Psalmen 66
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Voor muziekbegeleiding. Een lied; een psalm.
1Εἰς τὸ τέλος, ἐν ὕμνοις· ψαλμὸς ᾠδῆς τῷ Δαυΐδ.
2Juich, heel de aarde, God ter ere, En prijs de glans van zijn Naam; Hef een heerlijk loflied aan,
2Ο ΘΕΟΣ οἰκτειρήσαι ἡμᾶς καὶ εὐλογήσαι ἡμᾶς, ἐπιφάναι τὸ πρόσωπον αὑτοῦ ἐφ᾿ ἡμᾶς. (διάψαλμα).
3En zeg tot God: Hoe ontzaglijk uw werken! Om uw almacht moeten uw vijanden U vleien,
3τοῦ γνῶναι ἐν τῇ γῇ τὴν ὁδόν σου, ἐν πᾶσιν ἔθνεσι τὸ σωτήριόν σου.
4En moet heel de aarde U aanbidden, U ter eer een lofzang zingen, Glorie brengen aan uw Naam!
4ἐξομολογησάσθωσάν σοι λαοί, ὁ Θεός, ἐξομολογησάσθωσάν σοι λαοὶ πάντες.
5Komt, en ziet de werken van God, Zijn wondere daden voor de kinderen der mensen:
5εὐφρανθήτωσαν καὶ ἀγαλλιάσθωσαν ἔθνη, ὅτι κρινεῖς λαοὺς ἐν εὐθύτητι καὶ ἔθνη ἐν τῇ γῇ ὁδηγήσεις. (διάψαλμα).
6De zee legde Hij droog, En ze trokken te voet door de stroom! Laat ons in Hem ons verheugen,
6ἐξομολογησάσθωσάν σοι λαοί, ὁ Θεός, ἐξομολογησάσθωσάν σοι λαοὶ πάντες.
7Hij, die eeuwig heerst door zijn kracht; Hij houdt zijn oog op de volkeren gericht, En geen weerspannige durft tegen Hem opstaan.
7γῆ ἔδωκε τὸν καρπὸν αὐτῆς· εὐλογήσαι ἡμᾶς ὁ Θεός, ὁ Θεὸς ἡμῶν.
8Zegent, volkeren, onzen God, Laat zijn loflied luid weerschallen;
8εὐλογήσαι ἡμᾶς ὁ Θεός, καὶ φοβηθήτωσαν αὐτὸν πάντα τὰ πέρατα τῆς γῆς.
9Hij is het, die ons in het leven hield, Onze voet niet liet wankelen.
no verse 9 in this text
10Toch hebt Gij ons beproefd, o mijn God, Ons gelouterd, als men zilver loutert;
no verse 10 in this text
11Gij hebt ons in ellende gedompeld, Ons rampen op de heupen gelegd.
no verse 11 in this text
12Gij hebt anderen ons op het hoofd doen zitten, We zijn door vuur en water gegaan: Maar eindelijk toch Hebt Gij ons uitkomst gebracht.
no verse 12 in this text
13Zo treed ik met offers binnen uw huis, Om te volbrengen wat ik U heb beloofd:
no verse 13 in this text
14Wat mijn lippen hebben gesproken, Wat mijn mond in mijn nood heeft gezegd.
no verse 14 in this text
15Vette lammeren draag ik U Als brandoffers op; En met de offergeur van rammen, Bied ik U runderen en bokken aan.
no verse 15 in this text
16Komt nu en hoort, ik wil u allen verkonden, U, die God vreest, wat Hij aan mij heeft gedaan:
no verse 16 in this text
17Nauwelijks riep ik Hem aan met mijn mond, Of ik had een danklied op mijn tong!
no verse 17 in this text
18Was ik mij kwaad bewust in mijn hart, Dan had de Heer mij niet verhoord:
no verse 18 in this text
19Maar nu heeft God naar mij geluisterd, En op mijn smeken gelet!
no verse 19 in this text
20Gezegend zij God, die mijn bede niet afwees, Mij zijn genade niet onthield!
no verse 20 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.