Psalmen
Chapter 57
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Voor muziekbegeleiding: “verderf niet.” Een puntdicht van David, toen hij voor Saül in de spelonk vluchtte. Ontferm U mijner, o God; ontferm U mijner, Want ik neem mijn toevlucht tot U. In de schaduw uwer vleugelen zoek ik een schuilplaats, Totdat het onheil voorbij is. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
1Au chef des chantres. “Ne détruis pas.” Hymne de David. Lorsqu’il se réfugia dans la caverne, poursuivi par Saül.
2Ik roep tot God, den Allerhoogste, Tot God, zo goedertieren voor mij;
2Aie pitié de moi, ô Dieu, aie pitié de moi! Car en toi mon âme cherche un refuge; Je cherche un refuge à l’ombre de tes ailes, Jusqu’à ce que les calamités soient passées.
3Hij zendt mij hulp uit de hemel, en beschaamt mijn belager, God zendt mij zijn liefde en trouw. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
3Je crie au Dieu Très-Haut, Au Dieu qui agit en ma faveur.
4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
4Il m’enverra du ciel le salut, Tandis que mon persécuteur se répand en outrages; — Pause. Dieu enverra sa bonté et sa fidélité.
5Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
5Mon âme est parmi des lions; Je suis couché au milieu de gens qui vomissent la flamme, Au milieu d’hommes qui ont pour dents la lance et les flèches, Et dont la langue est un glaive tranchant.
6Ze spanden een net voor mijn voeten, Maar hun eigen voet werd er in verstrikt; Ze groeven mij kuilen, Zelf vielen zij er in. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
6Élève-toi sur les cieux, ô Dieu! Que ta gloire soit sur toute la terre!
7Mijn hart is gerust, o mijn God; mijn hart is gerust; Ik wil zingen en spelen.
7Ils avaient tendu un filet sous mes pas: Mon âme se courbait; Ils avaient creusé une fosse devant moi: Ils y sont tombés. — Pause.
8Word wakker mijn lofzang: harp en citer, ontwaak; Ik wil het morgenrood wekken! Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
8Mon cœur est affermi, ô Dieu! Mon cœur est affermi; Je chanterai, je ferai retentir mes instruments.
9Ik wil U loven onder de volken, o Heer, U verheerlijken onder de naties;
9Réveille-toi, mon âme! Réveillez-vous, mon luth et ma harpe! Je réveillerai l’aurore.
10Want uw goedheid reikt tot de hemel, En tot de wolken uw trouw!
10Je te louerai parmi les peuples, Seigneur! Je te chanterai parmi les nations.
11Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
11Car ta bonté atteint jusqu’aux cieux, Et ta fidélité jusqu’aux nues.
no verse 12 in this text
12Élève-toi sur les cieux, ô Dieu! Que ta gloire soit sur toute la terre!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.