laat Israël getuigen,
1ᾨδὴ τῶν ἀναβαθμῶν. ΟΙ ΠΕΠΟΙΘΟΤΕΣ ἐπὶ Κύριον ὡς ὄρος Σιών· οὐ σαλευθήσεται εἰς τὸν αἰῶνα ὁ κατοικῶν Ἱερουσαλήμ.
2Toen de mensen tégen ons waren,
2ὄρη κύκλῳ αὐτῆς, καὶ ὁ Κύριος κύκλῳ τοῦ λαοῦ αὐτοῦ ἀπὸ τοῦ νῦν καὶ ἕως τοῦ αἰῶνος.
3Dan hadden zij ons levend verslonden, In hun ziedende woede;
3ὅτι οὐκ ἀφήσει Κύριος τὴν ράβδον τῶν ἁμαρτωλῶν ἐπὶ τὸν κλῆρον τῶν δικαίων, ὅπως ἂν μὴ ἐκτείνωσιν οἱ δίκαιοι ἐν ἀνομίαις χεῖρας αὐτῶν.
4Dan hadden de wateren ons verzwolgen, Had ons een stortvloed bedolven;
4ἀγάθυνον, Κύριε, τοῖς ἀγαθοῖς καὶ τοῖς εὐθέσι τῇ καρδίᾳ·
5Dan waren over ons heengeslagen De bruisende golven.
5τοὺς δὲ ἐκκλίνοντας εἰς τὰς στραγγαλιὰς ἀπάξει Κύριος μετὰ τῶν ἐργαζομένων τὴν ἀνομίαν εἰρήνη ἐπὶ τὸν Ἰσραήλ.
6Maar geprezen zij Jahweh, Die ons geen prooi voor hun tanden heeft gemaakt!
no verse 6 in this text
7Levend zijn wij ontsnapt, Als een vogel uit het net van den vinker: Het net is gescheurd, En wij zijn ontkomen!
no verse 7 in this text
8Onze hulp is in de Naam van Jahweh, Die hemel en aarde heeft gemaakt!
no verse 8 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.