Psalmen
Chapter 48
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Groot is Jahweh, hoog geprezen In de stad van onzen God!
1Cantique. Psaume des fils de Koré.
2Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. De Sionsberg is de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning;
2L’Éternel est grand, il est l’objet de toutes les louanges, Dans la ville de notre Dieu, sur sa montagne sainte.
3God woont in haar burchten, En toont zich een veilige schuts.
3Belle est la colline, joie de toute la terre, la montagne de Sion; Le côté septentrional, c’est la ville du grand roi.
4Want zie, de koningen hadden zich met elkander verbonden, En rukten gezamenlijk aan;
4Dieu, dans ses palais, est connu pour une haute retraite.
5Maar toen ze haar zagen, stonden ze stom van ontzetting, En stoven verschrokken uiteen.
5Car voici, les rois s’étaient concertés: Ils n’ont fait que passer ensemble.
6Vreselijke angst greep hen aan, En wee als een barende vrouw:
6Ils ont regardé, tout stupéfaits, Ils ont eu peur, et ont pris la fuite.
7Ineens als een storm uit het oosten, Die de Tarsjisj-schepen vernielt.
7Là un tremblement les a saisis, Comme la douleur d’une femme qui accouche.
8Wat we vroeger hadden gehoord, Hebben we nu ook gezien: Jahweh der heirscharen woont in de stad, Onze God woont in de stad, en laat haar eeuwig bestaan!
8Ils ont été chassés comme par le vent d’orient, Qui brise les navires de Tarsis.
9Wij gedenken uw goedheid, o God, Binnen uw tempel.
9Ce que nous avions entendu dire, nous l’avons vu Dans la ville de l’Éternel des armées, Dans la ville de notre Dieu: Dieu la fera subsister à toujours. — Pause.
10Uw lof, o God, reikt als uw Naam Tot aan de grenzen der aarde. Vol gerechtigheid is uw rechterhand,
10O Dieu, nous pensons à ta bonté Au milieu de ton temple.
11Sions berg is er over verheugd; En Juda’s dochteren juichen van vreugde, O Jahweh, om uw gericht.
11Comme ton nom, ô Dieu! Ta louange retentit jusqu’aux extrémités de la terre; Ta droite est pleine de justice.
12Trekt rond de Sion, loopt er omheen: Telt zijn torens,
12La montagne de Sion se réjouit, Les filles de Juda sont dans l’allégresse, A cause de tes jugements.
13Let op zijn wallen Ziet naar zijn burchten; Om aan een volgend geslacht te vertellen,
13Parcourez Sion, parcourez-en l’enceinte, Comptez ses tours,
14Dat God hier woont, Dat onze God ons leidt Voor eeuwig en immer!
14Observez son rempart, Examinez ses palais, Pour le raconter à la génération future.
no verse 15 in this text
15Voilà le Dieu qui est notre Dieu éternellement et à jamais; Il sera notre guide jusqu’à la mort.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.