Psalmen 99
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Jahweh is Koning: de volkeren rillen; Hij troont op de Cherubs: de aarde beeft.
1Ψαλμὸς εἰς ἐξομολόγησιν. ΑΛΑΛΑΞΑΤΕ τῷ Κυρίῳ, πᾶσα ἡ γῆ,
2Jahweh is groot op de Sion, Hoog boven alle volkeren verheven;
2δουλεύσατε τῷ Κυρίῳ ἐν εὐφροσύνῃ, εἰσέλθετε ἐνώπιον αὐτοῦ ἐν ἀγαλλιάσει.
3Ze prijzen uw grote, ontzaglijke Naam: Hij is heilig en machtig!
3γνῶτε ὅτι Κύριος, αὐτός ἐστιν ὁ Θεὸς ἡμῶν, αὐτὸς ἐποίησεν ἡμᾶς καὶ οὐχ ἡμεῖς· ἡμεῖς δὲ λαὸς αὐτοῦ καὶ πρόβατα τῆς νομῆς αὐτοῦ.
4Gij zijt een Koning, die de gerechtigheid liefhebt, Gij handhaaft het recht; Recht en gerechtigheid hebt Gij in Jakob gegrond.
4εἰσέλθετε εἰς τὰς πύλας αὐτοῦ ἐν ἐξομολογήσει, εἰς τὰς αὐλὰς αὐτοῦ ἐν ὕμνοις. ἐξομολογεῖσθε αὐτῷ, αἰνεῖτε τὸ ὄνομα αὐτοῦ,
5Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn voetbank: Want heilig is Jahweh, onze God!
5ὅτι χρηστὸς Κύριος, εἰς τὸν αἰῶνα τὸ ἔλεος αὐτοῦ, καὶ ἕως γενεᾶς καὶ γενεᾶς ἡ ἀλήθεια αὐτοῦ.
6Een Moses en Aäron waren onder zijn priesters, Een Samuël onder de belijders van zijn Naam: Ze riepen tot Jahweh, en Hij heeft ze verhoord,
no verse 6 in this text
7En in een wolkkolom tot hen gesproken. Ze hadden zijn geboden volbracht, De wet, die Hij hun had gegeven:
no verse 7 in this text
8Daarom hebt Gij, Jahweh, onze God, hen verhoord; Gij waart hun een God, die vergiffenis schonk, En hun daden niet strafte.
no verse 8 in this text
9Prijst dan Jahweh, onzen God, En werpt u neer voor zijn heilige berg: Want heilig is Jahweh, onze God!
no verse 9 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.