Psalmen 81
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Voor muziekbegeleiding; op de gittiet. Van Asaf. Jubelt voor God, onze sterkte, Juicht den God van Jakob ter eer;
1Ψαλμὸς τῷ Ἀσάφ. Ο ΘΕΟΣ ἔστη ἐν συναγωγῇ θεῶν, ἐν μέσῳ δὲ θεοὺς διακρινεῖ.
2Stemt lofzangen aan, slaat de pauken, Met lieflijke citer en harp;
2ἕως πότε κρίνετε ἀδικίαν καὶ πρόσωπα ἁμαρτωλῶν λαμβάνετε; (διάψαλμα).
3Steekt deze maand de bazuinen, Bij volle maan voor de dag van ons feest!
3κρίνατε ὀρφανῷ καὶ πτωχῷ, ταπεινὸν καὶ πένητα δικαιώσατε·
4Want dit is een voorschrift aan Israël, En een bevel van Jakobs God:
4ἐξέλεσθε πένητα καὶ πτωχόν, ἐκ χειρὸς ἁμαρτωλοῦ ρύσασθε αὐτόν.
5Een gebod, aan Josef gegeven, Na zijn tocht uit het land van Egypte, Toen hij een woord vernam, Dat hij nooit had gehoord:
5οὐκ ἔγνωσαν οὐδὲ συνῆκαν, ἐν σκότει διαπορεύονται· σαλευθήσονται πάντα τὰ θεμέλια τῆς γῆς.
6Ik heb de last van uw schouders genomen, En uw handen werden van de draagkorf bevrijd.
6ἐγὼ εἶπα· θεοί ἐστε καὶ υἱοὶ Ὑψίστου πάντες·
7Gij riept in de nood, En Ik heb u verlost, In donderwolken u verhoord, Bij de wateren van Meriba u beproefd.
7ὑμεῖς δὲ ὡς ἄνθρωποι ἀποθνήσκετε καὶ ὡς εἷς τῶν ἀρχόντων πίπτετε.
8Hoor, mijn volk, Ik ga het u plechtig verkonden; Israël, ach, luister naar Mij:
8ἀνάστα, ὁ Θεός, κρίνων τὴν γῆν, ὅτι σὺ κατακληρονομήσεις ἐν πᾶσι τοῖς ἔθνεσι.
9Geen andere god mag er onder u zijn; Geen vreemden god moogt gij aanbidden!
no verse 9 in this text
10Ik ben Jahweh, uw God, die u uit Egypte heb geleid, En die uw mond heb gevuld, toen hij wijd was geopend!
no verse 10 in this text
11Maar mijn volk luisterde niet naar mijn stem, En Israël gehoorzaamde niet;
no verse 11 in this text
12Toen gaf ik ze prijs aan verstoktheid des harten, En iedereen ging zijn eigen weg.
no verse 12 in this text
13Ach, had mijn volk naar Mij toch geluisterd, En Israël mijn wegen bewandeld!
no verse 13 in this text
14Hoe snel had Ik dan zijn vijand vernederd, Mijn hand op zijn verdrukkers doen komen;
no verse 14 in this text
15Al hadden Jahweh’s haters Hem nog zo gevleid, Hun tijd was voor eeuwig gekomen!
no verse 15 in this text
16Maar u zou Ik spijzen met de bloem van de tarwe, En verzadigen met honing uit de rotsen.
no verse 16 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.