Psalmen 127
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Een bedevaartslied; van Salomon. Wanneer Jahweh het huis niet bouwt, Is het zwoegen der bouwlieden ijdel; Wanneer Jahweh de stad niet behoedt, Waken de wachters vergeefs.
1Cantique des degrés. De Salomon. Si l’Éternel ne bâtit la maison, Ceux qui la bâtissent travaillent en vain; Si l’Éternel ne garde la ville, Celui qui la garde veille en vain.
2Dan heeft het geen zin, vroeg op te staan, Of laat u te ruste te leggen; Gij eet dan het brood in uw zweet: Maar dien Hij liefheeft, geeft Hij het ook in de slaap.
2En vain vous levez-vous matin, vous couchez-vous tard, Et mangez-vous le pain de douleur; Il en donne autant à ses bien-aimés pendant leur sommeil.
3Waarachtig; zonen zijn geschenken van Jahweh, De vrucht van de schoot een beloning!
3Voici, des fils sont un héritage de l’Éternel, Le fruit des entrailles est une récompense.
4Als pijlen in de hand van den strijder, Zijn de zonen, verwekt in de jeugd;
4Comme les flèches dans la main d’un guerrier, Ainsi sont les fils de la jeunesse.
5Gelukkig de man, Die er zijn koker van vol heeft: Hij hoeft niet verlegen te staan, Als hij onder de poort met zijn vijanden twist.
5Heureux l’homme qui en a rempli son carquois! Ils ne seront pas confus, Quand ils parleront avec des ennemis à la porte.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.