Psalmen 57
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Septuagint (Greek Old Testament), second edition
1Voor muziekbegeleiding: “verderf niet.” Een puntdicht van David, toen hij voor Saül in de spelonk vluchtte. Ontferm U mijner, o God; ontferm U mijner, Want ik neem mijn toevlucht tot U. In de schaduw uwer vleugelen zoek ik een schuilplaats, Totdat het onheil voorbij is. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
1Εἰς τὸ τέλος· μὴ διαφθείρῃς· τῷ Δαυΐδ εἰς στηλογραφίαν.
2Ik roep tot God, den Allerhoogste, Tot God, zo goedertieren voor mij;
2ΕΙ ΑΛΗΘΩΣ ἄρα δικαιοσύνην λαλεῖτε; εὐθείας κρίνετε οἱ υἱοὶ τῶν ἀνθρώπων;
3Hij zendt mij hulp uit de hemel, en beschaamt mijn belager, God zendt mij zijn liefde en trouw. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
3καὶ γὰρ ἐν καρδίᾳ ἀνομίαν ἐργάζεσθε ἐν τῇ γῇ, ἀδικίαν αἱ χεῖρες ὑμῶν συμπλέκουσιν.
4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
4ἀπηλλοτριώθησαν οἱ ἁμαρτωλοὶ ἀπὸ μήτρας, ἐπλανήθησαν ἀπὸ γαστρός, ἐλάλησαν ψευδῆ.
5Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
5θυμὸς αὐτοῖς κατὰ τὴν ὁμοίωσιν τοῦ ὄφεως, ὡσεὶ ἀσπίδος κωφῆς καὶ βυούσης τὰ ὦτα αὐτῆς,
6Ze spanden een net voor mijn voeten, Maar hun eigen voet werd er in verstrikt; Ze groeven mij kuilen, Zelf vielen zij er in. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
6ἥτις οὐκ εἰσακούσεται φωνῆς ἐπᾳδόντων, φαρμάκου τε φαρμακευομένου παρὰ σοφοῦ.
7Mijn hart is gerust, o mijn God; mijn hart is gerust; Ik wil zingen en spelen.
7ὁ Θεὸς συντρίψει τοὺς ὀδόντας αὐτῶν ἐν τῷ στόματι αὐτῶν, τὰς μύλας τῶν λεόντων συνέθλασεν ὁ Κύριος·
8Word wakker mijn lofzang: harp en citer, ontwaak; Ik wil het morgenrood wekken! Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
8ἐξουδενωθήσονται ὡσεὶ ὕδωρ διαπορευόμενον· ἐκτενεῖ τὸ τόξον αὐτοῦ ἕως οὗ ἀσθενήσουσιν.
9Ik wil U loven onder de volken, o Heer, U verheerlijken onder de naties;
9ὡσεὶ κηρὸς τακεὶς ἀνταναιρεθήσονται· ἔπεσε πῦρ ἐπ᾿ αὐτούς, καὶ οὐκ εἶδον τὸν ἥλιον.
10Want uw goedheid reikt tot de hemel, En tot de wolken uw trouw!
10πρὸ τοῦ συνιέναι τὰς ἀκάνθας αὐτῶν τὴν ράμνον, ὡσεὶ ζῶντας, ὡσεὶ ἐν ὀργῇ καταπίεται αὐτούς.
11Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
11εὐφρανθήσεται δίκαιος, ὅταν ἴδῃ ἐκδίκησιν· τὰς χεῖρας αὐτοῦ νίψεται ἐν τῷ αἵματι τοῦ ἁμαρτωλοῦ.
no verse 12 in this text
12καὶ ἐρεῖ ἄνθρωπος· εἰ ἄρα ἐστὶ καρπὸς τῷ δικαίῳ, ἄρα ἐστὶν ὁ Θεὸς κρίνων αὐτοὺς ἐν τῇ γῇ.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.