Psalmen 131
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Een bedevaartslied. Van David. Jahweh, mijn hart is niet trots, Niet hovaardig mijn ogen; Ik houd mij niet op met geweldige plannen, Met dingen, die te hoog voor mij zijn.
1Cantique des degrés. De David. Éternel! je n’ai ni un cœur qui s’enfle, ni des regards hautains; Je ne m’occupe pas de choses trop grandes et trop relevées pour moi.
2Neen, ik voel mij zo klein, En beeld mij niets in; Zoals de zuigeling aan de borst van zijn moeder, Ben ik een kindje voor U.
2Loin de là, j’ai l’âme calme et tranquille, Comme un enfant sevré qui est auprès de sa mère; J’ai l’âme comme un enfant sevré.
3Israël, stel uw hoop op Jahweh, Van nu af tot in eeuwigheid!
3Israël, mets ton espoir en l’Éternel, Dès maintenant et à jamais!
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.